|
|
Preken: Marcus 9, 2 - 10
Door Koos van Etten
De berg van de Heer opgaan
We gaan de 2e week
van de Veertigdagentijd in: een tijd van beproeving, zoals we vorige
week hoorden. Vandaag worden we door twee verhalen meegenomen de
berg op en horen een verhaal over een geliefde zoon. Eerst worden we
meegenomen door Abraham die op de proef wordt gesteld: de tiende
beproeving inmiddels. Vooraf heeft hij leren leven met God, die hem
een land en een zoon beloofd had, en na jaren is die belofte in
vervulling gegaan. Maar nu hoort hij opnieuw de stem van God en hij
raakt verontrust. Hij hoort de opdracht, dat hij zijn zoon Isaak,
zijn meest geliefde zoon, moet meenemen de berg op en hem daar moet
opofferen. Met lood in zijn schoenen doet hij wat van hem gevraagd
wordt, want hij heeft leren gehoorgeven aan die stem, maar hij
blijft intussen wel goed luisteren: wat wordt er toch bedoeld? Pas
gaandeweg gaat hij inzien, dat het om iets anders gaat: God vraagt
van hem niet om zijn zoon op te offeren, maar om hem los te laten en
zijn eigen weg te laten gaan. Op die weg is God hem heel nabij en
trekt met hem mee. Door die beproeving heen, waarin de angst hem
soms naar de keel grijpt, heeft hij de waarde van het leven met God
leren zien tot het uiterste: hij heeft God leren zien in het meest
dierbaarste van zijn leven en hij is er bevrijd uit te voorschijn
gekomen.
Ook door het evangelie worden we meegenomen de berg op. Jezus neemt
drie van zijn leerlingen met zich mee in een wereld waar ze
eigenlijk niet thuishoren. Voor de leerlingen is deze weg met Jezus
een ware beproeving, want vlak hiervoor heeft Jezus gezegd dat hij
veel zal lijden, dat hij door de leiders van het volk gedood zal
worden en op de derde dag zal verrijzen. Met die woorden nog in hun
hart en de spanning die dat meebrengt, gaan ze de berg op en zien
daar tot hun verbazing, dat er bij Jezus een totaal andere
werkelijkheid doorkomt: hij straalt een bijzonder licht uit! Twee
hemelse figuren, Elia en Mozes, zijn met hem in gesprek: twee
voorgangers die de verbinding hebben gemaakt tussen hemel en aarde,
en ook de berg op zijn gegaan. De leerlingen zien dus in een flits
wie Jezus eigenlijk is: dat hij hoort bij God. Ze horen daar een
stem: 'Die vriend en leermeester van jullie daar, dat is mijn
veelgeliefde zoon!'
Petrus wil dit visioen vasthouden: hij doet Jezus de suggestie om
daar een tijdje te blijven, maar eigenlijk begrijpt hij niet wat er
gaande is, en de andere leerlingen evenmin. Als plotseling het
visioen weg is, zien ze alleen nog Jezus, van wie een commentaar
zegt: 'in zijn vale en versleten kleren', die gewone man die ze al
een tijdje als hun leermeester en vriend zijn gevolgd, niets
bijzonders zou je zeggen. Het blijft een onbegrijpelijk gebeuren
voor hen.
Kennen wij de ervaring die hier beschreven is? Ik denk het niet,
want het zijn bijzondere personen. Abraham is de vader geworden van
vele gelovigen, van joden, christenen en islamieten. In die zin gaat
hij ons allen voor. En Jezus is de weg gegaan van de geliefde Zoon
ten einde toe, heel uniek. Maar we kunnen ons er wel door laten
meenemen en tot eenzelfde ervaring komen. In ons persoonlijk leven
zijn er soms dan van die topmomenten of diepte-inslagen, waarbij er
iets in ons doorkomt van een andere kant van leven: in een retraite
of sabbattijd of de themadag van gisteren. Voor anderen valt het dan
op: kijk eens, hoe hij of zij straalt! Dat is iets van de Geest!
Zo'n moment wil je dan vasthouden, maar dat lukt niet; het is 'zien
soms even' en dan is het weer weg. Je moet de weg verder gaan, in
het gewone van alledag.
Ook in ons gezamenlijk leven kan zo'n moment voorkomen. Ik moet
denken aan het 35-jarig bestaan van onze gemeenschap. Of aan vorige
week zaterdag: het toedienen van het sacrament van de zieken.
Degenen die de zalving ondergingen, lieten zich aanraken door de
zalving van de Geest en zich door zijn kracht moed inspreken. Maar
ook wij die erbij waren, hebben ervaren dat God ons heel nabij was!
Zo'n moment zouden we willen vasthouden, maar dat lukt niet. Zij die
gezalfd zijn, moeten de weg verder gaan in het onzekere van de
ziekte of ouderdom; maar ook wij zullen de weg verder moeten gaan,
niet wetend wat ons zal overkomen.
Ik voel, dat we staan voor een punt waarop we onszelf niet meer in
de hand hebben, maar zoals Jezus overgeleverd worden 'in handen van
mensen'. Dan geldt zijn woord: 'Wie zijn leven wil vasthouden, zal
het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het
behouden!' We hebben nog een weg te gaan met Jezus, voordat het
Pasen is. Hij zal die weg gaan door het lijden, de dood en de
verrijzenis heen. Wij moeten met Hem onze weg gaan, ook in het
onzekere. Maar vanuit de ervaring die ons vandaag wordt verteld en
ons is overkomen, mogen we erop vertrouwen dat God met ons meetrekt.
Dat geeft moed en hoop, in die hoop zien we uit naar Pasen,
perspectief van nieuw leven.
|