|
Preken: Lucas 10, 1 - 12 + 17 - 20
Door
Hinnêni
Peltenburg, gehouden op
4
juli 2010
Ga op weg en leef
van het genoeg!
De twee lezingen
die vandaag zijn gelezen bevatten een aantal kernwoorden, en die
zijn niet zomaar in één thema samen te vatten: oogst, vrede, troost,
ontvangen, op weg worden gezet …
Eerst een
situatieschets: Jesaja spreekt over vrede voor Jeruzalem en de
vreugde om de teruggekeerde ballingen, maar hij huilt ook van
droefheid om de puinhoop die hij er aantreft. Er wordt gesproken
over de tederheid van de Enige, die is als een moeder die haar kind
leven schenkt, het voedt en troost. Soms kan dit kind, lees: het
volk van de Enige, aan de kant van de weg zitten wachten, want de
kracht om verder te gaan ontbreekt het. In het evangelie spreekt
Lucas over prachtige resultaten van de zending van de leerlingen,
maar het Koninkrijk Gods dat zij komen brengen kan ook als een
oordeel uitvallen. De Heer ziet een oogst, maar ook een tekort aan
werkers om die oogst binnen te halen. De tweeënzeventig volgelingen
vertrekken met vrede en een blijde boodschap; dat zij tegenwerking
hebben ondervonden laat Lucas niet onvermeld.
De tijd van de
oogst wordt in de Schrift meestal als een vreugdefeest
beschreven, als een thuiskomen bij de Enige, maar dat oogsten een
riskante bezigheid is staat ook te lezen in diezelfde heilige
Schrift. In het verhaal van Kaïn en zijn broer Abel, zijn het wrange
vruchten.
In plaats van
broederschap ontstaat doodslag. Een volgend voorbeeld is na de
zondvloed als Noach proeft van zijn wijnoogst: er volgt dronkenschap
op. Hij verliest zijn verstand en zijn vermogens. Groeit er
eindelijk weer iets, dan weet de mens geen maat te houden. En in het
derde oogstverhaal staat Jozef in Egypte centraal: alle macht over
de hele wereld wordt hem in handen gelegd. Voedsel is een
machtsmiddel. In het boek van de Openbaringen – het slot van de
Bijbel, zijn de vreugdeliederen die bij de oogst worden gezongen
verstomd: de Heer oordeelt over alle mensen en heel de aarde.
Wat zijn de
kenmerken van de zending?
De Heer stuurt
zijn assistenten uit:
Dit is het
teken, je moet gaan./Leven
voorgoed want de velden/staan
zwart van de mensen, de wereld/staat
wit van de angst…(Oosterhuis).
Ga op weg en leef van het genoeg; dring je niet op, maar laat je
ontvangen; geen discussie, geen strijd; geen oordeel; wel
duidelijkheid; ontwapend en ontwapenend; niks reserve; leef voluit,
niet gereserveerd: houd je vrede niet voor jezelf. Die vrede is
trouwens niet van jou, maar is je gegeven in Naam van de Vader, de
Zoon en de heilige Geest. Zou dat het Koninkrijk van God zijn? Leven
zonder reserve? Een toepasselijke woordspeling.
Wat oogsten
gezonden mensen onderweg? Wat ontvangen zij?
Ons te veel,
onze overvloedige oogst; hetgeen wij voor onszelf binnenhalen en
reserveren, onthouden wij een ander. Nu moet ik natuurlijk ‘ik’
zeggen. Elkaar het woord van vrede niet onthouden; elkaar adem
geven; leven met het juist genoeg een woord van troost spreken; dat
draagt vrucht; er valt iets te oogsten; dat wordt dan brood om van
te leven.
Hij heeft je
gevonden, gevoed,/gebroken,
vermenigvuldigd./Hij geeft je van hand tot hand/als dagelijks brood
aan je broeders (Oosterhuis).
De velden staan
zwart van de mensen die honger leiden: letterlijke honger omdat er
per dag onvoldoende voedsel is.
En er is ook
geestelijke honger: er zijn mensen die zoeken en vragen naar de
Enige en zijn mededogen; zij vragen naar spiritualiteit en
zingeving. Wie haalt de oogst binnen? Wij hier ter plaatse en overal
waar wij werkzaam zijn en mensen ontmoeten? Aan veel mensen moet een
woord van vrede en troost worden aangezegd: de Heer is met je; zijn
Koninkrijk is hier en nu; op de plaats waar je staat wil Hij zich
aan je laten zien.
Hij noemt je
naam: liefde, leef maar!/
Je
bent toch niet meer van jou
(Oosterhuis). |