|
|
Preken: Marcus 10, 2 - 16
Door Koos van Etten
Samengaan van man en vrouw
Afgelopen maandag
hebben wij op de Open Dag al gekeken naar dit evangelie, wij
pastores en enkele anderen, van wie sommigen gehuwd zijn en anderen
ongehuwd. We hebben dit woord als tot onszelf gesproken beluisterd
en in het gesprek kwamen veel emoties los, omdat we ofwel herinnerd
werden aan het moeizaam samengaan van eigen ouders ofwel aan een
scheiding van goede vrienden en bekenden. We ervaarden de pijn
ervan. We zagen ook dat vaak de kinderen er het slachtoffer van
worden en het leed van de scheiding van hun ouders maar moeilijk een
plaats kunnen geven, omdat zij leven vanuit de eenheid. Zo pratend
ontdekten we, dat ook in het evangelie het uitgangspunt van de
Farizeeën de scheiding is, niet de eenheid. Ze vragen of het
geoorloofd is dat een man zijn vrouw verstoot; ze gaan in feite uit
van de feitelijke gebrokenheid.
Maar in het antwoord dat Jezus geeft gaat er op hen in vanuit een
heel ander gezichtspunt. Eerst vraagt Hij wat Mozes hen geboden
heeft. Zij gaven dan aan: Mozes heeft ons toegestaan…enz. Nee, zegt
Jezus, niet wat is toegestaan, maar wat is het uitgangspunt? Hij
haalt dan twee woorden aan uit Genesis over de schepping van de
mens. Aan de oorsprong ligt het verbond, het verbond dat God met
zijn volk aangegaan is en dat zich ontvouwt in de geschiedenis. Het
verbond krijgt gezicht in het verbond tussen mensen. Want wij,
mensen, zijn geschapen mannelijk en vrouwelijk, gelijkwaardig. Niet
de een is het bezit van de ander, maar beiden zijn bedoeld om een
dialoog aan te gaan en een wederzijdse betrokkenheid. Daarom is het
nodig, dat man en vrouw hun vader en moeder verlaten en een nieuw
echtpaar vormen om zo gestalte te geven aan de eenheid. Het huwelijk
is dan ook een gave en tegelijk een opgave: je mag elkaar ontvangen,
verwonderd zijn over de ander en hem of haar aantrekkelijk vinden.
Maar het is tevens een opgave om de ander werkelijk tot haar of zijn
recht te laten komen, en het anderszijn van de ander te accepteren.
Het samengaan van man en vrouw is een roeping, een genade die je
overkomt, maar tegelijk een opdracht.
Om deze eenheid te bevestigen, gaat het evangelie na het verhaal
over de roeping van man en vrouw in het verbond, in op de kinderen.
Deze vragen vanwege hun afhankelijkheid, dat ze beschermd worden,
dat ze omarmd worden en gezegend.
In het gehuwdenproject is ooit gezegd: de liefde is een weg, een
wordingsgang, maar soms is er geen weg. Soms lukt het niet het
project met elkaar vorm te geven. Waaraan ligt dat? Kijkend vanuit
de tekst kunnen we zeggen, dat het soms moeilijk is je vader en
moeder echt los te laten, want je zit nog zo vol ideeën en
verlangens hoe het verbond eruit zou moeten zien, dat je niet vrij
genoeg bent om je aan de ander te geven. Het kan ook zijn, dat je
juist bang bent om het anderszijn van de ander te accepteren en de
dialoog werkelijk aan te gaan, waardoor je de ruimte en de
creativiteit van de liefde niet durft binnen te gaan.
En wat dan? Zoek je dan naar een oplossing, maar op grond waarvan?
Aan de oorsprong van onze gemeenschap staat Nada, een gescheiden
vrouw. Zij had in haar leven te maken met een echtscheiding en stond
in feite alleen voor de taak van de opvoeding van haar kinderen.
Maar ze heeft het er niet bij laten zitten, vanuit haar overtuiging
dat God liefde is. Als God liefde is, dan moet het ook mogelijk zijn
die liefde gestalte te geven in een andere vorm dan in het huwelijk.
En zij is die weg gegaan; in de ontmoeting met p. Jan is haar de
vriendschap overkomen en hebben zij samen de ruimte en de
creativiteit van de liefde beleefd die verwonderlijk is en waarin
ruimte was voor velen. Op deze manier hebben zij het verbond dat God
bedoeld heeft voor zijn volk, gestalte gegeven.
Zo hebben zij laten zien en voorgeleefd, dat het mogelijk is dat
iedere mens - gehuwd of ongehuwd, vanuit een eenheid of vanuit
gebrokenheid - geroepen is en blijft om nieuw leven op te bouwen en
in te gaan op die spanning tussen mannelijk en vrouwelijk. Vanuit
ons samenleven van 35 jaar geschiedenis hebben wij ervaren, dat ook
wij die weg kunnen gaan en mogen wij leren met vallen en opstaan de
weg van de liefde gestalte te geven. Wij zullen het in onze tijd en
op onze manier moeten doen.
Ik besef dat ik geen oplossingen geef in concrete gevallen, maar
blijf uitgaan van wat aan de oorsprong van de schepping staat en aan
de oorsprong van onze geschiedenis. Een overweging op deze plaats is
ook niet geschikt om over oplossingen te praten. Maar de vraag is of
dit visioen ons mag blijven bezielen en ons mag bemoedigen in de
feitelijke situaties van pijn of gebrokenheid. En ook vanuit het
visioen dat aan de oorsprong ligt van deze gemeenschap: nu p.Jan en
Nada gestorven zijn, dat wij eruit mogen blijven leven.
|