|
|
Preken: Marcus 16, 15 - 20
Door Leonie van Straaten
Van vreemde tot vriend worden
Als je, zoals we
zoëven in deze zondagse dienst gedaan hebben, begint met een liedje
uit Afrika en je dat nog niet eerder gehoord of mee ingestudeerd
hebt, is het misschien niet zo gemakkelijk om je meteen welkom te
voelen. Daarmee zitten we meteen in het thema van de vreemdheid en
de gastvrijheid en ik hoop dat U zich zeker allen hier welkom voelt.
Het is immers zo dat, als je bij mensen op bezoek gaat – en dat
geldt voor ieder van ons – of als je zelf bezoek ontvangt, het
helemaal niet zo gemakkelijk is om je direct vertrouwd te voelen. Zo
gaat het gewoon meestal niet.
Vrijdagavond zijn we dit weekend begonnen met het
feest van Hanneke. Hanneke is 40 geworden en we hebben haar gewoon
met zijn allen ‘overvallen’. We hebben je met allen, die zo ongeveer
van mijn leeftijd of jonger zijn – en ook een paar wat ouderen –
overvallen en we hadden daarbij ons best gedaan om je op je gemak te
stellen. We hadden namelijk allemaal iets aangetrokken, waarvan we
dachten "dat past nou echt bij Hanneke". Nu heeft Hanneke wel heel
veel kanten, als je op zo’n avond rondkijkt. Je keek de hele avond
in de spiegel, doch het is maar de vraag in welke spiegel jij je
herkend hebt. Dat is natuurlijk altijd zo onder ons. We hebben heel
veel beelden van elkaar en zijn soms heel vertrouwd en soms niet zo
vertrouwd met elkaar. Kennen we elkaar wel goed? En welke beelden
heb je, die niet meer af te breken zijn? Kun je nog eens nieuw naar
een ander kijken?
Dat zijn allemaal
vragen, die bij het thema van deze zondagviering passen. Het is
vandaag Willibrordzondag, de zondag van de oecumene. Letterlijk
vertaald betekent oecumene ‘bewoonbare wereld’. Als we dus oecumene
doen, proberen we om deze aarde, deze wereld bewoonbaar te maken. We
proberen dat te doen op de wijze zoals Jezus ons dat voorgedaan
heeft. Het thema is ‘vreemdeling en gast’. De Hebreeuwse taal, de
taal van de bijbel, heeft maar één woord om zowel ‘vreemdeling’ als
‘gast’ aan te duiden. Iemand die gast is, is een vreemdeling voor
je, en een vreemdeling kan jouw gast zijn. Daar zit een soort
opdracht in, een opdracht om elkaar aan te kijken, met elkaar te
maken te willen hebben, en dan zo wereldwijd als wij deze wereld
bewonen, niet alleen zo dichtbij als op zo’n feest van Hanneke, maar
ook wereldwijd. Dat is een nogal grote opdracht.
Straks horen we het verhaal van Abraham. Abraham
krijgt bezoek. Hij krijgt God op bezoek, maar dat weet hij niet,
want hij krijgt gewoon drie vreemdelingen op bezoek. Zo gaat het
natuurlijk ook vaak. Hoe zou hij nou immers kunnen weten dat het God
is, die tussen die vreemdelingen staat? En in het evangelie horen we
hoe Jezus zijn leerlingen de wereld in stuurt. In die wereld ontmoet
je vreemde talen en andere culturen. In onze tijd hoef je daarvoor
helemaal niet zo ver weg te gaan, want als je door Eindhoven of
Amsterdam loopt, ben je al midden in de wereld. Als je je ogen open
hebt ontmoet je daar de hele wereld. En Jezus wil dat zijn
leerlingen de mensen een goede boodschap vertellen. Een goede
boodschap, zo heet dat, een boodschap van liefde en gerechtigheid.
Dat zijn thema’s, waar we wel over praten, maar dan als idealen en
liever niet met de naam van God erbij, want spreken over God is
vreemd. Als je dat doet ben je voor heel veel mensen een
vreemdeling. Kunnen we echter wel zonder die naam?
Hoe het ook zij, Willibrord was zo’n man, die dat
wel gedaan heeft, en als je hier rondkijkt zitten er ook mensen,
veel mensen, oudere mensen, die dat hun hele leven gedaan hebben:
vertellen over liefde en gerechtigheid, op weg gaan met de goede
boodschap van Jezus. Deze Jezus is voor velen van jullie iemand van
verhalen, maar vooral een vreemdeling, want wat moet je toch met
Hem? Dat weet ik niet. Dat moet je zelf ontdekken in je leven, als
je met vragen te maken krijgt, vragen over liefde, vragen over wat
rechtvaardig is, vragen over wat waar is. In dat geval kun je in die
verhalen over Hem horen hoe Hij daarmee omging. Dan kan Hij minder
vreemd en als een vriend worden. Zo is het mij vergaan en zo is het
heel velen vergaan. We zoeken dat nou nog met elkaar, dag voor dag.
En voor ieder van ons geldt dat, als je je met elkaar inlaat – ook
al ben je nog zo vreemd voor elkaar – dwars door de beelden heen, je
met een goede boodschap bezig bent. Dan doe je liefde en doe je wat
recht is. Als we dat doen en als we daarin geloven, dan kunnen we
het vandaag ook vieren. Daarom zijn we ook hier. En als we straks
aan tafel zijn en het brood breken, dan zijn we bij Hem te gast, bij
die vreemdeling, en dan hoop ik dat we het samen doen, dat we elkaar
aankijken en dat we kunnen geloven dat iedere vreemdeling een vriend
kan worden.
|