Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Marcus
2, 1 - 12

Door Koos van Etten, gehouden op 22 februari 2009

 

Zie, Ik ga iets nieuws beginnen

 

‘Zie, Ik ga iets nieuws beginnen; het is al begonnen, zie je het niet?’ Dat is de kernzin uit de lezingen van vandaag. Laten we proberen wat dichterbij de inhoud daarvan te komen.

In de eerste lezing kondigt de profeet uit de ballingschap een nieuwe beweging aan, een nieuwe uittocht. Hij roept zijn mensen op om in die nieuwe beweging mee te gaan, er zich op voor te bereiden. Dat betekent een teruggaan naar hun land van herkomst, terug naar de stad Jeruzalem met de tempel om het verbond van God met zijn volk weer gestalte te geven. Want zijn oproep is een uitnodiging van Godswege. Zie, Ik ga iets nieuws beginnen, zegt Hij; het is al begonnen, zie je het niet? Die uittocht gebeurt niet wegens hun verdienste, wordt eraan toegevoegd. Ze hebben God er niet om gesmeekt, ja ze zijn zelfs ontrouw geworden aan dat verbond met God. Voor hun gevoel hadden ze het helemaal verprutst en het vertrouwen op God losgelaten. Desondanks, zegt God, ben Ik bereid jullie zonden te vergeven, jullie ontrouw te vergeten, en opnieuw met je te willen beginnen.

Zo maar, om niet, hebt Gij voor onze schuld betaald, zongen we zojuist. Zo maar, om niet wordt ons de vergeving geschonken, horen we vanuit de eerste lezing tegen ons zeggen.

 

Diezelfde boodschap wil Marcus ons meegeven in zijn evangelie, maar dan toegespitst op de persoon van Jezus, want in hem wordt God openbaar. Marcus doet dat op een bijna humoristische manier. Want terwijl Jezus vertelt over het rijk van God dat nabij is, komt men een verlamde naar hem toebrengen, door vier man op een bed gedragen. Omdat het huis vol zit met mensen, gaan ze eerst de trap op naar boven en laten de verlamde dan door het dak naar beneden zakken. Die gebeurtenis roept de fantasie van ons op, de verbeelding: je ziet het vóór je. We proberen ons in te leven in die verlamde. Die verlamde is overigens het symbool van ons allen: we zijn allen ziek, verlamd, moe gestreden of wat al niet en worden voor hem gebracht. Maar de nadruk ligt niet zozeer op de man die verlamd is of wat hij allemaal doormaakt, nee, Marcus legt de nadruk op Jezus. Want bij het zien van hun vertrouwen zegt Jezus: Je zonden worden je vergeven! Dat is verrassend, want je zou verwachten dat hij die man meteen verlost van zijn ziekte. Maar hij zegt: je zonden worden je vergeven. Zo maar, om niet. Die man heeft er niets voor gedaan d.w.z. hij heeft zijn schuld niet beleden of zijn berouw getoond; wel heeft hij en hebben die vier mensen hun vertrouwen laten zien. Zo zijn hem zijn zonden vergeven Door wie vergeven? Door God, mag je invullen ja, maar ook: door deze mens Jezus.

 

Want dat wordt het breekpunt voor de schriftgeleerden. Die zeggen: dat kan niet! Hij lastert God. Alleen God kan zonden vergeven; niet een mens! Zo is hun geleerd en aan die traditie houden zij vast. Maar Jezus doorbreekt hier iets. Hij laat zien dat God iets nieuws is begonnen in hem. Zie, Ik ga iets nieuws beginnen; het is al begonnen, zie je het niet? Om te onderbouwen, dat hij de bevoegdheid heeft om iemand zijn zonden te vergeven, zegt hij tegen de verlamde: Sta op, neem je bed op en loop. Met kracht wekt hij tot leven, met kracht roept hij om op te staan, te verrijzen. Zo wordt de verlamming verbroken en wordt nieuw leven mogelijk. Maar op die manier wordt Jezus ook het symbool van ons allen. Hij wordt hier mensenzoon genoemd, zoon van een mens. Aan een mens is bevoegdheid gegeven om met kracht nieuw leven te wekken in de ander, als je op diezelfde plaats als Jezus gaat staan.

 

Een voorbeeld uit mijn eigen ervaring. In de afgelopen periode heb ik twee keer een studieweekend mogen geven met als thema ‘Waar twee of meer in mijn Naam samenzijn, daar ben Ik in hun midden’. Dat was boeiend voor de deelnemers, zo te horen, en bijzonder vruchtbaar. Het woord werkte in ieder van ons door. Op zaterdagavond, toen we gesproken hadden over zonde en schuld, wist ik niet hoe de uitwerking van het woord was. De ernst en de zwaarte van de woorden bleef bij ons hangen. Maar op zondagmorgen was er een doorbraak: door de schuld en vergeving heen, kwam er nieuw leven op gang en de communicatie tussen mensen stroomde ook weer. Dat was vreugdevol.

Ooit de diepte van de vergeving te mogen ervaren, is een genade, zo kan ik nazeggen, en die genade geeft de kracht om ook zélf vergevingsgezind te zijn naar anderen. Om tegen de ander te kunnen en mogen zeggen in de geest van Jezus: Sta op, loop rechtop en ga naar huis.