|
|
Preken: Marcus 10, 1 - 12
Door Hinnêni Peltenburg
De mens zoekt God, God zoekt de mens
Eerste laag in de tekst:
In dit gedeelte van het evangelie volgens Markus staat,
dat Jezus voortdurend ergens naar toe gaat en weer weggaat.
Hem omringen zijn leerlingen,
een ongeordende massa mensen en Farizeeën.
Deze laatsten stellen Jezus een vraag,
om Hem op de proef te stellen, zoals Marcus zegt:
"mag een man zijn vrouw verstoten?"
Je zult er maar mee zitten, met een dergelijk vraag!
Ook een manier om de ander daarmee op de proef te stellen!
Dan durf je waarschijnlijk het antwoord niet zelf te geven
en er de consequenties niet van onder ogen te zien.
Een vraag dus en Jezus antwoordt, met een tegenvraag.
Antwoord eerst maar eens volgens jullie kennis van de Wet.
Het voorschrift dat zij dan aanhalen,
staat beschreven in het boek Deuteronomium.
Het gaat geheel uit van de positie van de man,
zoals ook hier de vraagstellers doen.
In onze tijd geeft dat te denken.
Er staat: als hij niet meer van haar houdt,
omdat hij iets bij haar heeft ontdekt waarover hij zich schaamt,
wat hem niet meer aanstaat.
Misschien kijkt de man na verloop van tijd eens echt goed naar zijn
vrouw,
van aangezicht tot aangezicht; kijkt hij in de spiegel,
want er staat ook geschreven: de ander zul je beminnen omdat die is
zoals jij.
De man stuurt zijn vrouw terug naar waar zij vandaan komt,
terug naar haar vader en moeder.
Dat is een onmogelijke situatie.
Je kunt niet terugkeren in de moederschoot.
Je moet het leven op je nemen en verder geven.
Door haar terug te sturen wordt de vrouw, als tegenover van de man,
onvruchtbaar.
Maar ook de man wordt onvruchtbaar, zonder de ander.
Man en vrouw zijn bedoeld als elkaars aanvulling voor Gods
Aangezicht.
God de Heer schiep de vrouw als wezensaanvulling, wezensgelijke van
de man.
Samen staan zij als de door God bedoelde eenheid voor zijn
Aanschijn.
Als die liefde in het geding is moet er een menselijke regeling
getroffen worden.
Soms is een scheiding nodig,
moet er afstand in acht genomen worden tegenover elkaar
om tot een nieuwe eenwording te komen.
Soms is een scheiding onvermijdelijk om elkaar vrij te kunnen geven.
Tweede laag in de tekst:
Op dit punt overstijgt de inhoud van deze perikoop de
letterlijke betekenis
en heeft het antwoord van Jezus betrekking op ons menszijn, op ons
persoon-zijn,
op ons zo door God bedoeld zijn.
Als de mens het vreemde van zichzelf, in zichzelf,
in zijn of haar aanvullende deel afstoot, niet in de ogen wil zien,
dan sterft er iets af in die mens.
Er is moed voor nodig om tot je door te laten dringen,
dat je geen vlekkeloos lam bent, zonder rimpel of gebrek.
Er is moed voor nodig om van jezelf en de ander te blijven houden
ondanks de kwetsuren en de littekens die je in je leven hebt
opgelopen,
en de beperkingen die je van jezelf en de ander ervaart in tijd en
omstandigheden.
Derde laag in de tekst:
Het valt mij op dat God de Heer met zijn Wet niets "regelt",
maar dat zijn Thora het leven ordent en optimaliseert door zijn
overstromende liefde.
Wat is het toch bijzonder dat Hij geen andere manier gekozen heeft
om uit te drukken wat Zijn bedoeling is,
dan door de mens man en vrouw te scheppen.
Er is een cantate
van J.S. Bach
waarin doorklinkt wat niet te zeggen is:
De mens zoekt God.
God zoekt de mens,
zoals de man zijn vrouw,
zoals de vrouw haar man zoekt.
De mens in zijn tuin vraagt om de Ander.
Het is een
tweespraak,
waarvan ik hier de inhoud een beetje vrij weergeef:
Mens: O, kom, laat
mij niet nog langer wachten.
Kom, Roeach, waai door mijn tuin, bezoek mijn hart.
Roeach: Ik zal je verkwikken, mijn liefste.
Mens: Allerliefste, zoete liefste.
Jij overtreft alles, zonder jou kan ik niet leven.
Roeach: Ik kus je met de kus van mijn genade.
Mens: Ik ontvang je met mijn geloof.
Mijn hoogste goed, kom toch.
Mijn hele wezen behoort jou toe!
Roeach: Ik ben van jou, jij bent van mij.
|