Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 10, 17 - 30

Door Hinnęni Peltenburg, gehouden op 15 oktober 2006

 

Uw wil te doen, Heer, is mijn vreugde. Uw wet staat in mijn hart gegrift

 

In deze lezingen komen mensen aan het woord die vragen stellen en antwoord krijgen.

 

1. De rijke man stelt een vraag: “Maak mij de weg van het leven bekend.”

In de vraag komt mijn verlangen open: ik wil leven. Wat is leven? Echt mens zijn en leven in liefde. Echtheid en deemoed. Gehoorzamen aan de Wet. Erkennen dat God Heer is van hemel en aarde.

Jezus vraagt Godgerichtheid te leven in de materialiteit: verkoop alles, en in de socialiteit: de verboden ‘je zult niet…’ hebben betrekking op het verkeer tussen mensen. Maar mijn zelfbehoud drukt zich uit in: hebben, waard willen zijn en in macht.

 

2. Jezus stelt een vraag: waarom noem je mij goed?

Het is Jezus’ verlangen dat het diepste verlangen van de mens wordt vrijgemaakt van zijn hebben, waard willen zijn en macht; zodat dit diepste verlangen zich kan incarneren, mens kan worden: de weg naar het leven; zodat het Godsverlangen ons verlangen ontmoet: het koninkrijk, Gods plan.

In het vragen opent zich mijn verlangen. Dit gaat niet op wilskracht, maar gebeurt in de mens die durft af te dalen naar zijn diepste zelf om tot een keuze te komen. Het is de lokkende beweging van de liefde: de liefdevolle blik van Jezus kunnen doorstaan en beantwoorden. Troost en troosteloosheid zijn kenmerkend: hij ging bedroefd heen. Het is de uitnodiging tot inzicht en zelfkennis, die verdergaat en niet stopt bij die ontdekking van jezelf. Het is de uitnodiging om dan verbindingen aan te gaan.

 

3. Leerlingen stellen een vraag: wíj hébben toch alles achtergelaten… wat nu?

Wat hebben de leerlingen achtergelaten, nadat Jezus hen in de ogen heeft gekeken?

1. de eigen wil: hun net, en Jezus vraagt nu Gods wil te doen;

2. de affectieve relaties: de boot met de anderen. Jezus belooft nieuwe vader, moeder, broers, zussen

3. geld: roeping van Levi. Alles achterlaten en Hem volgen.

Het woord van de Heer roept de leerlingen op een gebaar of een daad te stellen. Wat ik moet doen, of wat ik kan doen is: de weg van het leven gaan. Dat is de weg van het materiële naar het fundamentele, het wezenlijke, naar de kern gaan. Jezus nodigt uit los te komen van eigen liefde, eigen wil, eigen belang om vooruitgang te maken in een grotere kennis en liefde voor de Enige, die goed is. Hij wil dat ik een innerlijk vrij mens ben.

 

4. Ook wij stellen vragen, aan onszelf, aan elkaar…

Maak mij bekend wat de poort is die openstaat naar het leven van de komende wereld.

Het is een individuele, persoonlijke vraag, naar de weg van het leven en hoe die te gaan,

maar het is ook een vraag die wezenlijk belangrijk is voor de gemeenschap in haar geheel.

Leven is geen neutraal begrip, of een vanzelfsprekend bezit, maar is verbonden met de opdracht en de bestemming van de mens. Leven moet gedaan worden. De vraag: Maak mij de weg van het leven bekend, heeft twee kanten:

1. hoe moet ik leven om mijn leven tot een werkelijk, volwaardig menselijk leven te maken? Door welke richtlijnen moet ik mij laten leiden om een in de volle zin van het woord, “levend wezen” te zijn;

2. ook: hoe moet ik mijn leven in déze wereld vormen tot een leven van de kómende wereld,

tot een leven dat bijdraagt aan de realisatie van de komende wereld?

Het is een vraag van het individu, maar ook de vraag van de gemeenschap:

De fouten die de mens maakt, het onrecht dat hij begaat, hebben als consequentie dat daardoor relaties worden gebroken en levensmogelijkheden worden afgesneden. Als de gemeenschap niet functioneert volgens de richtlijnen van de Torah, volgens de geboden en de verboden; als mensen elkaar onrecht doen en zichzelf en elkaar opofferen aan oude en nieuwe afgoden, is er voor die gemeenschap dan nog een mogelijkheid tot leven? Ja, die mogelijkheid is er: omkeer! Kies het leven!

De Enige wil niet dat de mens aan het besef van zijn falen te gronde gaat: Hij wijst de mens zelf de weg terug naar het leven. Omkeer is mogelijk, vergeving wordt gegeven:

Jezus verlangt ernaar dat ik een innerlijk vrij mens ben. Vrijheid is de opdracht tot het zichtbaar maken van Gods grote droom: een wereld waarin de Algoede zou willen wonen.

Dit proces van vrijwording en voltooiing van de schepping gaat gepaard met pijn en leed. Maar dit proces kent ook stroomversnellingen: openingen, waarin knopen worden ontward en het leven ineens weer verder kan. Dit gaat gepaard met vreugde: het vertrouwen dat deze momenten nooit afwezig zullen zijn. Zich niet verheugen is gebrek aan vertrouwen en aan inzet. Wat we te bieden hebben is het fundamenteelste dat de Enige aan ons vraagt: Hem en zijn plan te beamen.

Vreugde leidt tot vieren; dat is vormgeven aan de vreugde en de dankbaarheid. Gaan wij ons daarom op onze vreugde bezinnen om tot vieren te komen? Of gaan wij ons bezinnen op ons vieren om in ons huidige groeiproces de vreugde niet te verliezen?

 

Onze geblokkeerdheid lijkt op een groot rotsblok op de weg, dat de doorgang belemmert.

De koning geeft bevel het rotsblok te verwijderen,

maar de mensen zeggen: “Heer, het blok is zo groot en zwaar,

het gaat onze krachten te boven om het weg te slepen.”

Daarop antwoordt de koning:

“Hakken jullie er dan in elk geval een klein stukje af;

dan zal ik komen en het hele rotsblok verwijderen.”