|
|
Preken: Marcus 1, 21 - 28
Door Koos van Etten, gehouden op 29 januari 2006
Een nieuwe leer met gezag!
Al enkele weken lezen we uit het Marcusevangelie.
We hebben gehoord, dat Jezus is gedoopt in de Jordaan door Johannes,
waar hij de Geest op zich zag neerdalen en de stem hoorde: ‘Jij bent
mijn zoon, veelgeliefd.’ Vanuit die bezieling is hij gaan
verkondigen met te zeggen: ‘Het koninkrijk van God is ophanden.
Bekeer je en geloof in het evangelie.’ Van daaruit riep hij
leerlingen om achter hem aan te gaan. Marcus schetst dus Jezus als
iemand die vol is van Geest, een man van God, vol bezieling.
Nu treedt Jezus op in de synagoge van Kafarnaüm,
als leraar, maar wel als iemand met gezag. Een leraar of beter nog
als profeet, zoals de eerste lezing uit Deuteronomium schetst. In
Deuteronomium horen we God zeggen: ‘Ik zal uit uw broeders een
profeet doen opstaan zoals jij, Mozes. Ik zal hem mijn woorden in de
mond geven’ Een profeet: wat is dat? Het is iemand die Gods woord
spreekt, ja, maar in de praktijk laat hij vaak een kritische
tegenstem horen. Hij is iemand die optreedt tegen de structuur of de
organisatie in, in ieder geval onverwacht of soms ook lastig. Zo
laat Marcus Jezus optreden als iemand met gezag, en de mensen raken
buiten zichzelf van verbazing. Hij spreekt hen aan, niet vanuit een
mooie theorie, niet alleen vanuit de overlevering, maar vanuit eigen
gezag. Dat gezag heeft hij verworven door te luisteren naar de stem
van God en de weg met Hem te gaan. Daarbij hoort de strijd tegen het
kwaad, tegen de onreine geesten. Zo’n optreden is bemoedigend en
bevrijdend.
Maar anderzijds zien we ook dat Jezus onrust
teweeg brengt, zoals de Geest soms waait waar hij wil en beweging
veroorzaakt. Dat gebeurt hier in de synagoge van Kafarnaüm, waar een
man met een onreine geest ineens begint te schreeuwen en te tieren
en Jezus afsnauwt: ‘Wat hebben jij en ik met elkaar met maken?’ Het
onreine of onheilige in die mens komt naar boven, juist door de
aanwezigheid van Jezus die hij de ‘heilige van God’ noemt. Maar
Jezus spreekt hem toe, dat hij moet zwijgen en uit hem moet weggaan.
Dat gebeurt! Het is een gezagvol woord, een gezagvol optreden.
Maar wat is dat onreine of onheilige? Is dat ook
in ons aanwezig? Ik denk het wel. Als er iemand met gezag spreekt en
het irriteert mij, dan ga ik er niet in mee. Dan word ik b.v. bang
en voel me onzeker, omdat ik het oude vertrouwde moet loslaten. Of
ik trek me terug en houd krampachtig vast wat er is. Of ik word
kwaad en begin van me af te slaan. Al die emoties komen los. Ik
herken ze, omdat ze mij deze week zijn overkomen. Ik moet hierbij
denken aan onze kringbijeenkomst, maar ook aan de bijeenkomst van
het bestuur, waarover jullie hebben kunnen lezen in Informatief: er
was bijna een bestuurscrisis geweest. Datzelfde hebben we ook
meegemaakt in de Open Dag met pastores en dominees, en ik herken die
crisissfeer ook in de manier waarop een van de ministers deze week
onder vuur kwam te liggen. Dat alles leidde mij tot de vraag:
waartoe doen we dit allemaal?
Zo
vraag ik me nu ook af: wat wil Jezus met zijn gezagvol optreden
bereiken? Het is, denk ik, om met nieuwe ogen te kijken naar de
werkelijkheid. Het is om op grond te komen van het verbond van God
met zijn volk en ons te zuiveren van ongerechtigheid. Uiteindelijk
is het om met hem de weg te gaan en zelf gezagvol te leven, door
sterker te staan tegen de onreine of kwade machten.
Dit
evangelieverhaal eindigt met de vraag van de mensen: ‘Wat is dit?
Een nieuwe leer met gezag.’ Het is een vraag die bij ons ook wordt
opgeroepen: wie is hij toch, dat ik mij aan hem en zijn weg
toevertrouw? Laat het voorlopig nog een vraag zijn, dan kunnen we er
al doende, vanuit het leven een antwoord op vinden. Of beter gezegd:
dan kunnen we door ons leven een antwoord zijn.
|