|
|
Preken: Marcus 1, 7 - 11
Door Monique Lejeune,
gehouden op 8 januari 2006
Doop van de Heer
Ooit heb ik als kind aan mijn ouders gevraagd,
waarom ze van elkaar hielden. Ze gaven me allerlei voorbeelden, maar
ik herinner me, dat het niet bevredigend was. Er bleef iets geheim,
wat ze blijkbaar niet onder woorden konden brengen. Zou ik het nu –
jaren later – híer vragen aan een echtpaar of aan vrienden, dan zal
ik nog wel hetzelfde onbevredigende antwoord krijgen. En nu weet ik,
dat er een diep geheim verscholen ligt in liefde en leven. Zo
vergaat het mij ook met mijn relatie met Jezus. Ik kan veel over hem
vertellen, maar het zal maar heel even de kern van mijn
betrokkenheid raken, dat blijft een geheim, misschien zelfs voor
mijzelf. En zo verging het mij ook met het feest van vandaag,
waarmee we de kersttijd afsluiten. Wat ik ervan kan zeggen, kan er
hoogstens aan raken, maar er blijft het grote geheim.
Laten
we maar luisteren naar de lezingen.
In de eerste lezing hebben we het lied van de
dienaar gehoord, die vertroosting brengt, mensen weer tot hun recht
laat komen. Het is een tijd van onderdrukking, ballingschap. Maar er
komt een koning, een Pers, een vreemdeling dus, die verademing
brengt. Hij voert een totaal andere politiek, waardoor er weer
ruimte komt voor iedereen. Cyrus is zijn naam! Deze ommedraai doet
Jesaja zingen van verwachting en zijn lied wordt later gebruikt voor
Jezus, de mens die uit het onaanzienlijke Galilea van de heidenen
kwam. Zo heeft Marcus en zijn gemeente verstaan hoe Jezus zijn doop
door Johannes onderging. Wij mogen even meekijken door hun ogen en
hun hart. We zijn alleen maar toeschouwers bij het gebeuren in de
Jordaan. We zien Jezus, die thuisgekomen is in zijn geschiedenis,
naar Johannes komen en zich onderordenen in het gebeuren van de
doop. En dan breekt God in, de hemel scheurt open, een duif daalt
neer en Heilige Geest komt over Jezus. Zo is dat bijzondere gebeuren
in Jezus verwoord. God breekt in in een mens: Jij bent mijn geliefde
zoon.
Vanaf
dat moment verstaat Jezus wat zijn roeping is en zal hij er helemaal
voor gaan. Hij is zending geworden, door ons niet te zien, want het
blijft een geheim, zoals liefde en leven uiteindelijk een geheim
blijven. Marcus kan er alleen maar beelden voor gebruiken, die wij
in onze tijd misschien met de oranjerevolutie in de Oekraïne zouden
beschrijven. Revolutie zonder bloedvergieten, maar niet te keren en
onherroepelijk.
Uiteindelijk ontgaat het iedereen, Johannes, Marcus en ons. Met
stijgende verbazing hebben we het in de Oekraïne zien gebeuren! God
breekt in, zeggen we en zingen we, en we bidden erom. En gaandeweg
geloven we, dat God uit de ruïnes nieuw leven doet geboren worden,
zelfs door de dood heen. In Jezus mogen we verstaan, dat ook wij
bemind worden, niet te zien en niet te horen of te voelen, maar diep
waar in het geheim van leven.
Aan
ons het antwoord.
Je
kunt zo blijven luisteren, dat jou iets van de ervaring van de doop
kan overkomen en dat je daaruit kunt gaan leven. Maar het kan je ook
zo ontgaan, dat je je afkeert en het geheim van liefde en leven de
rug toekeert.
Dat
is de uitnodiging, die we bij het sluiten van de kersttijd
ontvangen. Ons geliefd weten en dicht bij Jezus blijven, die heeft
durven verstaan en gedaan heeft, wat liefde vermag en vraagt.
Mogen
we onder die zegen verder trekken in de tijd die nu voor ons
ligt, als veelgeliefden.
|