Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
1, 14 - 20
Door Niek Werkhoven

Luister!

Toen me van de week gevraagd werd om dit evangelie in verband te brengen met ons leven nu, kwam er de nodige weerstand bij me op. Ignatia ging haar broer begraven, Jos met een doodzieke vrouw, Ad en Ine die met angst en beven naar het ziekenhuis gingen. De politiek spanning welke kant het op zou gaan in ons land.
Wat moet je dan met zo'n verhaal van 'geloof in goede boodschap van God'. Wat heeft het dan te betekenen als we horen dat enkele vissers het werk uit hun handen laten vallen en zo maar op pad gaan.
Al zou je het willen, zo plotseling kom je niet tot leven, tot een ander 'goed' leven. Maar als je gevraagd wordt om hier wat te zeggen, om je gebed te delen, dan ben je wel gedwongen te blijven luisteren, om woorden toe te laten die je in eerste instantie niets zeggen.
Ik moest me mezelf opnieuw herinneren dat Marcus ons hier geen feiten voorhoudt van een pril begin van Jezus' optreden. We hoorden trouwens vorige week nog een totaal ander verhaal over de roeping van de eerste leerlingen. Marcus vertelt geen feiten, maar wat dan wel?
De eerste zin trof me, Marcus maakt daarin al bondig duidelijk waar het hem om gaat: nadat Johannes overgeleverd was... We weten wat dat wil zeggen, deze man schiet er het leven bij in. Overgeleverd worden, het woord bleef haken, want het komt dikwijls terug in dit evangelie van Marcus. Als hij dit vertelt laat hij al doorschemeren dat ook Jezus overgeleverd is en dat Hij wist dat dit zou gebeuren. En desondanks goed nieuws van God.
Waar slaat dat toch op, hoe kan je daar toch iets dichter bijkomen?
Als we vandaag dit evangelie te horen krijgen, heeft dat beslist niet de strekking om met een wollige deken van vroomheid onze realiteit van benauwdheid, angst, verdriet of boosheid toe te dekken. Wel is het een beroep om ons niet af te sluiten, onszelf op te sluiten in wat ons bevangen houdt.
Overgeleverd worden aan krachten die je het leven afnemen, onmogelijk lijken te maken. En dan als het zwart voor je ogen is, is het geen tijd voor grote en dure woorden, misschien wel helemaal niet voor woorden. De goede boodschap die Jezus uitroept volgens dit evangelie is geen preek die voorspiegelt dat we alleen maar de knop hoeven om te draaien om weer adem en uitzicht te hebben.
Geloof is een genade wordt ons voorgehouden, een gave zoals liefde. Je kan dat wel willen, je kan er naar verlangen, maar vroeg of laat ontdek je dat het je gegeven moet worden. En al schijnt het evangelie te suggereren dat het meteen en plotseling gebeurt, dan is dat toch een blik achteraf. Feitelijk is het een moeizaam proces waarin ons egoïsme, ons egocentrisme afgepeld wordt. Want we zitten zó vast aan wat we menen nodig te hebben om te kunnen leven, dat we bijna niet kunnen toelaten hoe de Bron van leven in ons door kan komen. Het goede nieuws van God. dat krijgt alleen maar betekenis vanuit een grondeloos 'niets meer'. Het is een tot vertrouwen komen dat het er een weerloze kracht is die aanwezig wil komen. Een kracht die mensen zo mobiliseert goed te doen. Goed te spreken, goed te denken en daardoor te ervaren wat leven is..
Kom achter Mij aan, want waar mensen zich verzetten tegen kwaad en onrecht, is er een spoor van het Mysterie van goedheid, van de goede boodschap van God.
Het gaat niet om grote woorden over God, maar om een draai te geven aan ons spontane denken en voelen. Een zich beschikbaar houden voor wat we niet begrijpen, niet kunnen overzien. Maar we hoeven ook niet totaal in het blinde rond te tasten. Ons wordt gezegd dat het gaat om een volk te vormen daar waar we zijn en met hetgeen we zijn; om verbond te vorm te geven.
Overgeleverd om anders te worden, om het leven met elkaar te maken tot wat we ten diepste verlangen, onze ogen te openen voor de werkelijkheid van geluk en vrede die wellicht heel anders zijn dan we ons voorstellen, ons beschikbaar te stellen voor wat God verlangt met ons.
We mogen het brood breken en delen met elkaar, de kelk drinken als teken dat de Geest ons gegeven wordt, dat deze Geest ons bezielen kan vandaag en de komende dagen. Opdat als het moment aanbreekt dat 'vertrouwen' van ons gevraagd wordt we voorbereid zijn.
Zo moge het ons nu overkomen.