Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 4, 35 - 41

Door Leonie van Straaten, gehouden op 25 juni 2006

 

Christelijk leven in déze tijd: vertrouwen én durven veranderen!

 

Bij mijn afstuderen deze week kwam ter sprake dat wij als christenen in het nauw dreigen te raken. Enerzijds staan we staan stevig in een traditie en willen we een kostbare schat de tijd door dragen, maar anderzijds lijkt de tijd - onze samenleving - er geen boodschap aan te hebben. Dan kunnen we de schuld wel aan de tijd en de samenleving geven, maar wat doen we er zelf mee, met die schat in aarden vaten? Een kwetsbare positie, die veel geloof vraagt, maar ook zelfkennis, gezond verstand en vrijmoedigheid.

Vandaag waan ik me in goed gezelschap, want die leerlingen in de boot blijken ook heel kwetsbaar. Je zou verwachten dat juist zij die zo dicht bij Jezus leefden beter zouden weten en sterker zouden zijn. Niets van dit alles.

 

Vorige week hoorden we over het onderricht van Jezus aan de leerlingen bij het meer. De blijde boodschap dat een mosterdzaadje voldoende kan zijn als symbool van ons vertrouwen, klinkt nog na in onze oren. God wil wel. Het vlammetje van de hoop, dat mijn geloof er toe doet, werd in mij goed aangewakkerd.

 

Vandaag zijn de omstandigheden minder rooskleurig.

Jezus stapt met zijn leerlingen in de boot. Die boot is beeld voor van alles: voor gemeenschap, voor kerk, voor samen onderweg. Het is een kunst om op koers te blijven. Welke bagage heb je bij je om uit te putten? De leerlingen hebben meegemaakt hoe Jezus de bezetene die hem herkende als zoon van God, het zwijgen oplegde. Ze hebben de waarheid over hem dus gehoord. Hebben ze er iets van opgestoken?

Dat mosterdzaadje, daarmee zouden de leerlingen voldoende geloof in zich dragen om Jezus naar de overkant te brengen – het heidense gebied in: het gaat over de beweging naar buiten. Want een kerk of een gemeenschap die alleen op zichzelf betrokken blijft, daar heeft niemand op den duur nog een boodschap aan. Laat staan een blijde boodschap.

 

Maar dan barsten de natuurkrachten los. Het beeld van de leerlingen in de boot vol water, en Jezus die daar ergens ligt te slapen in de chaos, is bijna ongeloofwaardig. Het contrast kan niet groter. Het gaat dan ook om een echte beproeving van hun vertrouwen. Zolang je leven op orde is, is vertrouwen meestal niet zo’n grote opgave. Maar als er chaos dreigt en de omstandigheden ons verontrusten, wat dan? De leerlingen worden door schrik bevangen. Ze blijken niet in staat om in vertrouwen – en dat is niet hetzelfde als op eigen wil – naar de overkant te varen. Marcus laat ons weten dat ze wel degelijk geloven in Jezus en in God. Daar ontbreekt het niet aan. Ze roepen hem immers als meester en bevestigen met hun vraag om redding zijn naam. Maar dit geloof leidt bij hen niet tot vertrouwen in zichzelf. Helaas. Ze blijven in de angst steken en blijven dus afhankelijk van Jezus. Ze gaan niet op Jezus in als hij hen vraagt naar hun geloof. Ze vragen zich onder elkaar af wie hij toch is. Deze vraag komt in het evangelie volgens Marcus bij de leerlingen nauwelijks tot een antwoord: de angst slaat immers ook aan het einde toe, als de leerlingen wegvluchten van het lege graf. Hebben ze ook maar iets begrepen van Jezus en van zijn visioen?

 

Het visioen waar het Jezus om begonnen is maakt geen schijn van kans als mensen niet grondiger op Jezus leren vertrouwen. Zo grondig, dat ons vertrouwen in hem een krachtbron wordt om onszelf te vertrouwen en met hem samen te werken. Alleen dan heeft het visioen van liefde en gerechtigheid een kans.

Het is een boodschap die in de context waarin Marcus schrijft heel aannemelijk is. Want de christelijke gemeenschappen rondom Jeruzalem worden geconfronteerd met grote vragen: ze worden onder de voet gelopen en het ziet er niet naar uit dat er nog iets terecht zal komen van dat koningschap van God, waar ze in Jezus naam naar uitzien. Marcus schudt de christenen in zijn tijd wakker, opdat ze beseffen dat ze niet kunnen blijven wachten op een wonder.

Het zou kunnen dat Marcus met zijn evangelie ook ons wakker schudt. Ik hoop het. Want noch in de tijd van Jezus, noch in die van Marcus, noch in onze tijd zijn de omstandigheden ideaal.

Gelukkig zijn er altijd mensen die, zoals Marcus, nadenken over wat er nodig is. Ik las een boek van Hanan Alexander, een Amerikaanse Jood, die in Haifa aan de universiteit werkt. Hij wijst ons op het grote goed van een eigen traditie, of je nu Jood, Christen of Moslim bent. Stevig verankerd zijn in een traditie is een kostbare schat. Maar, zo waarschuwt hij, niet om die te koesteren en er geďsoleerd in te leven. Want dan is het geen wonder dat er nauwelijks iemand nog een boodschap heeft aan ons verhaal. Het grote goed is, dat wij als we onszelf serieus nemen een lerende gemeenschap kunnen zijn, dat we kritisch zijn t.o.v. onszelf, ons bewust van onze rijkdom én beperkingen. Op grond daarvan kunnen we openstaan voor en een boodschap hebben aan andere lerende gemeenschappen en tradities – en zonodig zelf veranderen. Dit raakt voor mij de beweging naar buiten.

Ingaan op Jezus en op zijn visioen, leven met en in zijn geest, betekent dat we verder trekken en koersen op het vertrouwen dat in ieder van ons gelegd is.

Mag ons vertrouwen dan ook gevoed worden aan déze tafel.