Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
1, 14 - 20
Door Niek Werkhoven

Homilie

Ik wil even aansluiten bij het welkomstwoord van Frans. We weten dat we hier bij elkaar zijn om een krachtveld op te roepen van aanwezigheid, een situatie waarin aanwezigheid ervaren kan worden. Zonder die aanwezigheid immers verschraalt het heilige tot een geestdodende herhaling, en daar is de zondag niet voor bedoeld. We kunnen die aanwezigheid onder andere oproepen door te luisteren naar die oude familiepapieren van ons, waaruit we kunnen opmaken waar we van afstammen. We kunnen die aanwezigheid ook oproepen door te luisteren naar de Schrift, waarin - zoals we zojuist hoorden - mensen, gezichten en zielen getekend staan. Je moet echter wel goed luisteren om de herkenning op te diepen.

En toch, vandaag is dat niet zo moeilijk, lijkt me.

Zo is daar de eerste lezing uit Jona, waar diepe ernst gekoppeld wordt aan kostelijke humor. Peter Schilling zou ongetwijfeld zeggen: de ernst van de ernst is humor, en de humor van de humor is ernst. En dat is nog waar ook. Jona ontkomt niet aan zijn roeping. Hij moet naar Ninivé, die grote stad van 120.000 mensen - let wel: tien keer twaalfduizend. Klaarblijkelijk heeft hij nog niet zoveel zin, want op die eerste dag doet hij zijn mond niet open. Als hij er vervolgens niet langs kan, perst hij zijn boodschap in zeggen en schrijven vijf woorden. De symboliek is niet mis te verstaan: tienmaal 'twaalf' en 'vijf'. Hij perst zijn verhaal in op de kop af vijf woorden, zonder verdere toelichting, maar, zo horen we, toch wordt het woord van deze rare figuur verstaan als het woord van God. Eerst verstaat het gewone volk dit woord als zodanig en vervolgens gaat dit zo verder tot aan de koning toe. Dan horen we "en God zag wat ze deden; Hij zag dat zij terugkwamen van hun slechte wegen". God zag het wel, maar Jona niet, want die laatstgenoemde blijft zitten wachten totdat God die verdorven stad toch maar zal opruimen, met de grond gelijkmaken.

Op zich zou deze eerste lezing al ruim voldoende zijn om dat klimaat van Aanwezigheid te kunnen oproepen.

Marcus wijst ons evenwel nog een stapje verder. Kort en krachtig, zij het met iets meer dan vijf woorden, wil hij ons iets laten zien, of liever, wil hij ons hart raken. Hij begint met een understatement: "Nadat Johannes gevangen genomen was, kwam Jezus naar Galilea ..." Marcus gaat ervan uit dat we dat verhaal van Johannes kennen, en dat doen we ook. We weten dat Johannes, zolang hij in de woestijn optrad, ongemoeid werd gelaten, want och, mooie woorden zeggen over God en het leven is nog ongevaarlijk. Maar toen hij zich begon te bemoeien met de sociale en ethische wanorde en zelfs het gedrag van die kleine despoot Herodes aan de kaak stelde, kostte hem dat zijn kop. En in één adem vertelt Marcus dan dat Jezus naar Galilea kwam en de blijde boodschap van God begon te verkondigen. Je moet maar het lef hebben om in zo n situatie te gaan uitroepen "de tijd is rijp, Gods Rijk is op handen, goed nieuws!" Waar is dat dan aan te zien? Waarom zou, nadat Johannes overgeleverd was, de tijd rijp zijn en het Koninkrijk nabij?

Pas als we deze vraag stellen, geloof ik, krijgt het woordje ‘bekering’ een beetje zin en inhoud. De boodschap van Jezus - de boodschap die Jezus in persoon is - geldt immers niet een lieve God, die ons een beetje troost en ons een handje toesteekt om te kunnen overleven. Het is wel de boodschap van Gods liefdevolle zorg voor de wereld, die zorg die - om met de woorden van Jona te spreken - kan afzien van het onheil waarmee Hij gedreigd had. Ik kan het nog een beetje directer zeggen: wanneer wij, mensen, onderkennen wat voor chaos, wanorde en onmenselijke verhoudingen wij scheppen, wanneer we dat zien en daarvan terugkomen, dat rechtbuigen en het kwade met het goede proberen te overwinnen, dan gebeurt er iets anders. Als Jezus uitroept dat de tijd rijp is, kan Hij dat zeggen om de simpele reden dat Hij dat doét. Hij maakt de tijd rijp, Hij lééft God.

