|
Preken: Marcus 8, 27 - 35
Door Jan Rooijakkers
Leven van
consumptie naar consumptie òf leven vanuit perspectief
Hier sta ik op een plek waar Gods woord en onze
realiteit ook nu weer elkaar willen raken. Ik sta hier a.h.w. tussen
hemel en aarde. Ik sta hier vanuit het schrijnende bewustzijn dat
onze wereld en onze tijd ziek zijn van oppervlakkigheid, van
platheid van leven: men leeft van de ene consumptie in de andere en
het eigen welzijn staat voortdurend voorop. Zo kijk ik ook naar dit
zojuist gelezen evangelieverhaal.
We zijn hier bij
een cruciaal moment in Jezus' leven: hij is vanaf het meer van
Genesaret naar het noorden getrokken, en nu in Caesarea van Filippus,
in het hoge noorden van Israël, aan de rand van Israël, keert hij om
en hij gaat op weg naar Jeruzalem, het centrum van zijn volk, van
zijn land. Hij ziet dat zijn roeping in Jeruzalem vervuld wordt, dat
hij zal lijden, dat de leiders van het geloof hem niet accepteren,
en ook ziet hij dat zijn Vader Hem zal blijven dragen door alle
verwerping heen.
Dit moment in
Caesarea van Filippus is tegelijk ook een cruciaal moment voor zijn
leerlingen: bij monde van Petrus zeggen zij openlijk: wij zien in
jou de Christus.
Je hoort in Jezus'
woorden bijna de klank van Jesaja: de Vader roept me op die weg, en
ik ben niet teruggedeinsd!
Meteen er bovenop het woord van Petrus; hij deinst wel terug, hij
zegt: "Heer, dat nooit". Jezus op zijn beurt reageert bijzonder
heftig op Petrus - nergens in het evangelie wordt die heftigheid
geëvenaard: "Ga weg, Satan!"
De kern is daar niet dat "weg, jij"; ik hoor Jezus roepen: 'kijk
verder dan je mensenverstand'.
Als mens kiezen we
voor een droom, voor een visioen, voor iets moois. Niet voor
verwerping.
Petrus verzet zich tegen de levensweg die Jezus als de zijne
schetst. Dat is een heel natuurlijke reactie. Hij hoort het woord
'verrijzen' niet, of hij begrijpt nog niet wat dat woord betekent.
Het telt voor hem niet.
De leerlingen hebben juist hun geloof uitgesproken in Jezus, en pal
daarop horen ze hem spreken over lijden en dood; zij zeggen: 'Neen!
Zo niet'.
Wij staan in een
realiteit die ons als een huid omgeeft met flarden zonneschijn en
vrede, hier en daar, en met revolutie, vluchtende massa's, honger en
de bijna hopeloze strijd daartegen. Midden in die realiteit kunnen
we steeds weer kiezen tussen 'geniet van onze welstand', én 'ga in
de startblokken voor een betere wereld voor jezelf en voor hen die
het slechter hebben'. We kennen uit de geschiedenis en onze eigen
tijd heiligen als moeder Teresa, en strijders als Steve Biko. We
hoeven niet ver weg te kijken. Ik kijk naar jullie. Oh, ik bedoel
niet te zeggen dat ik ieder van jullie voortdurend voor ogen heb als
bron van inspiratie; dan zou ik liegen Maar mensen die bereid zijn
om een druppel op de gloeiende plaat te zijn, zijn wel dichtbij.
Aan die kant van een betere wereld is Jezus gaan
staan toen hij omkeerde en naar Jeruzalem ging, zijn kruis oppakte,
en zijn leerlingen heldere wijn schonk over zijn levensweg.
Petrus kwam op dat
moment in Caesarea in een crisis. Hij moest zijn
vanzelfsprekendheden loslaten; hij moest tot een dieper verstaan en
tot een diepere keuze komen. Hij begint later zijn eerste brief met
de woorden: "Gezegend God, want wij werden tot mensen van hoop
herboren door de verrijzenis van Jezus Christus" (1.Ptr.1,3). Hij
was 'herboren tot mens van hoop'. Zijn nieuwe ervaring was in
Caesarea begonnen.
Ik kijk even terug naar mijn afgelopen week op Emmaus. Ik zie mensen
voor me met de keuze die zij maken:
Een vrijwilliger meldt zich aan, en als hij dan op Emmaus alles
ziet, zegt hij: "Ik zie toch liever iets anders dan ellende! Daar
kan ik niet tegen."
Dezer dagen in een gesprek maakte ik mee hoe een vluchteling niet
meer naar voren kan kijken, alleen nog het nu kan verdragen. Dan is
er iets in je geblust, voorbij. Dat is ook een oppervlakkigheid, een
niet meer bij een perspectief kunnen komen. Nog veel pijnlijker.
Ik geef misschien
voorbeelden van uitersten. De werkelijkheid van de meesten van ons
zal wel ergens in het midden liggen. Hoe dat ook is, er klinkt een
oproep tot herboren worden, tot opnieuw gaan kijken. Je kunt achter
je kleine horizon - met Jezus - die echte horizon van leven en
schepping accepteren.
Het is een roep. Dat kun je niet inzien, daar moet je een sprong
voor wagen.
Wat je wel kunt
doen is: goed om je heen kijken.
Ik zie mensen die een druppel op die gloeiende plaat van onze wereld
durven zijn. Dat zijn de mensen die lichtpunten zijn, die het schip
steeds maar weer net voor de wal keren en vlot trekken. Mensen die
niet met een boog om het kruis heengaan. Zulke mensen worden niet
ongelukkig van alle moeite.
Zo kijken bemoedigt me. Leven is weet hebben van de vragende God en
Vader die je lokt om door het vaak moerasachtige van de realiteit
naar Hem toe te komen.
Dit is die moeilijke zin: wie zijn leven verliest
aan het evangelie, redt zijn leven, redt vele levens.
|