Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 4, 35 - 41

Door Tineke Renkema

Ontmaskerd en gevonden

Het verhaal, wat we zojuist hebben gehoord, is een verhaal, waarin een ervaring ligt opgesloten. Daardoor kan het raken aan onze eigen bestaan en kan het zo ons leven richten.
Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het water naar Hem luisteren, zo eindigt dit evangelie. Dat lijkt de kernvraag, de goede vraag. Eerst moeten we echter luisteren naar dit verhaal, willen we iets op 't spoor kunnen komen van de identiteit van Jezus en Hem volgen op de weg.

Het eerste wat boven komt: Een verhaal over een donkere nacht en over diep water, over storm en hoge golven, een verhaal over een levensbedreigende situatie, een verhaal over angst, over geen greep meer hebben op de situatie, geen controle meer.
We kunnen er onze eigen levenssituatie in herkennen, wanneer we van binnenuit of van buitenaf ons fundamenteel bedreigd voelen, door ernstig verlies, door ziekte, lichamelijk, geestelijk, door geweld. We kunnen er onze eigen levenssituatie in herkennen, wanneer we geen vaste grond meer onder de voeten hebben, ons op zee bevinden en het vertrouwen wat we dachten te hebben, ons ontvalt, wanneer er geen terug is naar de veilige oever, die we moesten verlaten en wanneer de overkant nog ver weg is.

In deze situatie bevinden de leerlingen zich. Het liep tegen de avond. Jezus had de hele dag de menigte onderricht, het goede nieuws verkondigd, zijn woord gezaaid in de hoop dat het in goede aarde zou vallen. Hij stelde voor naar de overkant te gaan, naar het heidense land, naar niet vertrouwd gebied. Hij was immers als de zaaier die uit ging om te zaaien en dat beperkt zich niet tot een bepaald gebied, tot een bepaalde groep. Omwille van de goede boodschap nieuwe wegen durven gaan, de vaste oever verlaten. Een geroepene, een gedrevene met zijn leerlingen op weg naar de overkant, de oversteek wagend.
Hevige storm, hoge golven, een levensbedreigende situatie en wat een contrast: de leerlingen in grote angst om te vergaan en Jezus slapend op het achterdek.

We kunnen ons wellicht identificeren met de leerlingen. Wij zijn soms bange mensen en hebben er ook vaak alle reden toe. We worden bedreigd door machten en krachten van binnenuit, van buitenaf. Angst die ons dof en krachteloos maakt, zongen wij aan het begin van de dienst. Angst die ons dreigt te verlammen, helemaal aan onszelf overgelaten, gevoelens van verlatenheid door God en iedereen. Een verhaal over een donkere nacht en diep water.
We hebben er lang niet altijd zeggenschap over dat wij, dat we in zulke bedreigende situaties terecht komen, waarin ons leven wordt aangetast. Bovendien: Wij zijn uiteindelijk immers ook sterfelijke mensen. Dit verhaal heeft dan ook beslist niet de bedoeling onze realiteit van benauwdheid en angst te ontkennen, te bagatelliseren, toe te dekken. Ik zou juist zeggen : Integendeel. Het is een verhaal waarin onze angst juist wordt blootgelegd, een verhaal waarin we worden ontmaskerd, angstig zodra wij geen vaste grond meer onder onze voeten voelen.

Echter, erkennend dat wij leven in een dergelijke realiteit, wat zegt ons dan dit evangelie, deze blijde boodschap? Zegt dit verhaal niet veeleer iets over hoe wij met deze levenssituatie om kunnen gaan?
Is er een ander antwoord dan verlamd te worden door angst, in onszelf opgesloten, en ons verlaten voelend, angst die ons verhindert onderweg te blijven?
Valt er aan de houding van Jezus iets af te lezen hoe wij kunnen leven i.p.v. overleven? Waarom zijn jullie bang, vraagt Hij. Hebben jullie nog geen vertrouwen? Jezus zet de angst in spanning tot het vertrouwen. Hij verzet zich uit alle macht ertegen dat angst ons leven zou bepalen, we eraan overgeleverd zouden zijn. Hij verzet zich tegen de macht van de angst: Zwijg stil! Jezus laat ons zien wat vertrouwen vermag, hoe het vertrouwen werkt: De mogelijkheid om in de storm in vrede te zijn.

