|
|
Preken: Marcus 6, 1 - 6
Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 9 juli 2006
Vanuit een bepaalde verwachting leven houdt het risico in te worden
teleurgesteld
Vandaag moet ik een keuze maken uit een drieluik. Met mijn hart word
ik het meest getrokken naar het middentafereel: Jezus, met zijn
leerlingen op Sabbat in de synagoge. Maar er zijn ook nog twee
andere kanten: Ezechiël met zijn boodschap namens de Enige en wij
zelf hier en nu.
Ezechiël spreekt vanuit de Ballingschap tot zijn geloofsgenoten in
Jeruzalem. Hij is priester van professie en profeet wegens roeping.
Bij hem verloopt deze combinatie niet zo eenvoudig. Hij heeft de
Enige ervaren en die ervaring is de dynamiek, de Geest, waarmee hij
op weg gaat; van daaruit spreekt hij.
Eerder nog wordt hij aangesproken en bemoedigd, zoals in de verzen
van vandaag te lezen valt:
“Mensenkind – Zoon van Adam… Ik ben de Heer je God. Ik zal met je
zijn!
Marcus laat zien dat Jezus voortdurend in beweging is: Hij gaat
vandaar weg, zijn vaderland in, de synagoge in… om daarna weer
verder te trekken. Iemand, de Vader, laat Hem geen rust, zoals er
staat: “Want door de Enige leven wij, bewegen wij en zijn wij!”
(Hand. 17, 28). De Geest brengt dynamiek, beweging, brengt machtige
daden tot stand. Welke Geest bezielt Jezus, de toehoorders, de
leerlingen? Wat zijn de vruchten? Verbazing, verwondering, scepsis?
Kan de Enige zijn Geest nog steeds meedelen? Vindt de Geest een
plaats zoals in het eerste scheppingsverhaal, om iets nieuws te
beginnen? God schept niet uit het niets, maar Hij ordent de chaos,
onze chaos; Hij ademt over onze wereld, over onze gemeenschap hier
zijn Woord; Hij maakt ons tot mensenkinderen: zonen van Adam.
Ik wilde lang bij Jezus zitten, daar in de
synagoge; ik wilde Hem aankijken en Hem aanraken, al was het
misschien alleen maar de zoom van zijn kleed. Deze nieuwe zoon van
Adam komt thuis in het land en in het huis van de Vader, met een
opdracht. “De Mensenzoon is niet gekomen om zich te laten dienen,
maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.”
Hij – de vaderloze – verzamelt een nieuwe familie om zich
heen. “Kijk maar: hier zijn mijn moeder, mijn broers en mijn
zussen.” Hebben wij al niet dertig jaar en meer met elkaar kunnen
optrekken en van elkaar en Jezus in ons midden kunnen leren? “Zolang
zijn jullie al bij Mij en begrijp je het dan nog niet,” is Jezus’
verbazing. Hij zegt: “Ik wil állen tot zonen en dochters van deze
éne Vader maken. Dit is niet aan Mij alleen voorbehouden, en het is
ook geen ver-weg-ideaal. Mijn leerlingen en vrienden zijn jullie. Ik
vraag van jullie diezelfde dienstbaarheid en opoffering. Laat de
Geest van mijn woorden in jullie wonen en tot leven komen; dat is de
kracht van de Vader uit, die het aanschijn van de aarde zal
vernieuwen.” Machtige daden, wijsheid, inzicht,
onderscheidingsvermogen…
Wat
is de rol van de toehoorders? Zij zijn verbaasd, gechoqueerd en
gestoten, aangestoten; ze kunnen ten val komen door deze steen des
aanstoots die Jezus voor hen vormt. Het is geen onwil, maar wanneer
je met een verwachting leeft, houdt dat het risico in te worden
teleurgesteld. Het is zo ongerijmd, dat de Enige een timmerman nodig
heeft. Toch heeft de Enige ook de stotterende Mozes en de priester
Ezechiël nodig om zijn volk te leiden. Waarom dat onvermogen om in
Hem te geloven, vanwaar die weerstand? Omdat de Enige zo tastbaar
nabij is in deze zoon van Adam – Jezus. Toch zijn de toehoorders ook
verwonderd en ook Jezus verwondert zich. Hadden zij en had Hij op
zijn beurt dan iets anders verwacht, toen? Wat verwacht Jezus nu van
ons? Welk antwoord geven wij nu, als gangbare patronen doorbroken
worden en wij nog stevig in het veranderingsproces van onder andere
onze gemeenschap zitten? Het is een beproeving op duurzaamheid; via
de weg van afstand en nabijheid; een beproeving van de verhoudingen
onder elkaar.
Ruimte voor Jezus en de Vader tussen ons in; hier in deze nieuwe
familie. Zie ik in de ogen van de ander en ziet de ander in mijn
ogen een boodschapper van God? “De dag waarop Ik moet werken,” zegt
Jezus, “in de dingen van mijn Vader eindigt nooit: Deze Sabbat,
waarop de mens het werk dat de Enige is begonnen zal voltooien in
zijn Geest.” Die machtige daden en tekenen, zullen de leerlingen
vergezellen wanneer zij uitgezonden worden buiten de deuren van dit
huis. Een groot geloof en vertrouwen in de levendmakende Geest van
de levendmakende Heer in ons midden zal aan de basis daarvan liggen.
Laten wij daarom vandaag bidden.
|