Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
1, 29 - 39
Door Koos van Etten

De macht van het kwaad breken

De lezingen gaan duidelijk over mensen die te lijden hebben of voor wie het leven uitzichtloos is, zoals Job. Maar wat hebben deze lezingen te zeggen naar ons, mensen van deze tijd?
Van de eerste lezing uit Job worden we niet zo vrolijk. Wat hij zegt, lijkt wel een klacht: vruchteloze maanden ken ik en nachten vol getob. Zo'n klacht herkennen we in eigen leven. Soms hebben we slapeloze nachten van de zorgen. Job is een man vol zorgen en vragen, die maar niet ophouden; hij krijgt slag na slag te verwerken, - zoals Ad de Wit deze week - en je moet dan veel moed hebben om er weer iets van te maken. Job is ook een man vol onrust, zoals Deut. zegt: 's Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen, en 's morgens: wanneer wordt het avond? Het leven lijkt zinloos, uitzichtloos, zonder hoop. Zo iemand lijdt aan aan de macht die hem overweldigt; overgeleverd aan een zinloos bestaan.

Hoe anders begint het evangelie van vandaag. Jezus gaat met zijn vrienden uit de synagoge en komt in het huis van Simon en Andreas. Daar roepen ze Hem onmiddellijk te hulp, want de schoonmoeder van Simon ligt met koorts op bed. Koorts is in die tijd ongrijpbaar, meestal betekende het een levensgevaar; het is een strijd op leven dood. Daarom roepen ze Jezus in. Hij gaat dan naar haar toe, pakt haar bij de hand en doet haar opstaan! Opstaan, staat er, hetzelfde woord als verrijzenis, opstanding. Jezus breekt de macht van de koorts, Hij doet haar a.h.w. opstaan uit de dood en geeft haar de ruimte om weer te zijn wie ze moet zijn: gastvrouw in huis om haar gasten te bedienen. Bedienen, diakonie is ook zo'n woord. Later zullen dat ook de vrouwen doen die met Jezus mee optrekken om voor Hem te zorgen; zelf zijn ze ook leerling. En Jezus zal zichzelf ermee tekenen, als Hij zegt: Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.

Dan wordt het avond, na de sabbat. Plotseling komen er een heleboel zieken naar Jezus toe: de hele stad stroomt samen voor zijn huis. Misschien hebben zij gehoord van het gezagvol optreden van Jezus in de synagoge of van de zieke in het huis van Simon. Hoe dan ook, ze brengen alle zieken naar hem toe. Wat ondergaat Jezus hierin, dacht ik: wordt Hij overvallen door al die zieken? Wil Hij dat wel? Sommigen van ons verstaan dat zo, en dan lijkt Jezus later daarvan weg te vluchten. Maar ik zie dat Jezus erop ingaat en die zieken geneest; ja, Hij drijft de demonen uit. Het demonische, de macht van het kwaad, drijft Hij uit. Ik versta erin, dat Hij laat zien, dat het leven níet uitzichtloos hoeft te zijn; dat je níet ondergedompeld hoeft te zijn in het lijden; dat je níet hoeft te berusten in de macht van het kwaad. Hij drijft dat alles eruit! Dat is de bevrijdende boodschap. We hebben dat allen zelf ondervonden, toen we hier kwamen, maar ik hoor in het evangelie van vandaag dat wij opgeroepen worden hetzelfde te doen: de macht van het kwaad breken. Zoals van de week in Emmaus onze mensen protesteren tegen het inhumane beleid t.o.v. vluchtelingen. Ook al zijn er situaties waarin je nauwelijks iets kunt veranderen, die situatie hoeft niet uitzichtloos te zijn.

Zo kom ik bij het laatste stukje van het evangelie, waarin Jezus wegtrekt, weg uit het volle huis, weg uit de stad. Hij probeert daar te bidden d.w.z. te luisteren wat zijn eigenlijke opdracht is. Als Simon Petrus en de andere leerlingen hem achtervolgen om hem weer terug te halen, dan laat hij weten dat zijn opdracht veel breder is dan die ene stad; dat Hij naar héél Galilea moet gaan. Zijn opdracht blijft hetzelfde, nl. het rijk van God te verkondigen, maar niet meer op die ene plaats. Het is een boodschap voor heel Galilea, heel die streek. Zo za Jezus zelf zijn weggaan, een weg van vrede, van liefde, gemeenschap, ook al wordt die Hem niet in dank afgenomen. Hij zal er aan onder doorgaan en toch: God doet hem opstaan! De dood, het dodende heeft niet het laatste woord.

Kunnen wij zo naar Jezus kijken en leren verstaan wat zijn opdracht is/ waartoe Hij is uitgegaan? Niet om een Wonderdoener te worden voor alsmaar meer mensen; niet om een Messias te zijn die het antwoord is op alle vragen, maar wel om de weg te gaan van een leven met God: om op Hem te leren vertrouwen, je door zijn Geest te laten beïnvloeden en de strijd aan te gaan met de kwade geesten. Om in een tijd van dreigende oorlog ons niet te laten overheersen door angst en wegen te zoeken om de spiraal van geweld te doorbreken. Om telkens weer het leven zinvol te maken, met perspectief en hoop.