Hoe gaat dan de weg van het vertrouwen, waardoor we niet overgeleverd zijn aan de macht van de angst? Ik kan dan niet anders dan teruggaan naar wat de evangelist Marcus aan het begin van het evangelie ons over Jezus vertelt: En Hij zag de hemel openbreken en de Geest als een duif op Hem neerdalen. Die ervaring: De hemel is met de aarde verbonden, Leven in Godsverbondenheid is de Bron van vertrouwen. Hij maakt zichtbaar dat angst geen vat op een mens hoeft te hebben, als je toe hebt kunnen laten dat die Ander, God zich aan jou, deze mens heeft gehecht, zich met jou heeft verbonden. Zou dat voor ons van betekenis kunnen zijn? Omdat wij ons vaak met onze angst juist isoleren, alles doen om het te verbergen voor onszelf, voor elkaar, is het wezenlijk toe te laten dat God zich aan ons heeft gehecht.

Nu is het zo, dat dit verhaal uit het evangelie misschien suggereert dat het in een ogenblik gebeurt dat wij worden bevrijd, verlost en weer kunnen ademen, maar het is dan ook een verhaal waarin in een terugblik een ervaring wordt doorgegeven. Doorgaans is het echter een heel proces om staande te leren blijven temidden van wat ons bedreigt.
Zo was ook voor de leerlingen, die Hem toeriepen: "Meester, kan het U dan niet schelen dat wij vergaan?" het vertrouwen er kennelijk niet zonder meer. Alhoewel zij ook zich hadden laten roepen en hun netten onmiddellijk in de steek gelaten om hem te volgen, dan nog is vertrouwen een hele weg om te gaan. Vertrouwen, het erop wagen, is allesbehalve vanzelfsprekend. Geloven is dit vertrouwen te wagen.
De weg van vertrouwen begint wellicht, zoals hier bij de leerlingen, door te erkennen, te roepen, te schreeuwen: Ik ben bang. De storm en de golven leggen de angst bloot en het vertrouwen wordt ontmaskerd als een vertrouwen, dat rust louter en alleen op eigen grond en dat blijkt niet te houden. Maar is het niet zo, wie ontmaskerd wordt, ook kan worden gevonden? Het "Ik ben bang" opent de weg naar de Ander, naar Grond vinden anders dan mijn eigen grond, opent de weg naar iemand die dan pas naast mij kan komen staan, opent de weg naar God, wiens Naam is: Ik zal er zijn: Grond van mijn grond. Ontmaskerd worden en zo de mogelijkheid openen om te worden gevonden, de mogelijkheid om te hechten, de mogelijkheid tot verbond, zoals Jezus gehecht was aan God, Grond van zijn grond.

Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het water naar Hem luisteren?
De angst van de leerlingen heeft plaats gemaakt voor vrees. Vrees als antwoord op het vermogen van Jezus, om aan de golven van angst het zwijgen op te leggen. De vrees, die getuigt van eerbied voor het geheim wat deze Jezus in zich draagt. Vrees, die ook het gevoel weergeeft voor het heilige, unieke van deze mens, van het zo anders zijn, zo een met de Bron van leven. Vrees die ruimte, afstand schept tussen Hem en de leerlingen, maar tegelijkertijd het verlangen oproept daardoor ook te worden aangeraakt.
Laten we ons verbinden met die vrees, dat verlangen aangeraakt te worden door Hem, die zich zo gevonden, geliefd en geroepen weet dat angst geen vat op hem had en zo voor ons ook die mogelijkheid opende. Er zijn dan geen garanties, we zijn sterfelijke mensen, maar we kunnen leven, bloot en onomwonden, en liefhebben in het vaste vertrouwen dat dat duurt tot in eeuwigheid.