Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus 9, 2 - 10

Door Niek Werkhoven, gehouden op 6 augustus 2006

 

Er samen naar zoeken wat dat is “uit de doden opstaan”

 

Preken betekent dat de ene hongerige persoon de andere vertelt waar voedsel te vinden is, schrijft Borgman in zijn boek ‘Metamorfosen’, een ander woord voor gedaanteverandering. De ene hongerige persoon die de ander vertelt waar voedsel te vinden is. Een rake typering, lijkt me. En Borgman vervolgt: hij presenteert zichzelf niet als iemand die een geheime schuur vol voedsel bezit waarvan hij naar believen kan uitdelen; nee, hij gaat voor in het zoeken naar voedsel. Sluit dit niet naadloos aan op die laatste zin van het evangelie:

dat woord houden zij bij zich

en zoeken er samen naar wat het is, dat “uit de doden opstaan”?

Toch wordt dit evangelie ons vandaag niet gegeven om ons te herinneren aan wat we allemaal zouden moeten. De kerk, de gemeenschap waarin we leven, wil ons op 6 augustus voorhouden wat ons gegeven wordt, wat we ontvangen hebben. Er samen naar zoeken wat dat is “uit de doden opstaan”.

De evangelist legt het ons niet uit, maar vertelt het ons, kort, heel kort, maar juist daardoor scherpt hij onze aandacht.

Want wie zijn die Petrus, Jakobus en Johannes die Jezus bij zich roept, meeneemt een hoge berg op? Er ging mij een lichtje op toen ik diezelfde namen aantrof in Paulus’ brief aan de Galaten. Hij heeft het daar over Jakobus, de broer van de Heer. Hij noemt deze Jakobus samen met Kefas, (Petrus dus) en Johannes de belangrijkste broeders, die als steunpilaren golden.

Mannen van aanzien, belangrijke figuren in de groep mensen die na Pasen die Jezus waarmee ze opgetrokken waren zo totaal anders waren gaan zien. Hadden ze dit aanzien gekregen door deze bijzondere ervaring? Ik geloof van niet, eerder het omgekeerde: omdat ze belangrijk waren geworden in het zoeken naar voedsel, konden ze vertellen dat ze al tijdens het optrekken met Jezus een glimp hadden opgevangen van zijn heerlijkheid. Dat dit visioen, deze bijzondere ervaring, hen niet tot aanzien bracht, horen we in het evangelie, wanneer Jezus precies deze drie mannen in Getsemane tevergeefs vraagt om met hem te waken, maar, tot drie maal toe sukkelen ze dan toch in slaap! Teken van authenticiteit van de blijde boodschap die ons is overgeleverd: de mensen van het begin waren geen virtuozen, hun schamelheid, kleinmenselijkheid wordt niet verbloemd. Ook Petrus, Jakobus, de broer van de Heer en Johannes hadden geen geheime voorraadschuren vol voedsel. Ook zij moesten leren wat het is “uit de doden opstaan”.

Leren en zoeken naar wat hun – en ons nu ook – al gegeven is!

 

Hoog op de berg, waar ze heel alleen waren, verandert Jezus voor hun ogen van gedaante. Ze hebben hem tot nu toe gezien en gehoord: dat verwonderlijke gezag waarmee hij sprak over Gods macht die zo dichtbij was, ze hebben gezien hoe hij dat waar maakte door blinden het gezicht terug te geven, vooral ook door demonen, die mensen in de greep houden, uit te bannen. Maar er is meer nodig om de blijde boodschap die Jezus is, werkelijk, dat wil zeggen met je eigen leven te ontvangen.

Nu zien ze hem, stralend, en ze zien Elia en Mozes samen met Jezus praten: Elia de profeet van herstel, Mozes de profeet van het onderricht: hun woorden waar zij voor staan vloeien samen in het woord van Jezus, in waar Jezus voor staat.

Verbijsterend dit te zien, schitterend en ontzagwekkend zo’n blik op de achterkant van het gewone leven.

Maar dan, zo wordt ons verteld, is er ineens een wolk, geen donderwolk maar een sluier die dit schitterende overdekt. En een stem: mijn geliefde zoon, luister naar hem. De mooie droom is voorbij en ze kunnen weer naar beneden gaan, naar de gewone dagelijkse dag. En Jezus vraagt hen indringend niet over die mooie droom te vertellen, tenzij wanneer de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.

Ja, zal Paulus zeggen, als Christus niet uit doden is opgestaan, is ons geloof een lege droom, waardeloos. Maar Hij is opgestaan: in zijn stervensschreeuw “mijn God waarom heb Jij mij verlaten” was en bleef deze God hem nabij. En dat is “gezien”, zelfs deze afschuwelijke dood was niet het einde!

Jezus’ God heeft zijn weerloze macht getoond. En na zijn opstaan uit de doden, kunnen we, mogen we vertrouwen dat de dood en zijn trawanten: leegte en gemis, mislukking, geweld en onrecht, niet het laatste woord hebben. Het laatste woord horen we dikwijls niet, het is een lange weg, een levensweg om er iets van op te vangen. Maar vandaag wordt ons in dit eenvoudig teken van brood en wijn toch weer gegeven dat alles wat ons bezwaart, alles wat we misschien verdringen en waar we maar liefst niet aan denken, opgenomen is, deel uitmaakt van de beweging naar toekomstig vol leven. Niet chaos, onvervuldheid, niet het gemis en de pijn hebben het laatste woord.

“Gelukkig zij die daar naar leven”.