Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Lucas 10, 25 - 37

Door Jan Rooijakkers, gehouden op 11 juni 2010

 

Wie is mijn naaste?

‘Wat is onze belangrijkste levensopdracht?’, vraagt een bijbelgeleerde aan Jezus. Ze zijn het eens: God en je naaste beminnen. Doe dat maar!

Het prachtige verhaal van de barmhartige Samaritaan spreekt tot de verbeelding, tot het hart, en eindeloos veel mensen hebben de dienst van het samaritaan zijn tot levensrichting gemaakt.

Ik wil me vanmorgen concentreren op die ene vraag : ‘wie is mijn naaste’.

Wat zegt Jezus eigenlijk? Past dit in ons denkpatroon? Bij Jezus heeft dat niets te maken met ‘onze buurman’, of met onze ‘naaste naaste’.

Na die priester en leviet, die gewoon doorlopen, zelfs aan de andere kant van de weg, komt die andere, een samaritaan die dat anonieme slachtoffer passeert . Er staat: hij zag , hij werd diep bewogen; hij trad op hem toe; hij verzorgde hem.

Wie van de drie is zijn naaste? De mens die diep bewogen raakte en dat omzette in doen. Die barmhartig was en dit bewees. En Jezus zegt alleen: juist, nu weet je wie naaste van je is. Doe dat dus zo. Jezus spreekt uit zijn eigen ervaring; hiervan wordt verschillende keren bericht in de evangelies:

 

-          hij werd door medelijden bewogen, want ze zijn als schapen zonder herder. Dan stapt hij uit de boot en onderwijst.

-         Jezus luistert naar het verhaal van Jaïrus, hij wordt diep bewogen en gaat dan mee naar het overleden dochtertje;

-         de menigte is meegegaan de woestijn in, ze krijgen honger, hij raakt bezorgd en gaat broden en vissen uitdelen;

-          hij komt in het huis van zijn Vader, hij wordt toornig en verdrijft de handelaars uit de tempel.

 

Om het toelaten van bewogenheid draait het. Het woord voor die bewogenheid is: Zijn binnenste, Zijn ingewanden raken in de war. Wíj kennen dit woord alleen bij de bewogenheid van verliefd worden: dan heb je vlinders in je buik. Deze bewogenheid, deze zielsheftigheid is geen opvlieging in een kwade bui, geen enthousiasme bij een voetbalfinale, geen gevoelerigheid bij een groot ongeluk, maar een aanraking in je hart, je ziel, die je oproept om te kiezen, om te beslissen “ga ik er op in of niet”. Deze bewogenheid heeft ook iets ‘langdurigs’, iets van het inslaan van een richting. Aan grote voorbeelden als moeder Teresa, Mandela of Martin Luther King zie je dat bewogenheid leven totaal verandert als je er aan toegeeft. Dat toegeven, en dan tot daad komen hoort heel wezenlijk bij dit verhaal. Bij Jezus zie je elke keer dat hij iets gaat doen. Dat is anders als ‘ach hoe erg’ of een munt in het bakje van een gehandicapte vioolspeler langs de weg.

Naasten heb je niet, zegt Jezus. Naaste ben je niet. Niet zomaar de mens naast je; je familie je buurman, je partner, je kind is je naaste.

 

Nee Hij zegt: je wordt naaste én je ontvangt naasten door de beslissing om je innerlijke bewogenheid serieus te nemen, toe te laten en dan in daden te vertalen: ”ga dan en doe het zo”. Daardoor wordt een mens je naaste, en wordt jij zijn naaste! Daar bouw je dan iets op van het eerste gebod, de eerste opdracht. Dus: daar realiseer je rijk Gods, droom van de Schepper.

Of de priester en leviet fout zijn? Daar heb ik het niet over, zegt Jezus. Waar gebeurt Rijk Gods, waar ligt de grondopdracht van de Heer? Daar waar je bewogen wordt, waar je vanuit je hart in beweging komt, en zo een band schept met iemand. Dan zul je eindeloos veel naasten ontvangen, mensen die met je verbonden raken. En eindeloos, voor eindeloos velen zul jij een naaste zijn.