|
|
Preken: Marcus 1, 1 - 8
Door Leonie
van Straaten
Een goede boodschap, wie waagt het te
vertrouwen?
Wie zijn die mensen die de troost doorgeven? Hoe
kunnen we vertrouwen, vertrouwen geven, in het donker van onze
dagen, dat de Heer met ons meetrekt?
We horen vandaag het begin van het evangelie
volgens Marcus. De evangelist geeft zijn verhaal een titel mee:
"Begin van de goede boodschap van Jezus Christus". (De naam "Zoon
van God" die is toegevoegd kleurt het verhaal, maar het is onzeker
of deze naam er in de grondtekst wel stond.) Met de titel is al heel
veel over het verhaal én over de schrijver gezegd. De goede
boodschap is niet het stukje tekst dat we voorlezen. Evangelie is
een gebeuren van verkondiging, en door deze titel maakt Marcus
hiermee een begin. Bovendien presenteert Marcus zichzelf niet alleen
als schrijver van een goed verhaal, maar neemt hij stelling als
evangelist, als de bode die gelooft dat het verhaal van Jezus
Christus goed nieuws is en verkondigt moet worden, opdat het
gebeuren kan. Het gaat dus om de verkondiging van Jezus Christus.
Jezus Christus, door het noemen van de naam zien we het hele leven
van die mens oplichten. Mens, geworden, zoon van mensen, zoon van
God, verwachte, gezalfde, leven/dood/verrijzenis.
Het verhaal van Jezus begint bij Johannes. Of
eerder, want: "zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja zo trad
Johannes op." De Jesaja tekst die Marcus dan citeert is eigenlijk
een compilatie van profetenteksten. Wie zich erin verdiept zal lezen
dat dit vers het verhaal van Jezus verankert in de geschiedenis van
het verbond. Hoe er steeds gezocht is om in dat wat gebeurde, wat
gebeuren moest, de stem van God te verstaan. De levenswijze van
Johannes wijst ons in dezelfde richting: de kameelharen mantel is
een onderscheiding als profetenmantel. En de leren gordel is het
signalement van Elia. Marcus gebruikt Johannes, als een
teruggekeerde Elia, om het belang van Jezus in de geschiedenis van
God met mensen aan te wijzen. Johannes is een sleutelfiguur, die de
weg baant van het oude naar het nieuwe verbond. Een rechte weg, geen
omzwervingen meer, het is tijd om ons rechtstreeks op de Heer te
richten.
Zelf leeft hij in de woestijn, plaats van stilte,
van inkeer, plaats om het woord te horen, je moet wel luisteren om
te overleven. Je moet wel samen gaan, alleen overleef je zeker niet.
Zoals hij is roept hij om bekering, om de weg vrij te maken.
Woestijn, plaats van Johannes. De weg, beweging van Jezus. Het gaat
niet om Johannes, maar hij is wel belangrijk om het verhaal over
Jezus te kunnen vertellen. Johannes doopte met water, symbool van
uittocht, reiniging, aangeraakt worden. Jezus zal dopen met Heilige
Geest. Hij zal dopen, de komende. We zijn gedoopt en we staan voor
de keuze: openen we ons voor dit doopsel met Heilige Geest? Het is
een doopsel dat ons in kracht stelt om te leven in die lijn van de
profeten en van Jezus, in dat spoor dat zoekt naar rechte wegen,
wegen waarop recht gedaan wordt aan iedere mens, opdat ieder mens
zijn naam in vrede dragen kan.
Het verhaal van Jezus is volgens Marcus de moeite
waard, een getuigenis waard, als we geloven dat God zoals in Jezus
aanwezig wil zijn in alle tijden. Hoezeer Marcus hier zelf mee
geworsteld moet hebben kunnen we vermoeden als we het verhaal tot
het einde lezen. Het oorspronkelijke einde vertelt ons over de
vrouwen bij het graf. Hevig geschrokken horen zij dat Jezus leeft.
Ze vluchten weg en zeggen niemand iets, want, zo staat er, "ze waren
bang". Het evangelie is een goede boodschap, omdat in en door Jezus
de belofte van een toekomst met God werkelijkheid wordt - hier en
nu. Maar even werkelijk is de angst en de verwarring als de Heer
afwezig is: wat moeten we geloven? De boodschap heeft een open
einde.
We kunnen Gods'
aanwezigheid niet afdwingen, niet tussen ons, niet in onze wereld.
We weten ons vaak geen raad met de actualiteit: hoeveel vertrouwen
kunnen we hebben in het antwoord dat Saddam Hussein vandaag zal
geven? Hoe moet het met de dreigende honger, met levensbedreigende
ziektes, met de vernietigende aids epidemieën? Hoe is God aanwezig
in onze werkelijkheid? We hebben geen recht op zijn liefde en trouw.
Toch klinkt af en toe onder ons een getuigenis: "Als we zo samen de
weg gaan, mensen tussen ons in terecht komen, recht gedaan wordt,
dan moet het wel zo zijn dat de Heer met ons meetrekt." We hebben
geen recht, maar we kunnen ons wel openen voor zijn Geest, de Geest
die door Jezus heen werkte tot op vandaag. Hij zal dopen met Heilige
Geest. Dit is het begin van Evangelie, een verhaal met een open
einde, opdat wij de verkondiging op ons nemen, het verhaal verder
schrijven en leven. Door te breken en te delen zullen we ons
herinneren, opnieuw te binnen brengen dat hij de Komende is, die ons
is voorgegaan. Hij is dit vertrouwen waard!
|