Preken: Marcus 13, 33 -
37
Door Leonie van Straaten,
gehouden op 30 november 2008
Waarom zouden wij waakzaam zijn?
In het boekje dat Huub Oosterhuis publiceert ter
gelegenheid van de Maand van de Spiritualiteit, die vandaag wordt
afgesloten, schrijft hij over de kracht van wat geschreven staat.
‘Onbewezen woorden’ noemt hij het, maar ‘geladen met de kracht van
eeuwenlang gescherpte intuïtie’. De dichter kan het heel goed
zeggen, maar het wordt pas van waarde als wij het geschreven Woord
gezag geven. Als wij nadenken en studeren en mediteren met dit
Woord. Die kans krijgen we in de Advent. Deze 1e
adventsdag begint met een oproep tot waakzaamheid. Wat is de kracht
hiervan in onze tijd?
We geloven dat in iedere crisis iets nieuws
geboren kan worden. Maar als ik persoonlijk niet door crisis geraakt
wordt, wat doet dit geloof dan met mij in deze advent? Ik heb immers
nog niet veel last van de kredietcrisis en de klimaatcrisis. Waar
zou ik me druk over maken? Ik kan net zo goed de gordijnen sluiten
en bij de open haard een glaasje wijn drinken. Waarom zou ik wakker
blijven? En dan nog wel vier nachtwaken lang? Heb ik wel reden om
onrustig te worden?
Louter persoonlijk, met de luiken dicht,
misschien niet. Maar omdat ik deel uitmaak van een groter geheel, of
dit nu gemeenschap, kerk, of wereld heet, begint het te kriebelen.
Met deze onrust luister ik naar Jesaja en ik hoor
hem bidden. Als we lezen over Irak, of Afghanistan, of als we denken
aan vluchtelingen die in het rijke westen aankomen, kunnen we ons
wel voorstellen hoe de ballingen terugkeren naar Jeruzalem. Jaren is
er gedroomd over het goede leven dat zou aanbreken en dan valt het
zo tegen in de realiteit.
Jesaja ziet hoe het volk de eigen realiteit niet
aankan, hoe de belofte van God vergeten wordt en de hemel, dat
gedroomde perspectief gesloten blijft. Hij worstelt ermee, dat het
hart van de mensen zo verhard is geworden, dat zij de streling van
de boetseerder niet meer herkennen en er niet aan veranderen. Jesaja
heeft weet van zijn geschiedenis – de kracht van eeuwenlang
gescherpte intuïtie klinkt door in zijn gebed. Hij hoort Gods
spreken in de stilte en geeft er woord aan. Een mens die zo kan
bidden is een profeet. Hij blijft met alles wat er is in relatie met
God. Zijn gebed opent de mogelijkheid, dat mensen in crisis God
opnieuw leren zien, hun afhankelijkheid herkennen en hun eigen
antwoord leven.
Maar als je niet met lege handen staat en de
welvaart je deel is, dan is de kans misschien nog groter dat Gods
naam niet meer klinkt. Dat is de realiteit in grote delen van
Europa. God is verborgen. De welvaart is een luxe, maar zij vormt
ook een bedreiging: God kan steeds meer vergeten raken. Dat dreigt
ook als in angst voor de boze wereld krampachtig vastgehouden wordt
aan de schijnveiligheid van een autoritair systeem; mensen denken
dan zeker te weten wie en waar God is. Ook daar is God verborgen –
vermoed ik.
Marcus biedt ons vandaag volop de kans om wakker
te worden en iets nieuws te verwachten. De kracht in deze verzen zit
in het werkwoord ‘waken, waakzaam zijn’. Dat leerde ik in onze
voorbereiding. Marcus gebruikt dit werkwoord op twee plaatsen: hier
3x en in het lijdensverhaal in Getsemane 3x. Deze 6-voudige oproep
aan zijn leerlingen en aan iedereen, zoals we vandaag horen,
verbergt een bijzondere boodschap. We mogen aannemen dat Marcus deze
oproep verbindt aan de zwaarste momenten in Jezus’ leven. Wees
waakzaam en zie de mens, die worstelt met God en zijn zaak. Marcus
roept ons op om wakker te worden voor de onbegrijpelijke weg die een
mens gaat om Gods rijk naderbij te brengen. De Heer is weggegaan en
heeft zijn werk aan ons overgedragen. Daarom kunnen we het
ons niet permitteren om in slaap te sukkelen, de luiken te sluiten
en de wereld aan zichzelf over te laten. Het huis van de Heer is
immers niet mijn eigen huisje waarin ik mijn eigen veiligheid zoek.
Het is het huis van de wereld, dat in onze handen is gelegd.
Kunnen wij die wereld dan redden?
Ik weet het niet. Gods geschiedenis is niet
maakbaar, maar een gebeuren.
Wij weten niet wanneer de hemel zal openscheuren
en wij weten niet hoe God-met-ons zal zijn. Als slaaf, als leerling
of als poortwachter worden we op verschillende wijzen aangesproken
en in gezag gesteld. Het is een lange weg om in goede verhoudingen
te leren leven onder het Woord. Het vraagt van ons dat wij het leven
van Jezus blijven gedenken, deze verontrustende woorden willen
horen, ze onderzoeken, en bereid zijn ernaar te leven. Dan zal de
hemel openbreken en Gods Woord geboren worden.
In het boekje van Oosterhuis dat ik al noemde,
schrijft hij:
Deze wereld is verschrikkelijk. Er is geen
beginnen aan. Er is geen God en geen Jezus die aids-Afrika zal
redden. God zwijgt zo diep dat je denkt: hij bestaat niet. Zo voelt
het.
Er is maar één oplossing: dat je ‘en toch’ zegt
en ‘hier ben ik’. En om je heen kijkt of er nog iemand is die ook.
En dat je dan samen….’
Om dit te kunnen zeggen en te leren leven zullen
we veel moeten luisteren, bidden en studeren. Ik hoop dat we in deze
advent wakker worden, opnieuw en op een nieuwe laag, opdat we met
een onrustig hart in verwachting raken van Gods werk: geloof, hoop
en liefde voor iedereen.
|