Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 7, 31 - 37

Door Irene Suasso

Ga open!

Zowel in de eerste lezing als in dit evangelieverhaal is er sprake van een bevrijding uit ballingschap. Jesaja schetst ons een beeld van een Messiaanse tijd die ooit zal komen als wij door God worden thuisgebracht. En in het verhaal van Marcus geneest Jezus een dove en stomme man die hierdoor verlost wordt uit de eenzaamheid, de ballingschap, die veroorzaakt werd door zijn handicap, door zijn onvermogen om te communiceren.

Nu kun je dit verhaal van Marcus lezen als een verslag van een wonderbare genezing die ooit door Jezus is verricht. Maar we kunnen ook proberen ons mee te laten nemen door de onderliggende symboliek, die ons misschien ook nu nog iets te zeggen kan hebben.
Wij leven in een tijd met een overvloed aan communicatiemogelijkheden. We kunnen op ieder moment van de dag met wie dan ook, waar ook ter wereld, alle mogelijke informatie uitwisselen via mobiele telefoon, internet, s.m.s.-jes enzovoort. En daar is op zich niets mis mee. Maar als we oog in oog met iemand staan dan blijkt het toch niet makkelijk te zijn om werkelijk goed te spreken en te luisteren. Er is onder ons ook veel doofheid en stomheid.

De doven onder ons zijn niet altijd de mensen die niets zeggen. Vaak zijn het juist mensen die zelf oorverdovend veel praten. Ze zitten vol met meningen, waarheden, ervaringen die ze constant willen delen met wie er ook op hun weg komt. Of die ander daar op zit te wachten doet er niet toe. Ze horen ook niet echt wat de ander aan feedback geeft en ze zijn zich niet bewust van het effect dat door hun woorden bij de ander teweeggebracht wordt. Ze kunnen daardoor soms ook heel kwetsend zijn. Deze mensen communiceren niet echt, maar ze oreren. Er ontstaat geen over en weer tussen hen en hun toehoorders die dus ook geen gesprekspartner kunnen worden. Hierdoor zijn deze mensen in feite eenzaam. Er is een stille eenzame leegte in henzelf. De angst daarvoor doet hen echter juist zoveel praten en waarheden en zekerheden verkondigen. Een ieder die daar doorheen probeert te breken houden ze van zich af. 'Ik weet zelf wel wat goed voor mij is'. Ze worden onaanraakbaar.

Misschien was de dove man in het verhaal van Marcus wel zo iemand. Wat overkwam hem dan toen hij bij Jezus werd gebracht? Jezus nam hem mee naar een rustige plaats en raakte deze onaanraakbare aan. Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zocht vanuit zijn eigen innige relatie met God naar intimiteit met deze man door hem aan te raken in zijn gebrek, in zijn kwetsuren, zijn oren, zijn tong. En met een diepe zucht zei hij: 'Effeta, ga open!' En deze zucht, waarin liefde en mededogen meeklinken, raakte deze man diep in zijn stille eenzame binnenste. Het is alsof hem nieuw leven wordt ingeblazen. En hij gáát open. Langzaam maar zeker gaat hij gewoon praten, contact maken, en hij hoort wat de mensen terugzeggen, teruggeven: stukjes van zichzelf en stukjes van hémzelf.

Er zijn onder ons ook mensen die eerder stom zijn dan doof. Dit zijn mensen die juist veel horen en zien. Ze zijn gevoelig voor onzuiverheden in de communicatie en zien en horen goed waar het mis gaat. Ze ervaren vaak dat mensen niet handelen naar wat ze met de mond belijden en raken daardoor in verwarring. 'Moet ik nu mijn oren of mijn ogen vertrouwen?' Ze vinden het moeilijk om te delen wat ze horen, zien en ervaren, omdat ze gemerkt hebben dat mensen daar meestal niet op zitten te wachten. Er zit toch vaak iets van kritiek in, en mensen worden liever niet aangetast in hun zekerheden. Als ze het al eens proberen krijgen ze te horen dat het niet waar is wat ze zeggen, en dat ze zich er niet mee moeten bemoeien. Zo worden ze monddood gemaakt. Ze durven steeds minder te zeggen, gaan twijfelen aan zichzelf en weten niet wie ze nog kunnen vertrouwen, naar wie ze nog kunnen luisteren. Ook zij raken daardoor eenzaam en onaanraakbaar.

Misschien was de doofstomme man in het verhaal van Marcus wel zó iemand. En ervoer hij de liefdevolle aanraking van Jezus als een gekend zijn in zijn eenzaamheid, in al zijn onuitgesproken woorden, en het in een zucht uitgesproken 'Effata!' als een uitnodiging om wérkelijk open te gaan, níets meer op te potten, het er allemaal uit te gooien! En hij merkte dat hij de kracht kreeg om te spreken, en wat hij hoorde en zag te delen met de mensen om zich heen. En hij ontdekte dat je, door mensen feedback te geven, hen aan zichzelf terug kunt geven, en vond zó ook zichzelf terug. Voortaan kon hij een bijdrage leveren aan het op gang brengen van een manier van communiceren die gemeenschap schept.

Zo'n communicatie die gemeenschap schept móet wel geloofscommunicatie zijn. Het is een communicatie die veronderstelt dat we ons laten aanraken door God, die altijd de derde aanwezige is, en dat we ons laten aanraken door elkaar. Alleen zó kunnen we opengaan voor elkaar. Bij geloofscommunicatie is er geen sprake van uitwisseling van informatie ten einde een bepaald doel te bereiken. Er is geen ander doel dan het scheppen van relatie, van gemeenschap. Dat betekent dat je altijd probeert te spreken vanuit wat je bezielt, vanuit wíe je bezielt, en te luisteren naar wat de ander op het hart heeft. Bij geloofscommunicatie kun je op verhaal komen en is er ruimte voor ieders persoonlijke verhaal. Die verhalen worden niet ondergeschikt gemaakt aan een bestaand verhaal, maar al die verhalen samen vormen een gemeenschappelijk verhaal, dat zo steeds weer verder wordt verteld: het verhaal van God met mensen.

Natuurlijk lukt het ons niet altijd om op deze manier te spreken en te luisteren. Maar waar het wél lukt, waar het gaat stromen tussen mensen, daar is het alsof er al een stukje zichtbaar wordt van de Messiaanse tijd zoals die door Jesaja wordt beschreven. Dat ervoeren ook de mensen die de doofstomme bij Jezus brachten. Zij zagen wat er tussen hem en Jezus gebeurde en werden zelf óók geraakt. Zij gingen zelf óók open. Open voor een andere werkelijkheid, een andere waarheid. Zij konden niet anders dan het overal rondvertellen: 'Geweldig wat Hij gedaan heeft, doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken'. Waarbij ze bewust taal gebruiken die lijkt op die van Jesaja, om zo aan te geven dat in Jezus het Messiaanse, het einde van de ballingschap, werkelijkheid wordt. Zij gingen zien wie Jezus was.

En wij, hier en nu in deze ruimte, wij breken en delen straks het brood en drinken van de beker, opdat wij ons herinneren wie hij was. Opdat wij zullen opengaan, voor elkaar en voor ieder die op onze weg komt.