|
|
Preken: Marcus 6, 14 - 29
Door Leonie van Straaten
Kan God terecht in deze wereld?
We staan aan het
begin van een carnavalsweekend.
We staan ook aan het einde van de werkweek. Een week die begon met
het onderricht van Jezus aan zijn leerlingen: Wat een geluk, als je
hongert naar gerechtigheid…..We hebben er deze week hier mee geleefd
en gebeden. Gezocht ook wat het kan betekenen.
En dan horen we
dit verhaal. Herodes kijkt terug op de moord op Johannes. Een
gruwelijk verhaal. Wat kunnen wij op deze dag met dit verhaal? Die
vraag heeft mij wel enkele dagen beziggehouden.
Wat het eerst in het oog springt is de oppervlakkigheid waarmee met
een mensenleven wordt omgegaan. Onvoorstelbaar en walgelijk, maar
tegelijk weten we: velen in onze dagen gaan zo met mensenlevens om,
grillig, berekenend, een mensenleven is niet vaak belangrijker dan
het eigen leven.
Wat zijn dit voor mensen, die zo met het leven omgaan?
Herodes, het is de koning die bang is om zijn eigen koningschap te
verliezen. Vandaar de kindermoord - iedere eventuele concurrentie
wordt uitgeschakeld. Vandaar ook déze moord, want hij zou zijn
gezicht verliezen als hij de eed breekt. Het gezichtsverlies van de
een kost de ander zijn kop. Hoe ironisch is het dat iemand die
nauwelijks een eigen gezicht heeft zo bang is om het gezicht te
verliezen! Hij is als een speelbal, deze man, want hij laat zich
verleiden door de vrouwen en hij laat zich leiden door de angst om
uit de gunst te vallen.
De vrouwen in het verhaal spelen hun eigen rol. Ze laten niet de
beste kant van het vrouw zijn zien. Wel een kant die realistisch is,
die vaak zijn eigen gang gaat en met ons vrouwen op de loop kan
gaan: de kant van onvrede, verwend gedrag en verleiding.
Als dit zo naar
boven komt, dan moeten we onder ogen zien dat dit niet ver weg en
lang geleden is. Die mensen in dit verhaal, dat zijn wij ook. En er
zijn tijden dat de wispelturigheid, belangenverstrengeling, de angst
voor gezichtsverlies en de eenzaamheid die dit met zich meebrengt je
ieder perspectief ontnemen, je ten einde raad kunnen maken.
Dat riep de vraag in me op:
Waar is God in dit verhaal? Zo menselijk, kleinmenselijk als dit
verhaal ook is, toch loopt er een spoor van Hem doorheen. Herodes
die zich afvraagt wie die Jezus is. En zich herinnert wie Johannes
was en hoe hij hem vermoordde. Johannes die een rol in zijn leven
speelde die hij niet kon verdragen. Want deze Johannes bracht hem in
tweestrijd, riep vragen op die hij niet onder ogen kon zien. Omdat
het vragen waren die zijn leven, hemzelf zouden veranderen.
Wat een geluk, als
je hongert naar gerechtigheid. Johannes was zo'n mens. Hij leefde
zijn bestemming, profeet in hart en nieren. Uniek en persoonlijk, zo
stond hij in het Verbond. En dat is een geluk. Want dit verbond
wordt niet verbroken door het levenseinde van een mens. Zijn honger
naar gerechtigheid liet sporen na. De naam van Jezus is bekend
geworden, dat staat er. En er zijn leerlingen, mensen die de vragen
die Johannes opriep wel konden verdragen en ze opnamen. Tot het
einde toe.
Dat is dan toch de bemoediging in dit verhaal. Hoe wonderlijk ook.
Want hoezeer verlang ik er naar dat recht gedáán wordt, aan de ander
en aan mij, zodat God terecht kan in deze wereld! Voor mij is deze
honger vaak een bron van grote onrust, het is nooit genoeg.
Menselijk ongeduld of heilige onrust? Het is meestal niet te
scheiden. Juist daarom is het een geluk om te kunnen zoeken naar je
eigen plaats in het verbond, waar je vrij staat en op eigen wijze
meewerkt om Zijn naam bekend te maken.
|