|
Preken: Marcus 1, 40 - 45
Door Monique Lejeune, gehouden op 12 februari 2006
Aangeraakt om op te staan
Melaats zijn betekent: isolement. Afgesloten van je thuis, je
familie en vrienden, de stad of het dorp, waar je opgroeide, je
totale sociale leven. Dag in dag uit overgeleverd zijn aan je
ziekte, aan jezelf. Het is het verschrikkelijkste wat een mens kan
overkomen. Want wat gebeurt er met je, als je zo' n paria bent
geworden? Wat nestelt zich in je aan haat, verzet en wanhoop en
woede en een niet uit te houden eenzaamheid?
Melaats-zijn vertaald in onze tijd:
- wat gebeurt er met mensen in jarenlange gevangenschap
- wat met moslims, die zich meer en meer in een hoek gedreven
voelen
- wat met joden na de holocaust
- wat met mensen die door het leven teruggedrongen zijn tot
aan de rand van onze maatschappij
- wat met ons die gekwetst zijn door het verleden?
Is er
nog heling mogelijk - genezing ten einde toe?
Proberen we het evangelie van vandaag te volgen.
Zo’n melaatse, zo’n uitgestotene komt bij Jezus
en schreeuwt om hulp, om genezing en Jezus raakt hem aan. En daarmee
laat hij zijn hart speken dwars tegen de gevestigde orde in en wordt
hij onrein met de onreinen. De mens, die niet meer meetelde wordt zo
aangeraakt en dus aanvaard, dat hij geneest. Opnieuw opgenomen in de
wereld van de levenden, de zogenaamde reinen. Maar is daarmee alles
gebeurd? Waarom wordt Jezus dan opeens zo bars na zijn meelevende
omarming? Hij doorziet, dat er zoveel is opgestapeld in deze mens,
dat hij opnieuw en telkens weer opnieuw in dezelfde positie gebracht
kan worden. En daarom wordt Jezus woedend op al die haat, angst,
verzet en rancune, die zich in deze mens vastgezet heeft.
Dat
spreekt hij aan en dan gebeurt het ongelooflijke: de man wordt
totaal bevrijd en gaat. Hij gaat de weg die hij moet gaan. Niet naar
de gevestigde orde, maar in de opdracht waar Jezus voor stond en die
hij op zich genomen heeft, kan hij zijn mond niet meer houden. Hij
moet zeggen, wat hem is overkomen, tot diep in zijn wezen. Wat
iedereen kan overkomen.
Het heeft in mij de vraag opgeroepen: wat is
genezing eigenlijk. Wat betekent het, als iemand je aanraakt in je
diepste emoties, in alles wat er in je leven is opgeslagen aan pijn,
frustraties, woede en afkeer, in angst om nog een keer de sprong te
wagen naar de toekomst. Is dat alleen weggelegd voor grote figuren
als Mandela, die vrij en onbesmet de gevangenis uitstapte en meteen
weer aan de slag ging om de werkelijk droom van het leven waar te
maken: vrijheid voor allen, weg met alle discriminatie.
Kan
ook ik of jij zo aangeraakt worden en wil ik dat ook laten gebeuren.
De boodschap van vandaag geeft ons de hoop, dat dat voor iedereen is
weggelegd.
Ik
weet immers, dat ik aangeraakt ben, ook daar waar diepe wonden
geslagen zijn. Ik weet ook, dat dat aangeraakt zijn mij de opdracht
geeft om op eigen benen te gaan staan en te gaan. Mijn mond open te
doen, opdat iets nieuws geboren kan worden. En te vertrouwen, dat ik
altijd opnieuw in die lieve omarming kan verwijlen.
Zou
zo werkelijke gemeenschap kunnen ontstaan in onze tijd in onze
dagen?
Ja,
als het weten gedaan wordt, hier en nu, dwars door alle obstakels
heen en dwars door ons vaak zo angstige mensenhart. leder mens komt
er op aan. Aangeraakt willen en mogen worden en danken voor de mens
die jou in naam van het echte leven - God - wil meenemen naar een
toekomst van vrede en liefde, van vrije, mooie mensen.
|