|
Preken: Marcus 7, 1 - 8, 14 - 15, 21 - 23
Door Jan Rooijakkers, gehouden op 3 september 2006
Gods Wet is: leef vanuit je hart
Vanuit de beide lezingen wil ik slechts twee korte kernen laten
oplichten, om van daaruit ons wederwoord te zoeken.
- “Luister Israël – Sjema Israël” – het woord
van Mozes, dat zo centraal kwam te staan in de geschiedenis van het
volk Israël
-
“Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij” -
een hartenkreet van Jezus naar de leiders van ditzelfde volk, zijn
volk.
Sjema Israël.
Peter Schilling, Pius Drijvers, Niek Werkhoven,
Martin Buber in zijn ‘Chassidische vertellingen’, zij hebben zo vaak
uitgelegd hoe deze oproep de spiritualiteit van het volk kleurde.
Als het ware de studiepijler van Israël. Ruimte scheppen om
te proeven en te smaken wat het spreken van God betekent, dat is de
kern van de Wet, wij zouden kunnen zeggen van ‘de missie’.
Dat
luisteren, de inzet om te ‘verstaan’ vraagt de stilte van de
overpeinzing, dat “nachten lang lig ik wakker van U, wakend en
dromend denk ik aan U” – zoals zo markant staat verwoord in psalm
63.
Pas
het werkelijk toegenegen zijn, het neigen van je oren naar het Hart
van de Heer maakt dat de antennes van de ziel aangescherpt worden en
dat ze de geluiden van de hemel kunnen opvangen, de taal van de Heer
kunnen verstaan.
Dit volk eert mij met de lippen,
maar hun hart is ver van Mij .
Het
stuit Jezus tegen de borst als hij de farizeeën overijverig, haast
bezeten ziet strijden voor Gods zaak, maar met lege hulzen, voor
buitenkantzaken. Het gaat hem over zijn visioen en bezieling: dat
God ‘vader’ is. In beelden en woorden drukt Jezu8s voortdurend dat
visioen uit:
de
vader die de verloren zoon om de hals valt en hem kust;
de
vader die hem ertoe brengt ‘te eten met tollenaars en zondaars’;
Jezus
weet van zichzelf: ‘ik ben gekomen om te redden wat verloren loopt’;
voor
hem is God degene ‘die de kwijnende vlaspit niet dooft en het
geknakte riet niet breekt’;
Jezus
eindigt zijn leven met op zijn lippen de woorden: ‘Vader, vergeef
het hun want zij weten niet wat ze doen’;
tot
die Vader kan hij zeggen:‘In uw handen beveel ik mijn Geest”; bij
Hem is hij thuis; voor hem is het nooit een vraag of Gods oordeel
wel genadig zal zijn, goed uit zal vallen;
Jezus
zegt dat ‘geen jota van de wet weg mag vallen’, omdat voor hem de
wet regelrecht het hart van zijn vader vertolkt. De wetten en regels
zijn geen regelingen, maar lijnen vanuit Gods hart naar mij; ze zijn
niet koud maar het zijn juist ‘warmtegeleiders’.
Zo luistert hij, en zo vraagt hij ons te
luisteren: met het hart van ‘Sjema Israël’ en niet een hart dat met
uitleg over uitleg en met opeenstapeling van overlevering op
overlevering alle nabijheid tot surrogaat verdunt – uit angst het
wel goed gedaan te hebben. Jezus leeft vanuit tedere warmte met zijn
Vader.
En
wij?
Ik
denk dat we dit wel hebben verstaan.
We
kunnen het vertalen naar eigen leven, naar onze eigen tijd. Daar
komen we chaos tegen en de spanning tussen oud en nieuw:
De
chaos, de verwarring, de schreeuwreclame,
de versnipperende afleiding, zelfs de herrie van oorlog, van
kanonnen en moord en doodslag kunnen je ziel niet slecht maken. Het
verwart, vergiftigt, bezoedelt, verduistert jou en de wereld en jouw
hart pas door je reactie. Niets wat van buiten komt bevuilt.
Ook hebben wij een eeuwenlange weg van
overleveringen en tradities, van vrome voorvaderen en
christelijke kerken. En hoe verleidelijk blijft het om wat we gewoon
gewend zijn goed te noemen, en wat we niet gewend zijn slecht. Hoe
vreemd is het om wat je ouders voor kostbaar houden, zelf los te
laten. Onze tijd is snel in alle mogelijke ontwikkelingen en
veranderingen. Niet bij te benen. En we zien ook een snelle
opvolging van de generaties die telkens weer nieuw denken en vinden
dat…– om een voorbeeld te noemen –bidden aan tafel niet hoeft. Je
kunt aan allerlei terreinen denken: er is een andere gebedstaal
mogelijk of noodzakelijk; we zien nieuwe relatiepatronen, een ander
gezagspatroon, een ander wereldbeeld enz. En dan is daar de nieuwe
nabijheid van andere culturen zoals die van moslims, kleurlingen,
vluchtenden. Ook hier – wel een beetje anders dan bij de chaos –
dingen die eigenlijk van buiten naar ons toekomen!
Hoe je diep in je hart reageert op de
dingen die binnenkomen, dat bepaalt je kwaliteit, daar worden de
dingen dan ‘van God’ of ‘uit den boze’. Je hoeft niet de woestijn in
te vluchten of het klooster in, of de wereld uit, om gered te
worden, zegt Jezus, maar wel ‘Sjema’, luister naar je hart, leg je
oor in grote tederheid te luisteren aan Gods hart, totdat je vanuit
Gods hart een antwoord verstaat. Gun je daarvoor ruimte.
|