|
|
Preken: Marcus 2, 1 - 12
Door Jan Rooijakkers
Vergeving is: gemeenschap herstellen
We zien de lamme
vóór ons, gedragen door zijn vrienden, zijn hulpverleners.
Eindeloos veel mensen, denk ik soms, moeten gedragen worden, zijn
verlamd, hangen er zo maar een beetje bij.
Ikzelf sta in mijn dagelijkse dag in de hoek van de vluchteling die
zich niet staande kan houden. Ieder van ons staat wel ergens in dat
geheel.
Jezus zag hen,
de vier dragers met hun vertrouwen - en Hij zei tot de jongen: "Je
zonden zijn vergeven, ik zíe dat je zonden vergeven zijn. Sta dan op
en ga naar huis".
Wij staan midden in deze reële dagelijkse problematiek; ik kom ze
dagelijks tegen: de verlamden, de vaak erg jonge mensen die zich
geen raad weten, omdat ze dingen deden die niet kloppen; maar ja, je
hebt het gedaan, het is gebeurd. Soms is je levenspad rauw, verloopt
langs onbeschermde omgevingen tussen vertwijfelde pogingen om je
leven te redden en harde reacties als je in gevaar komt. En nu? Het
slaat hen dicht.
Hoe moet je dan verder: gewoon doen alsof er niets gebeurd is? Maar
wat dan wel? Mensen, gebukt onder een zware last.
Mijn antwoorden van vroeger: de biecht, een goede God, een beschermd
milieu - ze zijn er nu niet of nauwelijks meer.
Wat zie ik op
beide niveaus: op dat van het evangeliegebeuren en dat van vandaag?
- verbroken verband met de
anderen
- vrienden, kameraden,
solidariteit, broederschap
- herstel van gemeenschap
- gedeelde last is halve last.
- warmte tussen mensen
- iemand, die je aanziet en je
weer toevertrouwt dat je op pad kunt gaan.
- waar vriendschap heerst en
liefde daar werkt God, daar blijft niets hetzelfde.
Dat zijn de lijnen waarlangs iemand weer open
komt, zich weer gerespecteerd zie, uit zijn verstarring geraakt en
in beweging kan komen. Ik zie in de dagelijkse dag dat dit waar is;
zó gebeurt het.
Bekering is niet
een act van een geïsoleerd iemand, maar iets wederkerigs, iets dat
van twee kanten komt. Bekering is geen schoonwassen, in de zin van
wegstuffen; nee, er verandert iets doordat een ander je verbondene
wordt: wonden worden littekens, worden aanraakbaar, en je mag
herinnerd worden aan alles wat er gebeurd is. Het verleden voelt
anders. Je bent aanvaard zoals je bent.
De gemeenschap is hersteld: je geschiedenis draag je voortaan samen.
Jezus vergaf de zonden, door met Gods ogen te kijken en te benoemen
wat er gebeurde tussen die mensen. Hij herschiep de situatie en
maakte van de geïsoleerde een medemens.
Hij kon opstaan.
En wij nu? We hebben tussen ons de mens
nodig die de uitgestoken hand signaleert.
De medemens die kijkt zoals God kijkt: mens je mag er zijn zoals
je bent.
Die oproept: sta op. Vergeving is eerder: de hand geven om samen
verder te gaan; bekering is eerder: je weer toekeren naar
elkaar.
De priesterlijke mens? ja het is priesterlijk, het is de
verbinding van God en mens, van mens naar mens.
Ik vraag u om voor elkaar die blik van Jezus te zijn
die hij had voor die vijf: jij durft met mij verder, ik wil met
jou verder, we zijn weer samen op weg.
|