|
Preken: Marcus 5, 21 - 43
Door Tineke Renkema, gehouden op 2 juli 2006
Meisje sta op!
Wij
leven in een wereld tussen angst en vertrouwen. Het vertrouwen komt
niet zomaar uit de lucht vallen. Er ligt geen gebaande weg die ons
van de angst naar vertrouwen voert. Vertrouwen wordt opgebouwd door
de ervaringen, die wij onderweg opdoen. En crisissituaties zijn bij
uitstek tijden waarin het vertrouwen, het geloven een kans krijgt.
Het evangelieverhaal van vandaag laat ons dit duidelijk zien.
Jezus is weer terug op eigen grond. Daar is
Jaïrus, die overste van de synagoge, deze hooggeplaatste, die Jezus
voor de voeten valt. Is het niet veelzeggend, dat zijn naam zoiets
betekent als ”hij, die wakker wil worden”? Wakker worden ter wille
van zijn nog jonge dochter, 12 jaar, op de drempel van de
volwassenheid, meer dood dan levend. Wat is er met haar aan de hand?
Is ze te bang zich aan het leven te wagen, te bang om op eigen benen
te staan? Mist ze het vertrouwen, omdat ze er alleen voor
staat? Het is crisistijd.
Voor Jaïrus betekent het, dat hij het niet bij
het oude kan laten. Hij zelf moet nieuwe wegen gaan. Hij moet zich
wagen ter wille van zijn dochter. En dat brengt hem bij Jezus. Hij
staat daar met lege handen en smeekt hem dat deze dochter mag
blijven leven. En Jezus gaat op hem in. Ze gaan onderweg.
En
dan komen we op die weg een andere vrouw tegen, dit keer een oudere
vrouw, die al 12 jaar van haar leven een gevecht levert op leven en
dood. Een vrouw van wie het leven steeds meer uit haar wegvloeit,
steeds leger, steeds zinlozer wordt. Haar ziekte betekent dat ze
onrein is. Ze mag niet worden aangeraakt, ze mag niet aanraken. Een
toenemend isolement. Ook zij waagt zich. Ze waagt het met dat
sprankje hoop dat in haar leeft en dat is aangewakkerd door wat ze
hoorde over Jezus. Hoop die angst doet overwinnen. Jezus laat haar
niet ongezien. Hoe genezend is die ontmoeting: de waarheid
vertellen, jezelf ter sprake brengen en zo gezien worden en te horen
krijgen: “Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding”.
Juist
doordat Jezus haar aanspreekt als dochter wordt haar isolement
opgeheven, wordt ze weer opgenomen in het volk: herstel van verbond.
Wat betekent dit voor Jaïrus? Een vervelend
oponthoud of een ervaring op grond waarvan vertrouwen kan groeien?
Wees niet bang, Jaïrus, heb maar vertrouwen, ook al kom je onderweg
mensen tegen, of zijn er stemmen in je eigen binnenste, die je
vertellen dat alles verloren is, alles ten dode leidt, dat het te
laat is. Blijf wakker, Jaïrus!
Jaïrus gaat in op deze oproep van Jezus en zo is
het ook zijn geloof, dat zijn dochter redt.
Meisje, sta op! Geloof op grond van het geloof van je vader, die
vader van jou die nieuwe wegen durfde te gaan, en ga jouw eigen weg!
Het
is, denk ik, niet moeilijk om ons hier en nu te identificeren met de
personen in dit verhaal. Als ik dat doe, dan zie ik hoe onverbonden
wij mensen soms zijn, hoezeer wij daaronder lijden en hoezeer de
zinloosheid ons kan overvallen, kan afsluiten, zonder ervaring van
toekomst.
Maar ik zie ook, hoe wij mensen ons een weg
kunnen banen van angst naar vertrouwen. Ik zie onze kwetsbare
uitingen van vertrouwen en overgave. En als wij dan door iemand als
Jezus verwezen worden naar ons éigen sprankje geloof, hoop en
liefde, dan kan dat een bron worden waaruit wij kunnen putten:
Levend water.
Toch
is er ook nog een andere manier om te luisteren naar deze tekst. Wie
is toch die Jezus? Met deze vraag voegen we ons bij de
leerlingen met wie Jezus onderweg is en die worstelen met hun
geloof, zoals wij de afgelopen weken hebben gehoord.
Wie
is toch die Jezus? En waarom is die vraag eigenlijk zo belangrijk,
vroeg ik mij af. Is het niet zo, dat naarmate ik Hem beter leer
kennen, ik ook Zijn aanwezigheid, hier en nu, beter kan waarnemen?
Maar ook: Hem beter leren kennen, zodat Hij bij mij, bij ons terecht
kan. Daar bidden we toch om: ‘Wees hier aanwezig!’
Wie
is toch die Jezus?
Jezus
komt in dit verhaal naar voren als iemand die een toekomst opent
voor hen die hun vertrouwen onderweg zijn verloren, én voor hen die
het verbond niet aandurven, omdat zij een vertrouwensgrond missen.
Jezus biedt zichzelf aan als een nieuw
perspectief op grond van het oude geloof:
- als nieuw perspectief voor Jaïrus, die zijn
dochter geen vertrouwensgrond kon bieden, genesteld als hij was in
niet meer levend oud geloof.
- als
nieuw perspectief voor die oudere vrouw en voor het meisje, omdat
zij zich nu kan enten op haar vaders vernieuwd vertrouwen.
Jezus
biedt zichzelf aan als nieuw perspectief, een nieuw verbond waarin
God onze Vader is en wij zijn zonen en dochters zijn. Dat is Zijn
vertrouwensgrond. Een nieuw perspectief, geënt op Israëls geloven.
Misschien is het wel daarom dat het getal 12 meerdere keren in de
tekst voorkomt en ons zoveel kan zeggen: de 12 oude stammen en de 12
nieuwe leerlingen, die zich door Jezus hierop kunnen enten.
Wat betekent het, dat iemand zichzelf aanbiedt
als perspectief, als vertrouwensgrond in een tijd als de onze, die
wordt gekarakteriseerd als individualistisch; een tijd waarin wij
het juist allemaal zélf moeten doen?
Wat
Jezus present stelt, staat pal tegenover onze tijdsgeest. Hij toont
ons dat geloven betekent: meegaan met het vertrouwen dat niet
ikzelf, maar juist een ander opent. Ik dacht: “Juist dat is
geloofsgemeenschap: het Godsvertrouwen krijgen van anderen. De weg
gaan van angst naar vertrouwen is je heil buiten jezelf zoeken.
Geloven vraagt naar elders te gaan”.
Er zijn er onder ons in deze gemeenschap die
nieuw perspectief in zich dragen, maar zij moeten kunnen rusten op
het vertrouwen van mensen, ook in deze gemeenschap, zoals Jaïrus,
die op grond van het oude, nieuwe wegen durfde gaan.
Laten
we wakker zijn, een wakkere gemeenschap, een kerk met toekomst: een
meisje dat opstaat.
|