|
Preken: Marcus 2, 1 - 12
Door Jan Rooijakkers, gehouden op 19 februari 2006
Zonde vergeven, hoe gaat dat?
We
hoorden zojuist uit Jesaja:
Denk niet meer aan het verleden, denk niet meer
aan je zonden, volk van Jakob. Ik maak wegen en rivieren door jullie
heen. IK begin iets nieuws. Jij wilt niet, maar IK vergeef omwille
van mezelf.
Het
initiatief ligt bij de Heer.
En uit het leven van Jezus hoorden we hoe hij in
een vol huis spreekt en verkondigt. Daar is hij mee bezig. En dan
komt plotseling een lamgeslagene als uit de hemel vallen en ligt
voor hem; door vieren gedragen, d.w.z. van alle kanten gedragen. Ze
ont-dekten het dak, vonden Hem bij wie leven was. Een mens die zelf
lam is, maar van alle kanten gedragen en geleid wordt, komt terecht
bij Jezus.
Als
het ware hoor je Jezus tegen zichzelf zeggen: nu kun je hier wel
spreekbuis van God zijn, maar de hele wereld draagt de lamme mens
naar je toe! Geen woorden maar daden! Kan ik me daarvan
distantiëren? Kan ik zeggen: daar heb je er weer zo een die niet
meedoet.
Neen,
dan kan hij niet…En dan zegt hij ineens: mijn jongen, je zonden zijn
je vergeven!
Zonde vergeven? Wat gebeurt daar, hoe gaat dat?
Graag
wil ik met jullie hierin binnengaan: je zonden zijn je vergeven. Wat
gebeurt daar in werkelijkheid. Zonde en schuld en vergeving tussen
mensen zijn dagelijkse realiteit in ons persoonlijk leven en veel
meer nog in onze grote maatschappij tussen de volkeren onder elkaar.
Ik raak aan vragen die te groot zijn voor deze morgen; ik wil me
beperken tot de twee woorden: zonde en vergeven.
We
kennen het schuldig voelen, en het verlangen naar vergeving. En aan
de andere kant de vreugde en het nieuwe elan die horen bij
verzoening.
Wat
nu zonde betreft. Als we ons wat verworden woordgebruik van ‘fout’
en ‘misstap’ en ‘verkeerde daad’ even loslaten en kijken naar het
woord dat we hoorden, dan zien we dat daar letterlijk staat:
je onverschilligheid naar de anderen, je
niet-liefde en niet-toewending zijn.
Dat ziet Jezus in de verlamde. Hij kijkt naar de
anderen die niet onverschillig zijn, en wél toegewend die verlamde
dragen. ‘Toen hij dat zag ‘keerde Jezus in zichzelf om’. Hij
kijkt ineens naar de verlamde en zegt: ‘M’n jongen, ook ik vergeef
je, ook ik wend me jou toe en ga je mee dragen’.
Proberen we even nauwkeurig te zien wat hier gebeurt. Zelf ben ik in
mijn voorbereiding het meeste verrast door de beweging die ik hier
ontdekte.
Het
is niet zo dat Jezus dáár, bij die man, onverschilligheid ziet en
daarvan zegt: die wordt weggewist en rein gewassen,
Nee, het is eerder zo dat hij naar zichzelf kijkt
en zegt: ‘Ík vergeef je zonden’: ík keer me niet meer naar je als
naar een lamgeslagene onverschillige, maar ik word je broeder en
drager, met de anderen die je al dragen ga ook ik me aan je
verbinden. Ik dacht: “lamme”, en nu denk ik echt: “broeder”.
Vergeven is hier iets IN Jezus zelf. Hij verandert niet de lamme,
maar zichzelf.
Hij gaat staan in de windrichting van God, hij
gaat staan in de woorden van Jesaja, die we hoorden: ik maak wegen
en rivieren door je heen, en verbind je weer met de anderen en met
mij, en dan zul je zien dat er weer leven en kracht door je lijf
gaat stromen; je onverschilligheid, je lamgeslagen gedrag zal geen
stand houden als je de solidariteit van ons allen aan den lijve
ondervindt. Het initiatief ligt bij God; díe vergeeft. Het
initiatief ligt bij Jezus; díe vergeeft.
Een historisch gebeuren van een twintig jaar
geleden heeft dit ‘van alle kanten gedragen worden door je omgeving’
voor mij sterk verhelderd. Christ, een man die hier heeft geleefd en
met wie ik bevriend was, leed erg aan reuma, en kon geen kant op met
zijn gebrekkige bewegingsmogelijkheden. Hij kreeg toen een therapie
waarbij hij in een warm zwembad kwam. In dat warme water kon hij
zich ineens helemaal gemakkelijk vrij bewegen. Ik herinner me dat
hij zei: “Ik kan zelfs voetballen en een goal maken! Je weegt niets
meer en alles kan ineens weer”. Híj veranderde niet, maar zijn
omgeving maakte dat hij met bijna nul-energie kon lopen en bewegen!
In
dit licht stip ik een paar punten aan die voor mij de boodschap zijn
uit de evangelielezing van vandaag.
Als
we ‘omgeving’, dragers willen zijn voor elkaar, …. als wij elkaar
van alle kanten dragen, dan voegt de Heer zich bij de dragers, en
dan hoeft de lamme niet de hele zwaarte van zijn leven te
torsen. Bij de hand genomen kan hij op een half been al staan. Ik
zeg nu ‘een half been’, maar ik bedoel op te roepen dat er in iedere
verlamde mens toch ergens een punt zit, desnoods niet meer dan een
teen, waar nog kracht aanwezig is. Wie zich op dat punt laat zetten,
ervaart: hé, het gaat, en hij gaat.
Van
ons zoals we hier bij elkaar zijn, is vaak – en ook terecht –
gezegd: “Wij zijn zelf de lammen, blinden of kreupelen van het
evangelie. Maar als we samen elkaar dragen, dan kan weer van alles.”
Ik geloof dat dat echt waar is.
Bij mij kwam bij het nadenken over zonde en
vergeving in deze tekst het woord over vergeving naar boven dat op
het einde van het evangelie staat: “Zoals de vader mij gezonden
heeft, zo zend ik jullie. Wier zonden jullie vergeven, zijn ze
vergeven, en wier zonden jullie NIET vergeven, zijn ze niet
vergeven”. In de katholieke kerk is dit woord eeuwenlang sterk
betrokken geweest op de priester. Ik heb in het begin van mijn
priesterleven duizenden keren gezegd: ik ontsla u van uw zonden. Ik
kon me natuurlijk niet voortdurend persoonlijk betrokken weten. Het
is mij gaandeweg de jaren steeds duidelijker geworden dat de taak om
te vergeven bij ons allemaal hoort en een heel persoonlijke inzet
vraagt. Wij worden allemaal opgeroepen om zélf om te keren, om te
vergeven. Dan kan de ander zich weer verbonden voelen, zich gezien
weten, zich gedragen weten.
Vergeven is: verzoenen, in relatie treden. Elkaar
met de nek aankijken is dodelijk, dat weten we; elkaar in de ogen
kijken geeft leven! Tegen de onverschillige, de allene mens zeg je:
m’n jongen, broer, zus. Je houdt op óver hem of haar te spreken; je
gaat mét hem/haar spreken. En daaraan verandert een mens: een
passieve mens die ligt te liggen, wordt een partner, die overeind
komt.
“Ik
ben iets nieuws begonnen”, zegt de Heer.
|