Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
16, 9 - 10; Jesaja 52, 7 - 10
Door Gerard van de Goorberg, gehouden op 7 november 2004

Durf de goede boodschap verkondigen
De beide teksten, die we vandaag gelezen hebben, worden aan de auteurs van het boek toegeschreven, maar… ze zijn in een later stadium ontstaan. Het stuk van Jesaja vertelt indirect over de Babylonische ballingschap en de herbouw van de tempel en speelt dus omstreeks 500 v C. Marcus sluit zijn evangelie af na vers 8, de verzen 9 – 10 zijn er later aan toegevoegd.
Voor deze overweging maak ik óók nog gebruik van een tekst over Willibrord uit onze getuigenkalender.

Alle teksten spelen zich af in een tijd, dat de samenleving behoorlijk op zijn kop staat, er is chaos (geweest), en de mensen kijken uit naar een toekomst die kans op leven geeft.

De schrijver van Jesaja roept zijn mensen op om hun schouders te zetten onder de herbouw van Kanaän. Alles is verwoest, ze zijn teruggekomen vanuit het verre oosten en moeten hun plek weer zien te vinden tussen de andere volken, die zich óók in dat stuk land bevinden. De profeet spoort hen aan vanuit de beleving: onze God laat jullie niet in de steek; kijk maar in de toekomst, wanneer de tempel herbouwd is en het land weer tot rust is gekomen. Wat zullen de omliggende volken dan zeggen? “God heeft ons Zijn arm laten zien; het is een sterke God, die zijn volk draagt”.

Eigenlijk zijn de omstandigheden waaronder de auteur van het slot van Marcus leeft niet anders. Het land wordt overheerst door de Romeinen; de tempel is opnieuw verwoest en hun ‘profeet’ is gedood. Geen wonder dat Marcus afsluit met: “Ze zeiden niets, want ze waren bang”. Gaandeweg komen de volgelingen van Jezus tot het besef, dat je zó een evangelie, een goede boodschap, niet kunt afsluiten. In sneltreinvaart worden dan enkele gebeurtenissen beschreven, waarover na de kruisiging van Jezus wordt verteld om te eindigen met de opdracht: Trek heel de wereld door, verkondig de goede boodschap én weet wel: de Heer werkt mee, Hij laat je niet alleen ploeteren.

Onze getuigenkalender vertelt van Willibrord. Hij heeft de opdracht gekregen om de Friezen te bekeren. Voordat hij samen met zijn medebroeders, aan zijn werk begint, gaat hij naar Rome. Helemaal tegen de gebruiken van zijn tijd in wil hij zijn missie van de paus ontvangen en niet van een wereldlijke heerser, zoals langzamerhand gewoonte was geworden. Hij herstelt daarmee het pauselijk én het bisschoppelijk gezag over de (plaatselijke) kerk. Willibrord moet, samen met zijn medebroeders, een behoorlijke mannetjesputter zijn geweest. Hij heeft enorme afstanden afgelegd en kon op zijn medewerkers vertrouwen. Zo vestigt hij zich in Utrecht en enkele jaren later sticht hij een klooster in Echternach. Op beide plekken wordt geïnspireerd verder gewerkt aan de verbreiding van de ‘goede boodschap’.

Vandaag zijn we getuige geweest van drie monumentale getuigenissen. De tekst van Jesaja laat zien dat je op de Heer kunt vertrouwen, de auteur van Marcus getuigt van de Heer die meewerkt, en Willibrord werkt vanuit zijn geloof aan de opdracht om de Friezen te bekeren.

Oók wij moeten ons gedragen weten door het geloof, en zo werken in onze wereld. Dat zal niet heel zichtbaar zijn; maar je mag er wel op vertrouwen, dat de Heer ons als zuurdesem ziet, dat het hele brood smakelijk maakt, omdat het op een onzichtbare manier aanwezig is.