Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 2, 18 - 22

Door Tineke Renkema

Over een nieuwe vrijheid

We hoorden zojuist in het evangelie van Marcus, dat Jezus opnieuw wordt aangesproken over zijn manier van optreden, in dit geval het gedrag van zijn leerlingen. Zijn handelswijze lijkt niet in overeenstemming, met zoals men dat verwacht, niet in overeenstemming met zoals anderen doen, wellicht de algemeen geldende godsdienstige regels.

Waarom vasten uw leerlingen niet, terwijl de leerlingen van Johannes en de Farizeeën dat wel doen? Hoe open of hoe gesloten de vraag is die hier aan Jezus gesteld wordt, is niet helemaal duidelijk, maar Jezus reageert in ieder geval heel open door te vertellen, hoe Hij ertoe gekomen is het gebruikelijke patroon van het vasten te doorbreken. Kunnen bruiloftsgasten soms vasten zolang de bruidegom bij hun is?

Het beeld van bruid en bruidegom is al een oud beeld, een oud-testamentisch beeld. Het beeld van de verhouding tussen God en zijn volk Israël wordt geduid als een verhouding tussen een bruidegom en zijn bruid, zo hebben we ook zojuist bij de profeet Hosea gelezen. Het is het beeld van God, die zijn volk trouw is en trouw zal blijven, zijn bruid voor altijd, een liefdesverbond. God blijft zijn volk toegewend, ook al is het ontrouw. Zo blijft Hij ons ook toegewend. God wacht op het antwoord van de mens of hij op zijn beurt zal liefhebben, trouw zal kunnen zijn. Dat is: de Heer leren kennen.

Jezus neemt dit beeld van bruidegom en bruid op. Ik heb het zo begrepen: In een tijd waarin dit verbond, deze belofte van trouw zo present is, zo aanwezig, in zo'n tijd is vasten niet aan de orde.
Vasten is aan de orde, en dat geldt voor ons nu ook, wanneer de bruidegom afwezig is, wanneer het verbond niet meer wordt ervaren, wanneer we niet meer verbonden zijn met elkaar, wanneer de stem van God niet meer wordt gehoord. Dan moet een mens naar de woestijn gaan, met de woorden van Hosea, opdat de toegang tot het hart weer wordt geopend. Wanneer we afgesloten zijn voor Hem en van elkaar, dan is het tijd voor stilte, bezinning.
Wanneer we vasten, ook in onze tijd, doen wij dat om ruimte te maken. Ons verlangen kan dan weer wakker worden, omdat we alles wat ons bezet houdt proberen achter ons te laten. Vasten: een zoeken naar de Bron, om te komen van een religie, die onze behoefte bevredigt, die ons zekerheid biedt, houvast geeft, maar waar de Geest niet meer waait, naar een geloof dat ons opent, toegankelijk maakt. Een geloof met geen garanties, maar wel leven.
Maar hier zegt Jezus: Zolang ik bij jullie ben, ben ik als de bruidegom die Gods trouw present stelt. Als Ik er ben, aanwezig ben, is het hart open, de liefde zichtbaar. Als wij zo verbonden zijn met elkaar, dan is God tussen ons in. Dan is het tijd om te vieren i.p.v. te vasten.

Vasten, niet vasten,? Is hier nu sprake van een tegenstelling? Een botsing tussen oud en nieuw, tussen traditie en vernieuwing? Is er sprake van of, of? Van het een of het ander, van nieuw in de plaats van oud?
Nee, integendeel.! Jezus laat voor mij zien, dat het erom gaat om te onderscheiden.
Hij opent de mogelijkheid van een keuze, terwijl wij soms de neiging hebben te doen wat we altijd hebben gedaan. Hij opent de mogelijkheid van een keuze, waar wij de neiging hebben de gemakkelijke weg van vastliggende patronen te volgen.
We herkennen het wellicht, dat we soms boos worden, of onzeker of angstig, wanneer aan onze vanzelfsprekendheden wordt getornd, wanneer het vanzelfsprekende niet meer vanzelf spreekt en onze rust daarmee wordt verstoord.
We herkennen het wellicht, dat we geconfronteerd met andere mogelijkheden reageren met geslotenheid, met verdedigen uit angst om ons houvast te verliezen. Dan stellen we soms ook gesloten vragen, vragen die bedoeld zijn, niet om ons te openen voor iets anders, maar om te kunnen blijven doen wat we al deden.
Maar met Jezus optrekken, met Hem leven, zijn spoor volgen, betekent open staan, open blijven voor het andere, en je weet niet wat dat zal brengen. Er zijn geen garanties, daarom vinden wij dat ook zo moeilijk. Geloven geeft geen garanties, het is je toevertrouwen aan het andere, je openen voor het andere. Open voor keuze, om te onderscheiden, een eerlijk zoeken naar waarom we iets doen zoals we het doen, waartoe we iets doen. We kunnen ons daarin oefenen: Oefenen in de manier waarop wij onze vragen stellen (hoe open of gesloten is onze opstelling eigenlijk), open naar de vragen van onze jongeren( leggen zij niet juist onze vanzelfsprekendheden bloot), open in ons zoeken naar het vorm geven aan deze gemeenschap, haar liturgie etc.

Jezus brengt ons niet in een tegenstelling, in een of-of maar in een spanning, brengt ons in de dynamiek, brengt ons bij onze verantwoordelijkheid om te onderscheiden en brengt ons zo ook bij wat wezenlijk bij ons mensen hoort, wat God in onze schepping heeft gelegd: Bij onze vrijheid.
Een gemeenschap, die deze vrijheid aandurft om open te staan, te onderscheiden, zo'n gemeenschap leeft, beweegt, neemt zijn vrijheid en verantwoordelijkheid op zich en mag vieren, dat Hij in hun midden is.

Wie kent de Geest, wie durft het aan
Zich door haar te laten binden
Nieuwe vrijheid te verstaan.