|
|
Preken: Marcus 7, 31 - 37
Door Nel van Cuijk
Luisteren
Ik ben het van harte eens, Frans, met wat jij
citeerde van Erik: het is onze eigen verantwoordelijkheid of dat
lichtje in ons branden blijft. Maar als je dat niet kunt, als je om
wat voor reden dan ook die verantwoordelijkheid niet aankunt, wat
dan? Ze brachten een dove bij Jezus, die ook haast niet spreken kon.
Uit de medische wereld weten we dat dit vaak samen gaat: wie niet
kan horen kan ook slecht spreken. Daarmee is doofheid een groot
struikelblok in de communicatie. Op medisch gebied wordt er dan ook
alles aan gedaan om mensen te kunnen laten horen en spreken, en als
dat helemaal niet gaat leren de doven gebarentaal, opdat ze toch
zouden kunnen communiceren en niet geïsoleerd zouden zijn, verstoken
raken van menselijk contact en overal buiten vallen.
In de wereld van de psychologie speelt doofheid
ook een grote rol. We kennen allemaal de uitdrukking "Oost-Indisch
doof zijn" voor iemand die zich voor doof houdt. Dat is dus geen
lichamelijk gebrek, maar een psychische blokkade, en daarom hoort
iemand niet. Ik hoor mezelf en ook velen van jullie regelmatig
zeggen "dat gezeur en dat gepraat, ik kan het niet meer horen en ik
wil het niet meer horen". Ook komt het voor – ik ken dit althans, en
jullie misschien ook wel – dat we zo woedend, zo boos zijn op deze
of gene, zo vol wrok, dat we niets meer kunnen horen. En wie vol zit
kan ook bijna niet meer spreken. Sommigen slaan helemaal dicht en
verstommen, terwijl anderen alleen nog maar kunnen schreeuwen, en
ook dat kun je nauwelijks nog communicatie noemen. Het resultaat
hiervan is voor deze mensen hetzelfde als voor die andere doven: je
raakt geïsoleerd en vereenzaamt. Het gevolg daarvan is meestal dat
je nog bozer wordt en dus nog dover. Gebarentaal helpt hier niet en
een gehoorapparaat al evenmin. Misschien zou schreeuwtherapie
helpen.
In de wereld van
de bijbel speelt horen ook een grote rol. Het belangrijkste gebod is
"Hoor, Israël, luister; luister naar Mij, en het zal je goed gaan".
En het volk zegt dan ook "wij zullen doen en horen, wij zullen horen
en doen". En net zoals een van zijn profeten klaagt ook God zelf het
volk aan en verwijt hen dat zij hun vingers in de oren steken en Hem
niet willen horen, zodat Hij hen niet kan genezen. En Paulus zegt:
"Geloof, je moet ervan gehóórd hebben. Hoe zou je anders tot geloof
kunnen komen?" En ook in de eerste lezing hoorden we Jesaja al
zeggen dat het moment, waarop God zich manifesteert als redder, het
moment is, waarop doven zullen horen, blinden zullen zien en stommen
zullen jubelen over Gods grote daden.
Dat teken van
vandaag is dus niet zomaar iets. Het zo, om wat voor reden dan ook,
verstoken zijn van communicatie, het zo verstoken zijn van
menselijke verhoudingen maakt dat een mens eigenlijk geen mens kan
zijn. Alles wat een mens tot mens kan maken is dan immers verstoord:
zijn relatie met anderen, zijn relatie met zichzelf en zijn relatie
met God. Alles zit dan op slot. Misschien is dat ook de reden dat
Marcus er heel erg uitgebreid aandacht aan besteedt en het niet
zomaar even in het voorbijgaan laat gebeuren. De mensen die de dove
bij Jezus brengen weten blijkbaar wat dat betekent, want ze vragen
Jezus met veel aandrang vragen zij Jezus of Hij deze man de handen
wil opleggen. Ook zo’n mooi gegeven is dat Jezus de man "apart
neemt": weg uit de kring, weg uit datgene waar je als dove niets aan
hebt, weg uit die situatie die het alleen maar schrijnender en
pijnlijker maakt dat je doof bent. En dan het aanraken: alles wat zo
vast zit, de oren en de tong, wordt door Jezus aangeraakt en
losgemaakt. Jezus laat hem voelen wat hij niet kan horen: contact,
weg uit het isolement. Vervolgens het gebed, twee woorden – of
eigenlijk in het Grieks slechts één woord, één gebed: "effeta".
Soms – ook dat weet ik, en misschien ook U, uit
eigen ervaring – kan een woord, een gebed of een gebaar zó inbreken
dat je hele leven verandert. Als dat gebeurt weet je als mens – en
weten ook je omstanders – dat er hier iets bijzonders aan de hand
is, en dan zingen ze dat prachtige lied "Alles heeft Hij welgedaan".
Eigen
verantwoordelijkheid kan soms betekenen dat we elkaar ergens
brengen, waar we open zouden kunnen gaan, opdat we die
verantwoordelijkheid op ons nemen. Misschien is dat wel iemand
brengen naar de beste specialist of teruggaan naar je eigen vader of
moeder. Wie weet waar je iemand naartoe moet brengen, maar luister
goed, opdat je dat weet. Gisteren hoorden we van Kuuk dat het
vandaag ziekenzondag is. Wij hebben vele zieken onder ons, ernstig
zieken, en wat we zeker kunnen voorkomen is dat zij geïsoleerd
raken, helemaal alleen buiten de kring, en vereenzamen. Er is op het
ogenblik één groot licht – de meesten van jullie hebben het in
"Informatief" kunnen lezen: Maarten-Paul is terug bij zijn ouders,
terug thuis. Daarom vind ik dat we nu na deze viering dat lichtje
van Maarten-Paul weg kunnen halen, want, zoals Nico en Annie het
schrijven, "je moet het geheim van de koning verzwijgen, maar Gods
wondere daden moeten verkondigd worden over de gehele wereld".
|