Preken: Marcus
1, 40 - 45
Door Leonie van
Straaten, gehouden op
15 februari 2009
Tijd voor stilte, eenzaamheid
aanvaarden, in contact blijven met de bron van Leven
Als eerste wil ik u
vragen om even terug te kijken in de afgelopen week en na te gaan
hoeveel tijd u in die week aan communicatie besteedde.
Ik realiseer me
hoezeer mijn en ons leven op communicatie bouwt. Ik hoorde deze week
weer op meerdere plaatsen: communicatie is nodig om in relatie te
zijn, te komen, te groeien in broeder- en zusterschap.
Met deze gedachten
keek ik naar Jezus en de mens die aan huidvraat leidt.
Een zieke die in
quarantaine wordt geplaatst heeft misschien nog wel wat
mogelijkheden om te communiceren, maar die zijn tot het minimum
beperkt. Hij is immers een gevaar voor de volksgezondheid. We kennen
deze ziektes nu ook nog wel: het noro-virus, of de mrsa-bacterie
vragen in onze tijd om quarantaine. Maar wij weten dat het hier
enkel omwille van de volksgezondheid gebeurt.
In de tijd van
Leviticus en Jezus gaat het ook om de volksgezondheid, maar toen
waren de medisch-sociale maatregelen wel vermengd met het geloof dat
ziekte een straf was. Het oordeel ‘onrein’ omvatte het gehele leven,
niet enkel de huidziekte. Wie door de priester onrein was verklaard,
had geen deel meer aan het leven, maar bevond zich op het
grensgebied van de dood.
Het eerste
hoofdstuk van Marcus, waar dit verhaal het einde van is, draait om
de vraag wie Jezus is en het staat vol communicatie op allerlei
manieren: tussen Johannes en alle inwoners van Jeruzalem rond de
doop; tussen Jezus en Johannes, als Jezus zich laat dopen; tussen
Jezus en de hemel, heilige Geest daalt op hem neer; tussen Jezus en
de satan, die de kracht van heilige Geest in Jezus flink op de proef
stelt. Jezus roept de leerlingen. En vervolgens wemelt het van
demonen en onreine geesten die Jezus herkennen.
In deze setting
horen we ook over de communicatie tussen Jezus en zijn Vader. In
gebed verstaat hij zijn werkelijke bestemming: hij is gekomen om de
goede boodschap te verkondigen. Dat hij ook kan genezen, dat is
mooi, maar hij beseft in zijn gebed dat hij zich daardoor niet moet
laten bepalen.
Meteen daarna komt
deze zieke op hem af. En het lijkt er veel op dat Jezus hier weer
beproefd wordt, a.h.w. verleid wordt om op te gaan in zijn
mogelijkheden. Wat gebeurt hier?
De zieke komt op
hem af en doorbreekt daarmee een taboe: hij moet immers ‘onrein,
onrein’ roepen om afstand te bewaren! De knieval lijkt op de
vleierij van de satan in de woestijn, die hem laat zien hoeveel
macht hij zou kunnen hebben. De smeekbede van de zieke getuigt wel
van veel vertrouwen, maar zou in het licht van de beproevingen
eveneens de kleur van vleierij kunnen hebben: als je wilt, dan kun
je het. Maar is hij daarvoor gekomen?
Jezus raakt
ontroerd. Een heftige emotie grijpt hem aan. Meestal wordt dit heel
positief geduid, maar het is ook een mengeling van emoties. Hij laat
zich a.h.w. verleiden deze man te genezen. En daar is op zich niks
mis mee. Alleen kan het verkeerd worden uitgelegd…dat is en blijft
een groot risico. Wisselt de stemming daarom?
Want meteen stuurt
Jezus de man bars weg. De emoties blijven heftig. Hij gooit hem
eruit.
Is Jezus bang,
bezorgd, dat zijn bestemming verkeerd wordt uitgelegd? Zou Jezus
hebben zien aankomen dat de genezen man op de loop zal gaan met het
verhaal als een succesnummer, zonder echt te begrijpen waar het om
gaat?
Of de man naar de
priester gaat, weten we niet. Jezus geeft met deze opdracht wel aan
dat hij onder de wet van Mozes staat. Zegt hij hiermee ook dat het
uiteindelijk om communicatie met de God van leven gaat? Het zijn
vragen om mee te leven.
We horen hoe de
rollen worden omgedraaid.
De man die aan
huidvraat leed is niet langer geïsoleerd en gaat verkondigen: hij
roept het uit – terwijl Jezus net voor dit verhaal de boodschap was
gaan uitroepen…. en nu geïsoleerd raakt.
Marcus vertelt ons
met dit verhaal misschien vooral, dat Jezus beproefd wordt om zijn
bestemming te leven. En dat de mensen die hem ontmoeten er niet veel
van snappen. Dit brengt Jezus in een isolement. Maar ondanks dat,
bleven mensen naar hem toekomen. Hij blijft blijkbaar in
communicatie met de Vader, want de heilige Geest die in hem werkzaam
is, is krachtig genoeg om zijn gezicht op te delven: beeld en icoon
van de Enige worden.
‘Delf mijn gezicht
op, want ik heb gezichten meer dan twee.’ Welke mens kent dit niet?
Vandaag zien we het van Jezus. Wie de weg van de mens serieus neemt
zal in de realiteit ook de eenzaamheid herkennen. In de weg van
Jezus zie ik dat het mogelijk is om in relatie met God te blijven en
stap voor stap je bestemming te ontdekken. De werking van je
Schepper te aanvaarden: beeld en icoon van de Enige te worden.
Omwille van de
volksgezondheid in een geloofsgemeenschap, omwille van een gezond
evenwicht tussen ik en wij, is het broodnodig om regelmatig de
stilte op te zoeken. Een vrijwillige quarantaine misschien, een
retraite, of een stille dag. Want als wij als christenen door onze
communicatie hopen te groeien in broeder- en zusterschap, dan vraagt
dit om de nodige stilte, om eerbied voor de ander en voor jezelf, om
te kunnen luisteren.
Hier ontvangen we
voedsel voor onze ziel, opdat we blijven oefenen om in al ons
spreken en zwijgen meer en meer te putten uit de Bron. |