Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Marcus
1, 21 - 28

Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 1 februari 2009

 

Op het ogenblik dat die supermens er bijna was, toen greep God met zijn almacht in en sprak: Genoeg! Omwille van de liefde: genoeg!

 

Vandaag gaat het over Strijd en Aanbidding. Wij worden geconfronteerd met demonen. Over de demonen wordt verteld, dat toen God op de zesde dag de mens maakte, als zijn laatste scheppingsdaad waarmee het hoogtepunt van de schepping werd bereikt, er bij die demonen toch nog iets niet helemaal lekker zat. Toen de mens er dus was, als de kroon van de schepping, en toen God verwachtte dat de mens door de liefde en trouw aan Hem de vicieuze cirkel van de natuurwetten zou kunnen doorbreken toen sprak de Tegenstrever, de Tegenspreker:

Nee, God moet niet iets nieuws beginnen, dat verstoort alleen maar onze rust en onze macht.

Wij willen ons niet omkeren naar die God die zegt: “Nu is het genoeg! Nu heb Ik alles gedaan. Ik ben tot het uiterste gegaan. Wat zou Ik nog meer kunnen doen en heb Ik niet gedaan? De liefde moet nu aan alles een zin geven.” God heeft een mens gemaakt die werkelijk aan God gelijkwaardig is.

En toen wilden die geesten, die Tegenwerkers, een nog perfectere mens maken, een soort supermens, die de opdracht van de mens om met trouw en liefde de schepping van de Enige te voltooien, zou tegenwerken. En op het ogenblik dat die supermens er bijna was, toen greep God met zijn almacht in en sprak: Genoeg! Omwille van de liefde: genoeg! En om die geesten te laten zien dat het rijk van hun wetmatigheden van verstoorde relaties, van geld en politieke macht, geen stand zal kunnen houden, bevestigde de Enige dat Hij alles in de schepping had voltooid. Hij zegent de zevende dag, de sabbat, dat betekent dat daar geen plaats is voor de supermens, maar dat je in God kunt zijn = enthousiast; dat Hij je kan ontzetten uit de macht van het Kwaad = bevrijd en vrij voor zijn beloften; dat de Enige je een gezuiverde adem geeft = je leeft door het vuur van de Geest. (Gedachtegang volgens de rabbijnen)

En ook vandaag is het sabbat; Jezus treedt de ruimte van de Enige binnen: Hij is in God; Hij is vrij voor de beloften; Hij leeft door het vuur van de Geest. Ook vandaag klinkt het gezagvolle woord: nu is het genoeg! Het moet afgelopen zijn! De onreine geest moet inzien dat er voor hem geen ruimte is, daar waar Jezus – het Woord van de Enige uit gezonden – spreekt.

Bezetenheid; bezet zijn; in bezit genomen worden…

Jezus moet de synagoge wel ingaan, doordringen tot de kern, tot het innerlijk van zijn volk en spreken tot ons hart. De onreine geest, die Tegenstrever van het verbond, moet eruit, anders kan de heilige Geest er niet wonen en onze liefde en trouw hernieuwen.

Het gaat om strijd en aanbidding; om dat bidden: ‘was ons schoon, Heer…’ Omgaan met de tegenstrever, die tegenstem in je hart; de wetten van de liefde en het zijn in God, tegenover die van het verstand alleen; de wetten van deze wereld of de vrijheid om te handelen van binnenuit.

Ik zal onder jullie een profeet laten opstaan; die spreekt vanuit een gezuiverd, belangeloos hart:

Mozes, mijn dienaar; Jezus, mijn geliefde Zoon. Hij zal niet roepen en schreeuwen, zijn stem wordt niet gehoord op straat. Slechts één keer, op het kruis aan de vooravond van de grote en heilige Sabbat, geeft Hij een luide schreeuw, de schreeuw om het geboren zijn in God te verdragen en verder te dragen; om de Adem van de Geest aan ons over te dragen.

En dan zeg ik tot jullie en mijzelf: het is nu de tijd van strijd en aanbidding! Hij spreekt tot je hart, Hij raakt je kern, je wezen van je verbondenheid in God. Zijn woord werkt in jou uit wat het zegt; werk jij dan zijn woord uit dat in jou spreekt, tegen het rumoer van de supermens in, om te kunnen belijden:

Jezus van Nazareth, jij die hier bij ons in deze ruimte van de Enige, in deze Roeach aanwezig bent, wij hebben alles met jou te maken, want wij weten dat jij de Heilige van God bent. □