Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 12, 38 - 44

Door Nel van Cuijk, gehouden op 12 november 2006

 

Geven wat je hebt aan rijkdom en armoede, en zijn wie je bent

 

de afgelopen zondagen zijn we door Marcus meegenomen om als leerlingen van Jezus ziende en horende mensen te worden, mensen die door te zien en door te horen tot inzicht komen en dan weten wat het belangrijkste is en daar naar handelen.

Jezus, zo schrijft Marcus vandaag, is nog steeds bezig met onderricht, het zijn de laatste dagen voordat hij de dagen van zijn lijden en sterven ingaat. Je zou kunnen zeggen Jezus is bezig met zijn testament, met dat wat hij zijn leerlingen in ieder geval nog wil vertellen.

Vanaf hoofdstuk 10 vers 32 is Jezus op weg naar Jeruzalem. In hoofdstuk 11 trekt Jezus Jeruzalem binnen en wordt door zijn leerlingen als een koning binnengehaald. Jezus neemt dan de gang van zaken in de tempel op en vertrekt weer om de volgende dag terug te komen en de hele tempel leeg te vegen van allen die daar handel drijven en een slag menen te kunnen slaan uit de eredienst. Dit heeft hem natuurlijk de vijandschap met de Sadduceeën, Farizeeën en de gevestigde orde opgeleverd. En vandaag dan het slot van zijn verblijf in en om de tempel. Hoofdstuk 13 begint op het punt dat Jezus de tempel verlaat.

 

Wat is dan dit laatste onderricht, wat is dan de levensvisie van Jezus die Hij zijn leerlingen, zijn volgelingen wil nalaten? In het onderricht van vandaag gaat het over het handelen.

 

Op de eerste plaats horen we een waarschuwing voor mensen met religieus gezag, met moreel gezag, mensen dus waar je als gewone man/vrouw tegenop kijkt.

Jezus zegt:

Pas op voor mensen die graag in lange gewaden rondlopen.

Die graag met eerbied benaderd worden

Die graag op de ereplaatsen, op de voorste rij zitten, zowel in het huis van God als op die plaatsen waar goed eten op tafel staat.

Die voor de schijn bidden, is waardeloze gebeden opzeggen

Die mensen maken de armen steeds armer en de rijken rijker.

Laat je niet imponeren door dit soort mensen lijkt Jezus te zeggen.

 

Als je dit vandaag hoort, moeten wij dan naar onszelf kijken, naar de religieuze leiders in onze dagen, naar de politici met hun grote beloftes? Een vraag.

 

Het tweede moment in de evangelietekst is het gebaar van de weduwe. Ik beleef dat als een soort eye-opener.

Jezus zit tegenover de offerkist en ziet hoe de mensen met de grote portemonnee er grote sommen geld in doen en hij ziet de mensen met de kleine portemonnee die er weinig tot niets in doen. Hij ziet een arme weduwe die geeft waar ze van leven moet. Als Jezus dat ziet roept hij zijn leerlingen er nog eens expliciet bij om hen te laten zien wat zij doet. Ook vandaag is ‘zien wat is’ een belangrijk thema. Alles geven waar ze van leven moest, ze geeft haar tekort, niet haar teveel, ze geeft niet van haar vermogen maar van haar onvermogen.

Misschien is de tussen haakjes zinloze gift van deze weduwe de eye-opener voor Jezus die zich mogelijk af vraagt wat voor zin het heeft wat hij aan het doen is. Vertellen over een God die het anders wil, een God die niet de rijken maar de armen naar de ogen ziet, een God die alle moeite wil doen om je ziende te maken, horende te maken en hij moet constateren dat zijn toehoorders en zijn leerlingen maar blind blijven en doof. Misschien is deze weduwe wel een troost voor Jezus die immers zijn leerlingen geen goede plaats kan geven in dat koninkrijk van God. Hij heeft geen rijk en geen vermogen, kan zich niet beroepen op grote prestaties, hij geeft zijn geloof in een God die het debacle niet opheft, hij zal niet wijken voor de machten en de krachten die hem de dood aan het kruis brengen omdat het beter is dat een man sterft voor het volk dan dat het hele volk eraan gaat. Hij weet niet of zijn leven zal bijdragen tot een betere wereld, zoals de weduwe niet weet of haar schamele bjjdrage er iets toe doet. Toch doen zij alle twee waar ze van binnen uit van overtuigd zijn.

 

Ik wil nu even naar de eerste lezing. Ook daar is sprake van een weduwe, met een zoon in dit geval, zij hebben nog voor een dag te eten. Ze woont in een uitgedroogd land, het leven is er dor en onvruchtbaar geworden, er is niets en ze sprokkelt nog wat dood hout bij elkaar om voor het laatst een koek te bakken. Je zult het maar zijn, volslagen leegte in een gebied waar de grens tussen leven en dood bereikt is. Je hebt niets meer, er is niets meer, je hebt niets meer op te houden, je hebt niets meer te geven.

Dan staat er die man, een vreemdeling voor haar en die waagt het om haar om drinken te vragen en die waagt het ook nog om het laatste restje van waar zij en haar zoon van leven moeten te vragen voor zichzelf. Wat is dat voor een man Gods, wat is dat voor een God die meer vraagt dan je te geven hebt?

En ook wat zijn dat voor mensen die dat dan ook geven. De vrouw uit het evangelie wordt niets gevraagd zij geeft uit zichzelf. De paar centen die ze heeft zullen haar niet in leven houden, het komt op iets anders aan. En de weduwe die door de profeet gevraagd wordt te geven wat ze heeft weet heel goed dat je in de woestijn van het leven op elkaar aangewezen bent, wie daar iets voor zichzelf houdt en daarmee het leven een dag langer rekt die komt bedrogen uit. Gastvrijheid is in de woestijn van levensbelang. Gastvrijheid is de scheiding tussen leven en dood.

Ik denk dat het in onze woestijn van individualiteit waar je het alsmaar moet maken en waar je alsmaar moet kiezen, van levensbelang is dat wij gastvrij zijn, de ander toelaten, ons verbinden aan mensen die ook maar mensen zijn, niet beter en slechter dan wij zelf zijn.

Ik vond en vind dit een moeilijk stukje evangelie maar het slot voor mij is dat ik hier te maken heb met twee berooide en tegelijk rijke vrouwen. De twee weduwen hebben mij door hun handelen een weg gewezen. Te geven wat je hebt aan rijkdom en armoede en te zijn wie je bent.