Wat dat te betekenen heeft weten we, als we het einde van het Marcus-evangelie erbij betrekken, zoals het ook hoort. Jezus wordt ook uit de weg geruimd, gekruisigd, maar Hij is desondanks niét bij de doden, want Hij is Leven.

Om dit duidelijk te maken voegt Marcus er die twee roepingscènes aan toe: de roeping van Simon en Andreas, alsmede de roeping van die zonen van Zebedeus. Misschien moeten we kijken met de humor van Jona om de ernst ervan werkelijk te zien. Die humor dient dan niet om de boodschap wat te verdoezelen, maar om een beetje bevrijd te worden van onze zwaarte, onze zwaarwichtigheid, onze gewichtigheid en geslotenheid. Het is zo langzamerhand wel tot ons allen doorgedrongen dat we in de evangeliën niet horen wat er nou precies gebeurd is. Veel belangrijker is dat we het appel horen, zowel het appel dat Jezus op die mensen doet als het appel dat ook vandaag weer tot ons gericht wordt. Het is belangrijk om daarnaar te blijven luisteren, opdat we, wanneer de omstandigheden dit vragen, inderdaad adequaat kunnen antwoorden.

Zoals Frans al zei, worden deze leerlingen 'geplukt' terwijl ze druk doende zijn met hun beroep en hun dagelijkse beslommeringen, midden in hun verantwoordelijkheid voor het bestaan. Ze moeten hun brood verdienen, en dan is daar opeens Jezus: "Kom achter Mij aan ..." Waarom zou dat juist verteld worden? Is dat niet om ons te binnen te brengen dat, wanneer we hier Jezus gedenken, zulks een riskante herinnering is? We moeten bij deze roepingscène blijven horen wat er in die eerste zinnen staat: "Gods Rijk is op handen." Jezus zegt dat ondanks wat Hij meemaakt, ondanks wat Hij ervaart met Johannes, ondanks het feit dat Hij ervaart wat voor kwaad mensen kunnen aanrichten. Hij zal het zelf aan den lijve ondervinden, maar toch ... Jezus hoopt. Hij gelooft in de mogelijkheid van de liefde, in de mogelijkheid van God in het leven van mensen. "God zag dat zij terugkwamen van hun slechte wegen."

Liefde is een gevoelige zaak. Wanneer we dat ter sprake brengen, lopen we het grote risico dat het wordt afgedaan als romantiek. Liefhebben en recht doen, zo hebben we geleerd, brengen niet altijd geluk voort. Maar de liefde waar het in het evangelie en in deze eucharistieviering om gaat, dit ‘agape’, is een liefde die conflicten niet uitsluit Neen, de kans op conflicten in de werkelijkheid van het leven neemt juist toe, omdat liefde meer risico's neemt om conflicten aan te gaan, die anders vermeden worden. Liefde impliceert niet automatisch geluk. Wanneer liefde betekent opkomen voor iemand anders met voorbijzien aan eigen, gerechtvaardigde belangen en zelfs met voorbijzien aan het behoud van je eigen identiteit en je eigen leven, dan spreek je niet meteen van geluk, maar het kan wel blijheid en vreugde geven. Liefde ordent en trekt grenzen. Deze grenzen zijn gericht op het behoeden van het anders-zijn van de ander, het vreemde. Het verschil wordt dan niet ervaren als een bedreiging of als een tekort, maar als een verrijking. In plaats van obstakel wordt de ander model, zelfs zo'n figuur als Jona. Daardoor kan er een einde kouten aan rivaliteit en kan chaos vermeden worden.

Worden we vandaag door deze roeping van de apostelen herinnerd aan deze grond van leven, aan deze grote stappen, die de kinderen ons aan het begin van deze dienst voorlegden naar de tafel, om zo bij elkaar te zijn en om te weten wat die grond van ons doen en laten is. Moge het zo zijn dat dit een moment is om het ‘krachtveld van Aanwezigheid’ te ervaren en ons daarnaar toe te keren.