Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
7, 1-8 + 14-15 + 21-23; Deut. 4, 1-2 + 6-81
Door Niek Werkhoven

Van religie naar geloof

Het valt waarschijnlijk niet mee om met aandacht naar dit evangelie te luisteren. Kan zo'n bekommernis over rein en onrein voor ons nog iets te betekenen hebben? Dat is toch niet meer iets voor onze tijd, iets uit een cultuur die ons totaal vreemd is.
Maar als we tussen de regels door lezen, en voorbij de woorden proberen te komen, stoten we op het onderscheid, lijkt me, tussen religie naar geloof, en dat blijft actueel.

Het evangelie begint dat er mensen naar Jezus toekomen, en het eindigt met mensen die bij hem zijn. Beide groepen 'begrijpen' hem niet, maar de laatste groep, de leerlingen, blijven wel bij hem. En later, veel later na de dood van Jezus gaan ze 'begrijpen', want dat is geen kwestie van weten maar van… geloof.
Tussen die twee groepen mensen staat Jezus - woedend om schijnheiligheid? Ik zie Hem eerder als geweldig eenzaam, verbijsterd omdat wat Hem zo dierbaar is, niet gekend, niet gezocht wordt door mensen die Hem zo omgeven.

Het zijn Farizeeën en enkele schriftgeleerden die komen, en ook al klinkt het woord 'huichelaars', we zijn in de loop van de tijd al wel zo gewaarschuwd dat we deze mensen niet bij voorbaat in een verdomhoekje mogen plaatsen als muggenzifters. Deze mensen komen uit Jeruzalem, mensen dus van aanzien, met een reputatie als geestelijken, erkend en geacht in hun spiritueel leiderschap.
Zij stoten op een gedrag van Jezus' leerlingen dat in hun ogen niet kan. Die volgelingen van Jezus nemen het niet zo nauw met rituele gebruiken die naar hun eer en geweten van godsdienstige mensen verwacht mogen worden.
Jezus antwoord is hard, maar om het goed te verstaan moeten we wel voorzichtig zijn met het woord 'huichelaars'. Het heeft niet zozeer de kleur van schijnheiligen, van met opzet iets voorwenden wat niet echt is, maar wijst meer op een bekrompenheid van geest, een vasthouden aan beelden en opvattingen waardoor de blik en zeker de gelovige blik op de werkelijkheid verduisterd wordt.
Het blijft dus wel een pittige uitspraak, het zal je maar gezegd worden door 'een zoon van een timmerman'!

Onreinheid, waar gaat dat over - want we horen Jezus op het eind van het evangelie wel degelijk zeggen dat dit er kan zijn. Al zegt Jezus dat het van een totaal andere orde is dan wat deze Farizeeën, en wellicht wij zelf, zij het op onze manier, er onder verstaan.
Reinheid heeft niets niet heiligheid van doen, met heel worden van leven. Het heeft ook niets van doen met vuil of vies, maar had te maken met cultus, met de tempel. De Farizeeën hadden dit uit vroomheid over alle facetten van het leven uitgebreid, zoals Marcus dat ook toelicht. Zo'n sacralisering brengt met zich mee dat de mens zich als 'goed voor God' gaat beschouwen. Wanneer men de rituelen maar nauwkeurig in acht nam was men zeker van God, veilig. En dat wijst Jezus radicaal van de hand als eigen maaksel en als hindernis in het luisteren naar de werkelijke bedoelingen van God.
Om hier dichter bij te komen, moeten we denken aan de doopervaring van Jezus. Daar is de Geest over Hem gekomen met creatieve kracht en heeft Jezus de Stem gehoord: Jij bent mijn geliefde zoon, Ik ben blij met jou. Dat heeft hem niet meer losgelaten, daar put Hij zijn moed en kracht uit. Dat dit veelgeliefd zijn niet een constante aanwezigheid was, maar bevochten moest worden op alle verleidingen die Hem ervan af konden trekken, vertelt het verhaal van de beproevingen dat er direct op volgt.
De Stem die zegt je bent bemind, Ik ben blij met jou en daarmee op weg gaan. Dat krijgt zijn volle betekenis wanneer het hooggehouden wordt op momenten en in situaties wanneer het niet direct waarneembaar is, als er zich omstandigheden voordoen die het tegendeel lijken te zijn. God is niet vatten, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Maar Hij is de Levende en wil dat wij mensen leven, adem hebben en ruimte. Dit geloof is niet gemakkelijk of vanzelfsprekend. Dit luisteren en volgen van God is kiezen voor de ruimte van barmhartigheid, vergeving, trouw en solidariteit.
In Jezus' ogen kan ieder mens iets met God hebben, naar God luisteren. Het gaat dan om een klimaat , een ruimte waar geen angst heerst, geen dreiging of bedreiging.

Maar zo'n sfeer of klimaat komt niet uit de lucht vallen en wordt ons niet in de schoot geworpen. Het vraagt dat de mens zichzelf aankijkt en alle angst alle kwade gedachten en wat Jezus verder noemt, leert om te buigen.
Geen wonder dat ook zijn leerlingen niet kunnen vatten wat Jezus eigenlijk zegt.
Vertrouwen, een vertrouwen dat niet bestaat uit mooie gedachten of een zeker weten, maar gedaan wordt in de concrete situaties waar we voor komen te staan. En dat wijst naar leven als samen-leven. Hoe bekommerd Jezus ook is om de individuele mens, uiteindelijk staat Hem toch het gemeenschappelijk leven voor ogen. Het ideaal van gemeenschap dat we nooit mogen verwarren met 'ideale gemeenschap'. Maar gemeenschap die wel de plek is waar de enkeling pas helemaal mens wordt, tot een verbondenheid komt waar het egocentrisme overwonnen kan worden.
Daar lijkt me het evangelie ons op te wijzen, Het biddend gedenken van zijn leven waaraan Hij ons wil laten participeren moge ons de kracht en bemoediging geven.