Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
1, 14 - 20
Door Leonie van Straaten, gehouden op 16 januari 2005

Zien wie Jezus is, erkennen dat hij ons voorgaat: wij mogen de beweging die hij ontketende op ons nemen!

Enkele weken geleden las ik bij een Duitse theoloog hoe hij zich de vraag stelde, of de kerk, waarmee hij de gemeenschap van alle christenen bedoelde, tegenwoordig niet teveel met zichzelf bezig is. We lopen het risico, zo schrijft hij, de kern van de zaak, als een zaak van God uit het oog te verliezen. De vraag raakte me.
Je kunt het verstaan als een oordeel, maar ook als een richtinggevend woord om die zaak te onderzoeken, te zien waar het om draait bij Jezus – en in relatie met hem: bij ons.
Het evangelie van vandaag lijkt mij in zo’n zelfde richting te wijzen.

In de gemeente van Johannes is gezien dat Johannes de Doper de komst van Jezus voorbereidde. Dit verhaal is dan ook een getuigenis van de jonge gemeente, door Johannes opgetekend, over Jezus. Tot twee keer toe horen we “Ik wist niet wie het zou zijn”. Johannes de Doper wist niet wie na hem zou komen. Hij wist wel dat zijn zending voorlopig was, dat het een voorbereiding was op iets groters van God uit. Johannes, maar ook het volk dat zich door hem laat dopen, is vervuld van verwachting, gespitst op de nieuwe tijd, en bereid om zich daartoe te laten bekeren. Maar met dit doopsel door Johannes is die nieuwe tijd nog niet aangebroken, het is een voorbereiding. Het is de moeite waard om tot ons door te laten dringen wat hier bij Johannes de Doper gebeurt. Terwijl hij zijn zending helemaal op zich neemt, zichzelf geworden is in de diepste betekenis van het woord, kijkt hij van zichzelf af.
Wie is in staat om, zonder zichzelf weg te cijferen, ruimte te bieden aan een ander, te erkennen dat een ander zijn meerdere is? Dit is in onze maatschappij al problematisch als het afgesproken is. Als iemand in een bedrijf, of in een gemeenschap, zakelijk gezien mijn meerdere is, dan is het niet vanzelfsprekend meer dat ik hem of haar volg. Ik heb immers mijn rechten, mijn eigen goedbedoelde idealen en als die botsen met mijn plichten, dan weet ik niet of ik wel kan en wil luisteren. Het lijkt problematisch geworden omdat we van onszelf uitgaan. Nog ingewikkelder of confronterender is het als iemand spreekt met een gezag wat niet is afgesproken, maar wat wel een appèl  doet op ons. Zijn we in staat dit gezagvolle spreken te herkennen, en nog belangrijker: zijn we bereid om dit dan ook te erkennen?

Om een dergelijk soort erkenning draait het bij Johannes de Doper. Deze erkenning heeft te maken met het zien. Want Johannes ziet op verschillende wijzen. In het Nederlands staat er steeds hetzelfde woord, maar in onze voorbereiding werd me duidelijk dat dit zien in het Grieks drie verschillende woorden zijn en ze hebben dan ook drie verschillende betekenissen.
1) Allereerst ziet Johannes Jezus aankomen. Het is een zien zoals ik u zie zitten hier voor mij. 2) Het tweede zien is een appel om te zien: kijk toch, doe je ogen open, dan zie je wie hij is. 3) Tenslotte vertelt Johannes hoe hij ziet dat de Geest van God op Jezus neerdaalde. Het is een zien waarin hij iets ervaren heeft van Jezus’ verbondenheid met God, een zien met het hart.
Drie niveaus van zien. Opdat wij gaan zien wie Jezus is.
Johannes vertelt ons dat hem iets is overkomen in dit zien en hoe hij het een plaats gaf in zijn leven: Jezus is zijn meerdere, de dienaar van de Heer door wie God zijn heerlijkheid toont. Een visioen dat al leeft in de tijd van Jesaja: het volk Israël wordt als dienaar aangesteld, aangesproken om het stralende licht van de Heer voor alle volken te zijn.
In Jezus komt dit visioen tot vervulling. Zo getuigt Johannes. De mens die zo op God lijkt dat hij Zijn zoon genoemd wordt. Maar Johannes noemt hem ook het lam van God. Een woord dat ons natuurlijk herinnert aan het paaslam, het lam dat voor de bevrijding van het volk Israël geslacht moest worden. Jezus is het lam van God dat de zonden van de wereld op zich nam, ze heeft weggedragen. Maar wat kunnen wij ons hierbij voorstellen? Zonden zijn er op grote schaal, overal waar het verbond geschaad wordt, overal waar leven verspild wordt, overal waar de spiraal van het kwaad opeenvolgende generaties beheerst. Het is niet moeilijk aan te wijzen.
Dichterbij kunnen we onze ogen er ook niet voor sluiten. Het is zonde als de zaak van God kansloos wordt, omdat wij onszelf in het centrum plaatsen en hiermee alle levensruimte vullen. Want wat komt er terecht van het verbond als wij van onszelf uitgaan? Als ieders eigenheid, onze verschillen het laatste woord krijgen? Als wij niet, met behoud van eigenheid, ons invoegen in wat ons bindt?

Maar kan een mens deze zonden op zich nemen? Van Jezus wordt het gezegd, en dit getuigenis van Johannes is betrouwbaar. Wij mogen het wagen op grond van zijn woorden te geloven dat Jezus een beweging ontketende waarin de zonden uit de wereld worden weggedragen. Wij mogen het wagen om deze beweging op ons te nemen, opdat de zonden van de wereld ook in onze tijd worden weggedragen. Om te beginnen daar waar ik leef. Het zal te zien zijn aan een mens die dit doet. Zo’n mens is de moeite waard om naar te luisteren, zo’n mens is gezagvol.