|
|
Preken: Marcus 2, 18 - 22
Door Koos van Etten
Er is iets anders aan de hand
Als ik zo kijk naar ons leven en luister naar wat
er zoal gaande is – en we hebben het vrijdagavond ook al van
Annunciata gehoord -, dan is er veel gaande in ons als gemeenschap.
Velen zijn ook bezig met studie, bezinning en vorming. Mijn vraag
aan jullie is nu of ik naar aanleiding van deze lezingen op dit
moment wat richting mag geven voor dit uur en voor de dagen die
komen gaan, misschien om dit alles wat te binden.
Ik begin dan bij
het evangelie, waar een aantal mensen naar Jezus toekomen met een
vraag: "Waarom vasten de leerlingen van Johannes en die van de
Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?" Blijkbaar roept zijn
levenswijze en die van zijn leerlingen op dat moment – het is nog
tamelijk aan het begin van het verhaal van het evangelie van Marcus,
tamelijk aan het begin van het leven van Jezus – iets op van "kijk
nou toch eens, Hij doet het heel anders dan wij." Zij vragen zich af
waarom Hij niet vast, terwijl dat toch immers een heel goede
religieuze praktijk is. Dat vasten is niet per sé verplicht. Je zou
althans, afgaande op dit stukje, kunnen zeggen dat dit vastendagen
zijn, die verschillende mensen, zoals de leerlingen van Johannes en
de Farizeeën, doen. Ze vragen zich dus af waarom die rabbi, Jezus,
en zijn leerlingen dat niet doen. We hebben gisteren ook even
gekeken naar het beeld van vasten in de Schrift. Natuurlijk roept
het iets op van versterving – niet eten, niet drinken -, maar het is
vaak ook een beeld van boete, van omkeer, of zelfs een beeld van
rouw en van droefheid. Zoals we gisteren ook hoorden, zetten mensen
in die tijd bij het vasten dus ook een treurig gezicht op. Dat doe
je vanuit een droefheid. Misschien was er in die tijd van Jezus en
is er ook nu alle reden toe om te zeggen: "Waarom doen wij dat
niet?"
Toch zegt Jezus tegen zijn toehoorders en tegen
de mensen die Hem die vraag stelden: "Nee, er is iets anders aan de
hand. Ik kijk naar het leven en Ik zie heel iets anders. Het is de
moeite waard om het leven te vieren. Er is iets van een feest
gaande." Oh ja? Verwonderlijk! En Jezus zegt zoiets als: "Ja, maar
kunnen de vrienden van de bruidegom vasten zolang deze nog bij hen
is? Dat kan toch niet! Dan vier je toch feest?!" "Ja, natuurlijk",
zeg je dan. Maar met dat beeld, ‘vrienden van de bruidegom’ of
‘gasten van de bruidegom’ – en Hij noemt zichzelf hier ook
‘bruidegom’ – roept Hij iets op van een werkelijkheid, die in het
Oude Testament heel vaak opduikt.
Dat werd opgeroepen door de eerste lezing,
die wij hoorden, uit de profeet Hosea. Dat was overigens niet de
enige profeet van die tijd, die dat probeerde uit te zeggen. Er
waren verschillende profeten uit zijn generatie, die dat
probeerden. Ik zal proberen mij in te leven in wat deze Hosea
nou eigenlijk zegt. In zijn persoonlijk leven ondervond deze
profeet liefde van zijn vrouw, maar ook ontrouw. Hij leed eraan
dat zijn vrouw wegtrok, anderen achterna. En vanuit dat
persoonlijke verdriet voelde hijzelf van binnen: "Hé, zo moet
God ook met ons omgaan. Het is alsof wij zijn geliefden zijn,
maar Hij heeft verdriet, omdat wij van Hem weglopen, ontrouw
zijn". Met dat beeld gaat hij dan de tijd van het volk van God
schetsen. Hij zegt eigenlijk zoiets als: "Vroeger, toen jullie
nog in Egypte waren, was het de tijd van de jeugd. Toen trokken
jullie achter mij aan en gingen mee uit de weg van de slavernij,
uit Egypte naar de woestijn." En ook al was de woestijn
weerbarstig en hadden zij een moeilijke tijd – we kennen het uit
de verhalen over hoe ze klaagden en zuchtten – , Hosea kijkt
toch naar die woestijntijd terug als naar de tijd van de
verloving en van het huwelijk: "Toen zijn we met elkaar een weg
gegaan en hebben wij een verbond gesloten op de Sinaï met de
Tora in ons midden: Ik jullie God en jullie Mijn volk". Daarna
is het leven verdergegaan als een leven van een man en een vrouw
in een huwelijk, met alle bewegingen die daarin voorkomen:
aantrekken en afstoten, twijfel en onzekerheid en liefde
uitzeggen, jaloersheid en ontrouw". En de profeet Hosea zegt
dan: "Zo denkt God over ons. Zo gaat Hij met ons om". Vervolgens
legt hij God de volgende woorden in de mond – en daarmee komen
we bij dat stukje, dat we vandaag hoorden: "Ik neem jullie mee
terug naar die tijd van de oorsprong. Ik neem jullie mee terug
naar die tijd, toen jullie nog gewillig waren. En Ik van mijn
kant zal je nooit vergeten. Ik ga weer een nieuwe verbintenis
met je aan en Ik neem jouw volk voor altijd aan als Mijn bruid.
Ik neem je als Mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in
goedheid en erbarmen. Ik neem je als Mijn bruid in
onverbrekelijke trouw". Het is toch eigenlijk prachtig als dat
zo gezegd en ingevoeld wordt door een mens, een profeet die
vanuit God wil zeggen dat het vanuit Zijn kant nooit losgelaten
zal worden.
|