Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Marcus
13, 33 - 37
Door Leonie van Straaten, gehouden op 27 november 2005

Geloven met open ogen

 

De Heer is afwezig. Dat zeggen Jesaja en Marcus allebei. Zo staan we aan het begin van de Advent. En zo heel vreemd kunnen deze woorden niet voor ons zijn.

Jesaja stond in zijn tijd op een breukvlak – een tijd waarin er geen vanzelfsprekend denken en spreken over God bestond. Dit leidt tot de smeekbede die we horen in de 1e lezing.

Ook wij staan al jarenlang op een breukvlak: er is geen vanzelfsprekend denken en spreken over God mogelijk. Ook hier klinkt soms een smeekgebed: neem onze twijfels, onze eigen beelden van ons af, neem weg van ons wat niet van U is. Een smeekgebed getuigt van geloof, zoals Jesaja ook getuigt van geloof, van perspectief, al is Gods gelaat verborgen: en toch, zegt Jesaja – en toch is Hij heer van leven.

 

Hoe krijgt een mens in zijn leven met God van doen, terwijl Deze afwezig is? Wij beleven vaak afstand tussen geloof en leven, tussen kerk en wereld, tussen God en mens. Enerzijds gaan wij mensen eigen wegen, wegen die afdwalen van de weg van de Heer. Maar anderzijds is er de beleving dat God zelf is weggegaan. ‘Waarom hebt Gij ons verlaten?’, vraagt Jesaja.

En toch, zegt Jesaja. Het leven kán door God geraakt worden. Tjeu van den Berk vertelde ons vorige week over onverwachte momenten, ervaringen waarin je het niet hebt bedacht en niet verwacht, zoals op je rug in de wei liggen. Hierin kunnen we ervaren dat er Iemand is die ons draagt, ook al zien we niets en weten we niet wie Hij is en wanneer of hoe Hij komt.

 

Marcus vertelt ons een gelijkenis. Daarin wordt duidelijk dat het leven niet ván ons is, maar ons in handen wordt gegeven; ‘De Heer des huizes’ kunnen we ook lezen als God van de Schepping: wij zijn verantwoordelijk voor dit leven, de schepping, deze aarde. En het is een chaos, toen al en nu nog. Want om deze aarde, deze samenleving, deze gemeenschap of je eigen thuisplek leefbaar en vruchtbaar te maken ben je afhankelijk van elkaar. En dat is een kwetsbaar gegeven.

Hoe gaan wij om met deze verantwoordelijkheid? Wat wij zien kan ons wanhopig maken. Maar het evangelie reikt ons een richting aan, die ons opent. Twee woorden hoorden wij in onze voorbereiding. Kijk, dat is het ene woord en zo begint de tekst van vandaag: kijk, pas op en zie de realiteit van onze dagen. Weest waakzaam, dat is het andere woord. Jezus zegt dit tegen de leerlingen en tegen iedereen, tegen ons. Word wakker, laat je eigen beelden los, want je weet niet wanneer de Heer komt. Je weet enkel, omdat het je wordt aangezegd, dát hij zal komen. Dat moment is een gunstig moment.

 

Wat betekent het om te leven met deze verwachting?

Vorige week liepen Jeroen en ik te wandelen en raakten we in gesprek over de Advent. ‘Het wordt weer Advent’, zeiden we. ‘Kan het nog wat betekenen voor ons?’, vroegen we. Het wordt al jarenlang Advent. Het liturgisch jaar kan ook een sleur worden, een herhaling van wat we al weten. Het lijkt dan soms of we alles al weten. En dat is zeker niet zo. Er is wél een verlangen, dat dit oude verhaal van menswording met ons te maken krijgt. Dat de mens Jezus mijn menswording beďnvloedt, inspireert.

Betekenis kan oplichten, die kun je niet altijd bedenken – dat gaat niet enkel over weten.

Wat is er dan voor nodig, dat er iets oplicht? Kijk, zegt Marcus, en weest waakzaam.

Als wij zien wat is, kan het ons niet koud laten dat er zoveel lijden is, zoveel sociale ongerechtigheid en zoveel godverlatenheid. Advent roept dit jaar in mij op: geloven met open ogen. Opdat wij blijven uitzien naar nieuw leven.

Omdat nieuw leven verwachten betekent dat het leven verandert, kom ik tot een laatste vraag: Willen wij eigenlijk wel veranderen? Natuurlijk wil ik graag meer vrede op aarde, of meer verbondenheid, élan, in de kerk, in deze gemeenschap. Meer liefde tussen mensen, sociale gerechtigheid en brood voor iedereen. Er moet ook heel véél veranderen in deze wereld. Of in de kerk. Of in de liturgie. Maar wat gebeurt er, als dit verlangen ook verandering van mij vraagt? Mag mijn leven zó geraakt worden, door het leven van Jezus, van die ander die op mij toekomt? Het zijn vragen om mee te leven.

 

De mens Jezus, zijn trouw aan God, zoals we die vieren in deze eucharistie, opent onze ogen. En hoe klein de plek ook is waar wij leven en ons engageren: wij zijn deel van een groter geheel en uit een vonkje licht kan nog altijd een groot vuur oplaaien.