|
|
Preken: Marcus 9, 30 - 37
Door Nel van Cuijk
"En hij zette een kind in hun midden"
Opnieuw horen we
vanmorgen dat Jezus met zijn leerlingen verder trekt om hen
onderricht te geven. Wat is dat voor onderricht vroeg ik me af. Want
we horen niets over hoe ze moeten preken b.v. of hoe ze zieken
zouden kunnen genezen en bijstaan of hoe ze duivels uit kunnen
drijven; ze zien het hem doen maar Jezus vertelt er verder niets
over.
Het enige onderricht dat zij krijgen is dat Jezus gedood zal worden
door mensen maar dat hij zeker weet dat God hem niet in de steek
laat. Hij zal opstaan, zegt Jezus, zoals hij even geleden dat
zoontje van de honderdman deed opstaan terwijl iedereen al dacht dat
hij dood was. Een onderricht over de paradoxen van het leven, over
het fiasco, over dat onbegrijpelijke waar je vergeefs een verklaring
voor zoekt, want er is geen verklaring. Het leven doet je soms
dingen aan waar je na lange tijd van kunt zeggen - soms: ik heb er
veel van geleerd.
Naar dat onderricht dat hij overgeleverd zal worden en weer opstaan,
hebben de leerlingen geen oren. Ze begrijpen het niet, zegt Marcus.
Ze willen het niet weten want ze vragen niets, ze kunnen de zin van
die woorden, dat onderricht, niet vatten, ze durven niets te vragen
daarover. Dat is toch niet zo vreemd want als iemand tegen mij
vertelt dat hij of zij kanker heeft en dat er niets meer aan te doen
is, dan heb ik ook niets te zeggen of te vragen. En als iemand mij
vertelt dat hij dit of dat wel moet doen maar dat het hem zijn leven
kan kosten, dat hij of zij daarvoor zichzelf opoffert, dan zeg ik
wel net als Petrus vorige week: dat zal niet gebeuren daar zal ik
toch met alle macht een stokje voor proberen te steken.
Het onderricht
stopt, de leerlingen zijn niet bij machte om Jezus te volgen.
Maar goed, als de leerlingen dan uit zichzelf aan Jezus niets weten
te vragen of te zeggen, dan keert Jezus zich naar hen, gaat op hun
niveau staan en vraagt: waar zijn jullie dan mee bezig, wat bezielt
jullie, wat is voor jullie van belang? Het vervelende is dat ze ook
daar niets op te zeggen hebben en ook dat kan ik me goed voorstellen
want je zegt toch niet zo gemakkelijk dat je bezig bent met je af te
vragen wie het belangrijkste is, het grootste, het invloedrijkste,
wie de beste papieren heeft om de baas te worden of toch op zijn
minst het dichtst bij de baas te staan.
Hoe kan Jezus deze zwijgende, stil gevallen, ontredderde mensen die
niets durven vragen en niet durven zeggen waar ze mee bezig zijn,
toch bereiken? Het lijkt erop dat de communicatie, het onderricht
totaal vastloopt. Een vertellende en vragende Jezus aan de ene kant
en aan de andere kant een groep leerlingen die niets anders kunnen
dan zwijgen.
Toch lijkt Jezus
te weten dat ze elkaar in de haren hebben gezeten over de vraag wie
van hen de voornaamste was. Want, zegt Jezus, als je dan die ambitie
hebt om de eerste of de voornaamste te zijn, dan betekent dat in
mijn ogen, in mijn rijk, dat je de dienaar bent van allen; het enige
gedrag dat bij mijn weg hoort is: anderen van dienst zijn.
"En hij zette een kind in hun midden", staat er dan. Aanschouwelijk
onderricht. Een totale ontmaskering van de vraag wie nu toch wel de
belangrijkste is. Want het is maar zelden dat een volwassene het
gevoel heeft dat hij moet concurreren met een kind; elke gedachte
aan hoog en laag, aan eerste en laatste valt weg bij het omarmen van
een kind. Een aantal jaren geleden deed ik mijn beklag bij Nada
omdat ik niet overweg kon met een karaktertrek van iemand; omarm het
zei ze, omarm die moeilijke trek in die ander. Ik vond het een
antwoord van niets maar later heb ik het toch maar eens geprobeerd.
Een kind omarmen is ook de ontmaskering van de gedachte dat je
jezelf moet opofferen, jezelf als knecht moet zien, en anderen van
dienst moet zijn. Door de ogen van een kind, door een kind te
omarmen krijgen die woorden een totaal andere betekenis. Tenminste
bij mij is het zo dat ik spontaan, van binnen uit, het als het ware
vanzelf doe. Een kind roept het beste in je op. De spanningen van de
paradoxen dood en leven, eerste en laatste, meester en knecht,
volwassene en kind, wij kunnen geloof ik van die spanningen bevrijd
worden door ze te omarmen.
Mijn broer vroeg mij enkele maanden geleden of ik
in de verrijzenis geloofde. Of ik geloofde wat Jezus zegt, dat hij
na drie dagen weer op zal staan? Ik heb toen gezegd: ik geloof niet
dat een lijk weer levend wordt; ik geloof wel dat sterven een nieuwe
geboorte is, een nieuw leven is in licht en liefde en vrede. Toen ik
met Leonie enkele weken geleden de kist voor pater Jan gereed maakte
zei Leonie: het lijkt wel of ik een wieg aan het klaarmaken ben. Ik
vond het zo mooi, ik ken de ervaring niet van een wieg gereed maken
maar dat sterven een nieuwe geboorte is, werd door haar beleving
voor mij nog meer waar.
En als het dan nu
de eerste zondag van de vredesweek is, wat kunnen we dan met dit
verhaal vandaag. In zijn onderricht zegt Jezus te kiezen voor de
geweldloze weg. Willen we vrede bewerken dan moeten we de moeilijke
vragen in ons leven niet doodzwijgen en evenmin in eindeloze
discussies trachten het gelijk aan onze kant te krijgen.
Omarm het leven in al zijn paradoxen, omarm het tot er vrede uit
voortkomt, vrede met jezelf, vrede met het leven. En geloof me: dat
is een strenge, gedisciplineerde weg.
|