Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Lucas 12, 13 - 21

Door Nel van Cuijk, gehouden op 1 augustus 2010

 

Rijk zijn bij God, wat is dat?

`Lucht, alles is lucht` hoorden we in de eerste lezing van deze dag. Wat voor mens is hier aan het woord? Is het een mens die goed om zich heen gekeken heeft en tot de conclusie komt: een mens komt en gaat, werkt zich een ongeluk òf doet niets, maar uiteindelijk gaat iedereen toch dood en daarmee basta; een ander gaat met je eventuele rijkdom, erfenis strijken. Is het een mens die lijdt, geleden heeft aan de absurditeit die het leven je soms te leven geeft? De ongelofelijke decepties die mensen kunnen overkomen: je werkt hard en je kinderen helpen alles naar de verdoemenis, of gaan zelf, minstens in jouw ogen naar de verdoemenis, of je hebt lang gewerkt en nu je dan eindelijk van je pensioen kunt gaan genieten krijg je te horen dat je kanker hebt. Of je ziet de rijkdom van je familie, mazzelaars die alles hebben en kunnen krijgen, want de duivel schijt altijd op de grote hoop en jij hebt je rot gewerkt en kunt er net van rondkomen, dan zouden ze je toch wel eens wat kunnen toeschieten?! Of je hebt veertig jaar voor een baas gewerkt en nu gaat de tent plotseling failliet en daar sta je dan. Je bent 30 jaar met een man getrouwd en nu heeft hij plotseling genoeg van je, of omgekeerd. Is dit een man die razend is, is het een filosoof, een realist, is het een cynicus? Is deze man een moderne spiritueel die zich focust op het hier en nu? Nu van de dingen genieten, zegt hij elders in elk geval, nu het leven vieren want je kunt niets meenemen, je kunt je niet verzekeren voor het toeval en het lot, dus neem het ervan als het goede der aarde je ten deel valt – of je er nu hard voor hebt gewerkt of het toevallig maar hebt gekregen. Is het een man die durft te verwoorden wat Jan publiek allang denkt, een populist noemen we dat nu. Bijvoorbeeld zoals sommigen politici dat doen.

Het is een ieder geval een man die zich niet meer door mooie woorden wil laten wijs maken dat er nog een later komt waar alles goed zal komen, of een later komt waar je nog gestraft, beoordeeld zult worden. Dat heeft hij achter zich gelaten, lijkt het. Of beter gezegd: hij wil alle schijnzekerheden onder ogen zien, hij wil zich niets laten wijs maken, hij wil zich geen angsten laten aanpraten voor een hemel of een hel, voor de duivel of de engel. Hij prikt schijnzekerheden door, vage beloftes, en de sussende woorden van ‘het komt allemaal wel goed’.

Ik wil en durf geen conclusies te trekken voor jullie. Lees het boek zelf en trek je eigen conclusie. Ik hou van deze man, van de scherpte van zijn analyse. Hij durft onder ogen zien of er wel een waartoe is en een waarheen. Hij stelt zichzelf de vraag: voor wat of wie sloof ik me uit, of doe ik niets, of doe ik wat ik doe? Een mens die zoekt naar recht en fatsoen, naar billijkheid, en hij tast naar een antwoord op het complexe bestaan dat mens zijn inhoudt. Een levenskunstenaar, een onafhankelijk denker. Wie dat durft te zijn, moet er de prijs van de onzekerheid, van het niet weten, het niet in de hand hebben voor betalen; die moet het aandurven dat leven hoe het ook is, je zo is toegevallen, als een geschenk soms en/of als een bijna onmenselijke opgave – soms.

De man die in het evangelie een vraag stelt over een erfeniskwestie, wordt door Jezus bijna achteloos afgedaan met “Ik ben niet als rechter aangesteld”. Jezus hoort hebzucht in de vraag en hij vertelt het verhaaltje over de man die goed geboerd heeft. Wat me daarin opvalt, is dat de man in kwestie het alleen maar over zichzelf heeft, wat híj bij zichzelf denkt, wat híj zal gaan doen, hoe híj zijn nieuwe leven gaat aanpakken en hoe híj zal genieten van de rijkdom. Alleen lijkt hij te zijn en op zichzelf gericht.

Wat een dwaasheid. God sprak: “Wat is dat dwaas, wat een armoede, zo op jezelf gericht leven. Wees, word rijk bij God”. Wat zou dat dan zijn ‘rijk zijn bij God’? Is dat ook geen mooipraterij, rijk zijn bij God. Ja, dat kan mooipraterij zijn.

Voor mij heeft het deze betekenis: ‘God’ vertaal ik graag als ‘liefde’. Wees rijk ín, met, bij de liefde. Liefde is zo weerloos, liefde voorkomt geen enkel ongeluk, voorkomt geen tranen en verdriet, voorkomt geen scheidingen, biedt je geen zekerheden, maakt je kwetsbaar. En liefde maakt je open voor de mens naast je, voor de vreemdeling, voor de verdrietige, voor de kwetsbare. Liefde doet je lijden, leert je verdragen, geeft je vreugde, warmte, hartelijkheid, bereidheid. Kortom, rijk zijn bij God, rijk zijn in de liefde is geen mooi praatje en geen mooipraterij. Je hart op God zetten, op de liefde, is leven zonder een al te groot ego, maar durven leven met een ideaal ook als de werkelijkheid je keer op keer corrigeert. Je ideaal, het rijk zijn bij God, mag je niet opgeven, mag je nooit opgeven.