|
|
Preken: Lucas 12, 13 - 21
Door
Nel van Cuijk, gehouden op
1
augustus 2010
Rijk zijn bij God, wat is dat?
`Lucht, alles
is lucht` hoorden we in de eerste lezing van deze dag. Wat voor mens
is hier aan het woord? Is het een mens die goed om zich heen gekeken
heeft en tot de conclusie komt: een mens komt en gaat, werkt zich
een ongeluk òf doet niets, maar uiteindelijk gaat iedereen toch dood
en daarmee basta; een ander gaat met je eventuele rijkdom, erfenis
strijken. Is het een mens die lijdt, geleden heeft aan de
absurditeit die het leven je soms te leven geeft? De ongelofelijke
decepties die mensen kunnen overkomen: je werkt hard en je kinderen
helpen alles naar de verdoemenis, of gaan zelf, minstens in jouw
ogen naar de verdoemenis, of je hebt lang gewerkt en nu je dan
eindelijk van je pensioen kunt gaan genieten krijg je te horen dat
je kanker hebt. Of je ziet de rijkdom van je familie, mazzelaars die
alles hebben en kunnen krijgen, want de duivel schijt altijd op de
grote hoop en jij hebt je rot gewerkt en kunt er net van rondkomen,
dan zouden ze je toch wel eens wat kunnen toeschieten?! Of je hebt
veertig jaar voor een baas gewerkt en nu gaat de tent plotseling
failliet en daar sta je dan. Je bent 30 jaar met een man getrouwd en
nu heeft hij plotseling genoeg van je, of omgekeerd. Is dit een man
die razend is, is het een filosoof, een realist, is het een cynicus?
Is deze man een moderne spiritueel die zich focust op het hier en
nu? Nu van de dingen genieten, zegt hij elders in elk geval, nu het
leven vieren want je kunt niets meenemen, je kunt je niet verzekeren
voor het toeval en het lot, dus neem het ervan als het goede der
aarde je ten deel valt – of je er nu hard voor hebt gewerkt of het
toevallig maar hebt gekregen. Is het een man die durft te verwoorden
wat Jan publiek allang denkt, een populist noemen we dat nu.
Bijvoorbeeld zoals sommigen politici dat doen.
Het is een
ieder geval een man die zich niet meer door mooie woorden wil laten
wijs maken dat er nog een later komt waar alles goed zal komen, of
een later komt waar je nog gestraft, beoordeeld zult worden. Dat
heeft hij achter zich gelaten, lijkt het. Of beter gezegd: hij wil
alle schijnzekerheden onder ogen zien, hij wil zich niets laten wijs
maken, hij wil zich geen angsten laten aanpraten voor een hemel of
een hel, voor de duivel of de engel. Hij prikt schijnzekerheden
door, vage beloftes, en de sussende woorden van ‘het komt allemaal
wel goed’.
Ik wil en durf
geen conclusies te trekken voor jullie. Lees het boek zelf en trek
je eigen conclusie. Ik hou van deze man, van de scherpte van zijn
analyse. Hij durft onder ogen zien of er wel een waartoe is en een
waarheen. Hij stelt zichzelf de vraag: voor wat of wie sloof ik me
uit, of doe ik niets, of doe ik wat ik doe? Een mens die zoekt naar
recht en fatsoen, naar billijkheid, en hij tast naar een antwoord op
het complexe bestaan dat mens zijn inhoudt. Een levenskunstenaar,
een onafhankelijk denker. Wie dat durft te zijn, moet er de prijs
van de onzekerheid, van het niet weten, het niet in de hand hebben
voor betalen; die moet het aandurven dat leven hoe het ook is, je zo
is toegevallen, als een geschenk soms en/of als een bijna
onmenselijke opgave – soms.
De man die in
het evangelie een vraag stelt over een erfeniskwestie, wordt door
Jezus bijna achteloos afgedaan met “Ik ben niet als rechter
aangesteld”. Jezus hoort hebzucht in de vraag en hij vertelt het
verhaaltje over de man die goed geboerd heeft. Wat me daarin opvalt,
is dat de man in kwestie het alleen maar over zichzelf heeft, wat
híj bij zichzelf denkt, wat híj zal gaan doen, hoe híj zijn nieuwe
leven gaat aanpakken en hoe híj zal genieten van de rijkdom. Alleen
lijkt hij te zijn en op zichzelf gericht.
Wat een
dwaasheid. God sprak: “Wat is dat dwaas, wat een armoede, zo op
jezelf gericht leven. Wees, word rijk bij God”. Wat zou dat dan zijn
‘rijk zijn bij God’? Is dat ook geen mooipraterij, rijk zijn bij
God. Ja, dat kan mooipraterij zijn.
Voor mij heeft
het deze betekenis: ‘God’ vertaal ik graag als ‘liefde’. Wees rijk
ín, met, bij de liefde. Liefde is zo weerloos, liefde voorkomt geen
enkel ongeluk, voorkomt geen tranen en verdriet, voorkomt geen
scheidingen, biedt je geen zekerheden, maakt je kwetsbaar. En liefde
maakt je open voor de mens naast je, voor de vreemdeling, voor de
verdrietige, voor de kwetsbare. Liefde doet je lijden, leert je
verdragen, geeft je vreugde, warmte, hartelijkheid, bereidheid.
Kortom, rijk zijn bij God, rijk zijn in de liefde is geen mooi
praatje en geen mooipraterij. Je hart op God zetten, op de liefde,
is leven zonder een al te groot ego, maar durven leven met een
ideaal ook als de werkelijkheid je keer op keer corrigeert. Je
ideaal, het rijk zijn bij God, mag je niet opgeven, mag je nooit
opgeven. |