Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 10, 35 - 45

Door Jan Berger

Het onbegrijpelijke onderwerp van het lijden

Zoals ik hier zit lijkt de situatie wel op een beklaagde in een beklaagdenbankje, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik wist allang dat ik nu hier iets zou gaan zeggen, maar toen ik vanmorgen de dag overzag, realiseerde ik me ineens dat ik hier niet zo lang achtereen zou kunnen gaan staan op dit moment. Ik schrok daar eigenlijk wel van, maar vervolgens heb ik dit maar zo geënsceneerd als de vorm waarin wij bij elkaar mogen zijn en ik zal proberen, hoe onwennig ook, om een paar woorden daarbij te zeggen.

Laten we eerst maar eens beginnen met diep adem te halen, ik en U, en de lichte angst, die ons kan overvallen bij het luisteren naar dit evangelie, aan te kijken. "Jullie weten niet wat je vraagt": met die woorden worden deze jonge leerlingen op weg gestuurd. Het is immers duidelijk dat het op de achtergrond over het lijden van de Heer gaat. In het stukje vlak voor deze lezing van vandaag staat dat Jezus opnieuw op weg is naar Jeruzalem Als je dat ‘naar Jeruzalem gaan’ in de bijbel leest, weten de meesten van ons onderhand wel wat dat betekent. Dat is de grond. "Hij gaat voor hen uit", staat er, "en zij (de leerlingen en het volk) waren ontdaan". Ook de mensen die Hem volgden waren bang. Dat is het begin. Wat is hier toch aan de hand? De derde lijdensvoorspelling komt hier in dit stukje op ons af. Dat zal gebeuren, en deze voorspelling is misschien nog pijnlijker dan de eerste en de tweede, omdat hij dichter bij de waarheid komt.

Ik kies vandaag voor dit onbegrijpelijke onderwerp van het lijden. Het is zo dichtbij dat je er niet omheen mag. Mensen die hun lot op zich nemen weten dat. Hun toestand kan onmenselijk zijn. Luister maar goed. Er komt altijd eenzaamheid aan te pas, opgesloten raken zonder iets gedaan te hebben: onmenselijk. En er zijn ook in onze dagen mensen, die het kennen en meemaken. En dan staat er in de lezing van Jesaja – tot mijn verwondering en misschien zelfs een beetje tot mijn woede -: "Hier zit een besluit van de Heer achter". Maar dat kan toch niet? De Heer kan toch niet besluiten dat ik moet lijden? Want als Hij dat wel kan, dan ben ik mijn laatste hand ook nog kwijtgeraakt en ben ik nergens meer. "De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden", zo zegt Jesaja het. Er zit een besluit van de Heer achter, en toch kan dat niet. De denkwijze van en over Jesaja heeft zich ook in het Nieuwe Testament rond Jezus sterk doorgezet. Je kunt merken dat ze daar veel mee bezig geweest zijn. En hoe ik het ook lees, het blijft mij als onrechtvaardig in de oren klinken. Zo kan het niet geweest zijn, maar soms gebeurt het toch. Jesaja noemt het lijden niet alleen een vernedering, maar ook een vervulling, een volraken, de vervulling van een mens, zoals wij misschien ook bij de dood een dergelijke situatie zien. De dood heeft ook iets onrechtvaardigs: het is daar, waar de grenzen lopen. Het leven is niet af; het wordt vol. Dat is ook een waarheid, die wij kennen. En wij mensen zullen – zoals ook tegen de zonen van Zebedeüs gezegd wordt – in navolging van Jezus licht zien. Daar raak ik aan ons eigen leven. We laten het zo vaak onder elkaar klinken: licht zien, zo leven dat je het licht ziet.

Dat vragen de zonen van Zebedeüs misschien ook. Het zijn twee jonge mensen, want anders hadden ze zich niet gepresenteerd aan de hand van hun moeder. Ze zullen dus niet zo oud geweest zijn. Zij zitten met die vraag, want ze hebben gemerkt wat voor klimaat ze oproepen. Ze generen zich nogal voor het feit dat ze ermee zitten, maar ze hadden nu eenmaal beslist dat ze samen naar Jezus zouden gaan en konden dus ook niet meer terug. En zie, Jezus zegt geen abstracte dingen, maar zegt iets over hun plaats. Hij zegt iets over hun verhouding tot Hem. De overige leerlingen hadden zich blijkbaar al onder het volk gemengd, want er staat "Hij riep hen bij zich". Dan gaat Hij op hen in en zegt: "Concentreer je niet op de eerste plaats en op het alles in handen hebben. Probeer iets nieuws te vinden." En dan rolt de kern eruit: "Wie groot wil worden zal dienaar zijn en de eerste is aller slaaf." Het is opnieuw van die vreemde taal, en toch…

Dit is een mensbeeld. Ik ga straks van deze plaats weg en dan denk ik dat ik iets van een mensbeeld heb getracht open te vouwen in Jezus. Vriend van Jezus zijn zal altijd de kans in zich dragen dat jij ter verantwoording geroepen wordt. Dat is vriend van Jezus zijn. En vriend van Jezus zijn zal altijd de spanning tussen goede en kwade krachten oproepen. Daar waar jij bent zal het opgeroepen worden. Vriend van Jezus zijn en liefde in je dragen, die eindeloos is, daar gaat het om.

Ik kan eigenlijk maar één ding zeggen: wij moeten leren vertrouwen. Al deze dingen kun je niet kwijt, als je niet leert vertrouwen te hebben in het leven, in Hem en in jezelf. Ik geloof dat we daarin een stukje op weg zijn, maar ik mocht het vandaag nog een keer herhalen.