Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 9, 38 - 48

Door Leonie van Straaten

God roept om ons, van dag tot dag!

Als ik de tijd neem om naar deze woorden te luisteren is het vrijdagmorgen 11 uur en weten we dat het leven van Nada de laatste uren is ingegaan.
Ik steek een kaarsje voor haar aan. De zon schijnt, het is stil in de Boerderij - wachten op de dood, een wonderlijke tijd van waken, de aandacht is geheel bij deze ene mens. Wat is toch de mens dat God aan haar denkt….
Het is de mens van wie God afhankelijk is - zijn schepping ligt in mensenhanden. Hij roept om ons van dag tot dag. En ieder mensenhart dat gewekt wordt om deze schepping verder te dragen naar een toekomst van vrede en recht, iedere mens die deze onrust toelaat om zich te laten leiden door Gods geest, is kind van God, mag zich geliefd weten.

Jezus (of Marcus, moet ik eigenlijk zeggen) heeft ons in de afgelopen weken laten zien wat het vraagt om niet alleen kind, maar ook erfgenaam te worden. Hij heeft als "zoon van de Vader" onder ogen gezien dat hij niet wil en niet kan wijken voor de tegenwerking die hij ondervindt: zijn getuigenis en zijn inzet voor een toekomst van Gods schepping moet doorgaan, al kost het hem zijn leven. De weg naar Jeruzalem is zijn levensweg, zijn bestemming.
Onderweg neemt hij tijd om zijn leerlingen te vertellen over dit naderende en onontkoombare einde. Maar zij begrijpen er niets van. Als hij de Messias is, dan moet hij juist niet dood. Het werpt al hun beelden omver. Dit hebben we de afgelopen weken kunnen horen.

Vandaag horen we hoe Johannes het woord neemt. Zijn woorden lijken op die van Jozua. Jozua en Johannes houden het volgeling zijn strak in de hand. Waar iemand optreedt die niet zichtbaar verbonden is met Mozes en Jezus, moet het optreden verboden worden. In onze oren klinkt dit enghartig, alsof mensen kunnen oordelen over elkaars geestkracht: die wel en die niet…
Mozes verzucht "hoe meer, hoe beter…"
En Jezus reageert ook in die kleur: "Wie niet tegen ons is, is voor ons."
Mozes en Jezus zijn beiden op hun plaats in de geschiedenis van God met mensen zo geraakt door deze God, dat Hij een naam en een gezicht kreeg. "Ik zal zijn die ik ben - als een vader".
Deze twee mannen Gods relativeren de enghartigheid van hun leerlingen, maar ze doen dit met een onverwachte radicaliteit.
Jezus zegt: "Wie niet tegen ons is, is voor ons": Wie brengt het op om zo te leven, zo vrij en zo duidelijk, met zoveel vertrouwen en zoveel zekerheid van de inzet van eigen leven?

Deze radicaliteit onderbouwt Jezus dan in die moeilijke verzen die volgen.
Het is geen pleidooi voor zelfverminking, dat mag duidelijk zijn.
Maar het is wel een pleidooi om radicaal te kiezen voor het goede, voor leven in de goede geest. En om alles wat je afhoudt van deze keuze te verwijderen.
In de tijd van Jezus en Marcus staan deze woorden in de context van vervolgd worden.
In onze samenleving ligt dit gelukkig anders. Maar is dan de radicaliteit van deze woorden onder tafel te schuiven?
Als iemand wordt geconfronteerd met ziekte, met een tumor, dan is hij meestal bereid om omwille van leven die te laten verwijderen.
Maar als je wordt geconfronteerd met kwaad in jezelf, met verslaving, met onverschilligheid of noem maar op, ben je dan in staat en bereid om hiermee af te rekenen?

Deze verzen confronteren ons met de uiterste consequentie van ons christen-zijn: als erfgenaam zal je niets bespaard blijven en je kunt jezelf ook niet sparen.
Jezus woorden "wie niet tegen ons is, is voor ons" roepen ruimte en ook mildheid op. Maar binnen deze ruimte gaat het voor hem om leven en dood. Daar staat hij in zijn leven, daar zullen de leerlingen staan, daar zullen alle volgelingen staan. Wie hem volgt staat altijd in de spanning van alles of niets, van echt leven of levend dood.

In 1983 riep Nada Jeroen en mij bij zich, ze sprak ons en onze generatie aan als Jozua, als een nieuwe beweging in de tijd. Alsof ze toen al de toekomst in onze handen wilde leggen. Nu na 20 jaar weet ik dat dit een vingerwijzing was, één van de velen, die ons veel geestkracht heeft gegeven. Maar ik herken ook in onszelf een soort enghartigheid zoals die van Jozua en Johannes: hoezeer waren ook wij overtuigd van deze vorm van geestkracht, deze ene vorm van 2 of 3 in zijn naam. Voor ons bleek het extra moeilijk om, gewekt door deze geestkracht ook open te staan voor anderen, voor andere werkvormen van geest. Het vraagt tijd en levenservaring om partner te worden, erfgenaam, samen met Christus!

De woorden van vandaag kunnen ons bemoedigen om op deze weg naar partnerschap je eigen radicaliteit verder uit te werken. Het is alles of niets. Jezus inspireert mij, ook in deze confronterende taal, om vrij in mijn levenskeuze te staan voor de opbouw van deze vindplaats van geloof. Maar een ander kan door deze tekst geïnspireerd worden om daadwerkelijk de kwetsbare mens te omarmen, een vluchteling op te nemen. Want er zijn vele vormen die Gods schepping toekomst geven.
Of je zeker weet dat je de goede weg kiest? Misschien wel nooit helemaal. Maar het is dan ook een weg, en steeds opnieuw zullen we de vraag moeten stellen hoe onze eigen radicaliteit bijdraagt in dat perspectief van een nieuwe samenleving, bijdraagt aan het realiseren van het rijk Gods. Want Hij roept om ons van dag tot dag.