Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 6, 30 - 34

Door Koos van Etten, gehouden op 23 juli 2006

 

Zien, bewogen worden en handelen

 

Het begin van het evangelie haakt aan bij het verhaal dat we vorige week hoorden. De twaalf leerlingen waren uitgezonden en komen nu terug naar Jezus. Zij zijn Jezus’ medewerkers–in-de-dop en brengen verslag uit van hun eerste stage: alles wat ze gedaan en geleerd hebben. Daarop zegt Jezus: Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Hij neemt ze mee naar een afgelegen plaats; we kunnen daarbij denken aan een periode van vakantie of rust. Maar ik denk eerder aan een soort heidag, zoals ons bestuur kan doen of een managementteam. Een dag van afzondering en bezinning, om dieper bij elkaar te komen en het werk af te stemmen op hun eigenlijke missie. Hier staat dan niet het woordje hei of bos, maar een eenzame plaats of woestijn dat doet denken aan de exodustocht door de woestijn. Het belangrijkste van die exodustocht was, dat het volk bij de Sinaļ luisterde naar de Thora, naar de Tien Woorden van God en die zouden gaan doen. Die heidag of woestijndag van Jezus met zijn leerlingen is daarom – denk ik - bedoeld om weer bij de Bron van het leven te komen, om met elkaar te luisteren naar de stem van God in wat er gebeurd is en om te weten wat hun opdracht zal zijn naar de toekomst.

Maar ze komen niet zover. Want als Jezus met zijn leerlingen in de boot stapt, trekken duizenden andere mensen erop uit, Jezus achterna. Zij doen dat over land, te voet en hebben die moeite ervoor over. Als Jezus dan uit de boot stapt en heel die menigte ziet, staat er dat hij diep ontroerd werd, omdat zij waren als schapen zonder herder en hij begon hen uitvoerig te onderrichten. Diep bewogen worden: er staat in het Grieks een woord dat te maken heeft met ingewanden: het gebeurt van binnen, heel lijfelijk. Het is een gewoon Grieks woord, maar opmerkelijk is dat dit woord door de evangelisten Marcus, Matteüs en Lucas alleen gebruikt wordt voor Jezus, om zijn bewogenheid aan te geven. Waarom? Omdat er in zijn doen en laten Góds bewogenheid doorkomt. Het heeft met God van doen. Jezus ziet dat die mensen alle moeite gedaan hebben om hem te volgen en hij wordt geraakt, omdat hij beseft hoe verloren zij lopen, zonder voorganger, zonder leider. Dat is een woord uit de Schrift: ze zijn als schapen zonder herder.

Luister maar naar de eerste lezing. Daarin verwoordt de profeet Jeremia de pijn van God over de toenmalige ‘herders’ of leiders van het volk: Wee de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen. Die woorden klinken als een verwijt en dat gevoel ken ik. Ik wil niet verdoezelen dat in onze tijd veel leiders – maatschappelijke of kerkelijke leiders – hun verantwoordelijkheid niet op zich nemen of misbruiken. Dat verwijt kan dus net zo goed onszelf treffen.

Maar kijken we weer naar Jezus, dan zien we hoe hij zich laat raken door al die mensen die verloren lopen en – staat er - hij gaat ‘langdurig’ onderrichten. Wąt hij zegt, staat niet vermeld, alleen dat hij ‘veel dingen’ zegt. Misschien is het even warm als bij ons in de afgelopen dagen, maar hij kent geen tijd en gaat door tot de avond. We mogen veronderstellen dat hij heel creatief op hen ingaat en hen raakt met zijn verhaal over het rijk van God. Daar is hij vol van: die droom van God. Dat deze groep mensen verzameld worden, bijeengebracht, thuis gebracht worden bij God en bij elkaar. Want God is al vanaf de schepping bezig een verbond aan te gaan met ons, mensen.

Daarbij voelt Jezus dat hij geroepen wordt om die ‘herder’ te zijn, die voorganger voor zijn volk, zoals eens Mozes, David. Een herder, dat is het beeld van een ‘eenzame mens op de grote stille heide’, met als opdracht dag en nacht te zorgen voor de kudde en te zoeken naar leven. Voor zo’n herder is het gepast om te luisteren naar de stem in zijn geweten en zijn  individuele verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zo’n ‘herder’ is in Gods ogen blijkbaar de ideale voorganger: iemand die durft te leven met God, met Hem in dialoog te gaan en op te komen voor wat hij ziet als recht en gerechtigheid, voor eenheid en vrede.

Die heidag of woestijndag van Jezus met zijn leerlingen is dus anders verlopen dan verwacht, maar Jezus geeft zijn leerlingen wel een inkijk in de manier waarop hij voorgaat, door te zien, bewogen te worden en te handelen. Dat geldt ook voor zijn leerlingen toen en nu. Ook wij kunnen met hem meevoelen en ons laten raken door wat er om ons heen gebeurt. Misschien horen wij bij die mensen die verloren lopen en verzameld willen worden; anderen willen een herder zijn en opkomen voor waarin zij bewogen worden. Sommigen maken een exodusperiode door en anderen trekken met hen mee door hun kwetsbaarheid te laten zien; of weer anderen voelen mee met al die mensen die deze week in Libanon of Israėl door oorlog en geweld getroffen worden.

Op dit moment worden we geraakt door het woord van Jezus en laten we ons verbinden door hem die onze Herder is, en gaan we in  op zijn uitnodiging met hem aan tafel te gaan.