|
|
Preken: Marcus 2, 18 - 22
Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 26 februari 2006
Vandaag staan in beide lezingen woorden en beelden over huwen, bruid
en bruidegom, een bruiloftsfeest. Kunnen wij daar nog iets mee, in
onze tijd van broze relaties en tasten naar de ander?
Velen hebben op dat gebied kwetsuren opgelopen en durven daarna nog
nauwelijks geloven in een nieuw begin, in een nieuw verbond.
Er was er eens een profeet van de Heer. Op zekere
dag zei de Heer tot hem: “Hosea, Ik heb je iets te zeggen.” “Zeg het
maar, Heer,” antwoordde Hosea, want hij had de gewoonte zich altijd
voor de Enige open te stellen en in zijn prediking een diepe liefde
voor zijn volk aan de dag te leggen. Zijn naam betekent: “De Enige
redt” en die Naam droeg hij met ere. “Omdat jij weet wat liefde is,”
vervolgde de Heer, “ga Ik je vragen op dat punt iets heel moeilijks
te doen. Iedereen zal er schande van spreken. Je moet met die en die
prostitué trouwen. En Ik waarschuw je van tevoren dat zij net zo
hard van jou zal weglopen naar andere minnaars, als dit volk,
waarvoor jij in mijn Naam profeteert. Dit volk dat Ik gehuwd heb,
door er een verbond mee te sluiten, is mij ontrouw geworden. Maar
vrees niet, Ik zal het nooit af laten weten, ook nu niet. Houd
moed.”
Vandaag staan in beide lezingen woorden en
beelden over huwen, bruid en bruidegom, een bruiloftsfeest. Kunnen
wij daar nog iets mee, in onze tijd van broze relaties en tasten
naar de ander? Velen hebben op dat gebied kwetsuren opgelopen en
durven daarna nog nauwelijks geloven in een nieuw begin. Of spreekt
de Schrift toch over ónze realiteit? Ja, ook onze realiteit, ook
daarin speelt de geschiedenis van de Enige met zijn volk zich af.
Een eeuwigdurend, voortdurend hernieuwd verbond, tot in onze dagen.
Ik neem u als mijn bruid voor altijd, als mijn bruid in recht en
gerechtigheid, in goedheid en mededogen. In het bruidsvertrek huwt
God de mens; huwt God zijn uitverkoren volk.
In de evangelielezing zegt Marcus: “De Bruidegom
van de bruiloft is Jezus.” De leerlingen zijn op het feest
uitgenodigd. Jezus onderricht zijn nieuwe familie; er ontstaat
tafelgemeenschap. Hij leert ons een nieuwe taal over het mysterie
van het Koninkrijk. De Heer zit temidden van zijn nieuwe familie:
wij worden zijn broers, zusters, vader, moeder... In het
bruidsvertrek heeft Jezus de menselijke conditie gehuwd; Hij heeft
het bestaan van een mens aangenomen, tot het einde toe, tot en met
lijden en dood. Door zijn manier van leven maakt Hij de belofte van
de Vader waar: door recht en gerechtigheid te doen en in goedheid en
mededogen de ander tegemoet te treden. Jezus is de Bruidegom die aan
de kant van God staat. Marcus laat zien, dat wat Jezus doet een
schandaal is voor mensen die precies weten wat wel en niet mag en
daarvan heilig zijn overtuigd. Zij stellen indirecte vragen: “Weet
jij wel waar jouw leerlingen mee bezig zijn?” Met andere woorden:
“Waar ben jij eigenlijk mee bezig?” De weg van Jezus gaan is geen
gemakkelijke opgave in deze tijd, in deze wereld. “Wij zijn niet
meer zo blij met het christendom en de Katholieke Kerk, zeggen
sommigen. Velen houden het er niet meer uit, omdat zij toch niet
zoveel verschil meer ervaren tussen de kou binnen of de leegte
erbuiten.” Ook hier zie ik dat velen op dat gebied kwetsuren hebben
opgelopen en nauwelijks meer durven geloven in een nieuw begin. Is
dat beeld van de nieuwe lap stof op een oud kleed misschien het
beeld voor mensen van de nieuwe tijd, die trekken aan de oude tijd?
Vandaag geeft Marcus een inkijkje in de problemen van zijn gemeente:
“Als dat nieuwe stuk stof op dat oude kleed wordt genaaid,” zegt
hij, “dan wordt de scheur van de verdeeldheid alleen nog maar
groter. Dan zitten we met een gescheurde Kerk.” Maar hoe valt dit te
rijmen met het feit dat ik in Jezus tegenwoordigheid niet mag of kan
treuren? Dat ik mijn levenselan moet behouden? Ik heb er toch voor
gekozen achter Hem aan te gaan; de weg van de leerling ten einde te
gaan? In heel zijn doen en laten getuigt Jezus er voortdurend van
dat het niet gaat om de letter van de wet, van welke wet dan ook,
maar om vrije mensen, opgerichte mensen, die van de Enige afkijken
hoe zij moeten handelen: in recht en gerechtigheid, in goedheid en
mededogen.
Hoe staat het nu met ons, en het Verbond van de
Enige? Wij, mensen, doen liever geen nieuwe wijn in oude zakken,
want dat gaat niet goed, weten we uit ervaring. Toch is het een
illusie te denken dat wij helemaal nieuw kunnen zijn, een nieuw
begin kunnen maken. Ik ben het wel met Peter Schilling eens, die
zegt dat God wèl nieuwe wijn in oude zakken doet, omdat Hij met het
oude nog een weg wil gaan. Hij sluit niet telkens een nieuw verbond,
alsof het vorige heeft afgedaan, maar Hij blijft trouw aan zijn ene
verbond, - want Hij kan niet anders, - maar biedt ons dat steeds
opnieuw aan. Dat leer ik van Jezus: Hij gooit het oude van de Wet
niet weg, maar Hij neemt het op zich – als uiteindelijk zijn kruis –
en brengt er nieuw leven in.
Wat
van Jezus is overgebleven, is de herinnering aan Hem en het geloof
in zijn aanwezigheid. Hij brengt zijn gemeente nog steeds bijeen,
zoals Hij altijd deed, in een tafelgemeenschap. Eenmaal in
gemeenschap met Hem aan tafel, moet je wel met Hem en elkaar eten en
drinken. Daarom bleven zij en blijven wij trouw aan de
tafelgemeenschap, ondanks alles: in naam van Jezus ziet de gemeente
er op toe dat niemand het gevecht alleen hoeft te leveren. Daarvoor
is nodig een levende en vierende gemeenschap, in zijn Naam bijeen,
zoals wij nu hier zijn.
|