|
Preken: Lucas 13, 1 - 9
Door
Hinnêni
Peltenburg, gehouden op
7 maart 2010
De Enige verbindt
zich met zijn hele en heilige Persoon aan zijn volk
In deze bezinningstijd voor het paasfeest ontmoeten wij
vandaag twee herders; twee leiders van een volk; twee voorgangers
van het volk van de Enige. Het zijn Mozes en Jezus. Beiden zijn op
weg. De een is doelbewust op weg naar Jeruzalem, de ander trekt
steeds dieper de woestijn in. Laten wij een paar ogenblikken
stilstaan bij hun innerlijke dialoog en wellicht eindigen met enkele
vragen aan onszelf.
Mozes:
Wat drijft een mens
de woestijn in?
Waarom zo ver van
jezelf verwijderd zijn?
Als kind wel de
goede moedermelk gedronken, maar toch de verkeerde opvoeding gehad.
Wie was mijn vader? Hoe heet zijn God? Toen het water aan mijn
lippen stond ben ik eruit getrokken, uit een bestaan ten dode toe.
Ik zocht mijn eigen weg, wie ben ik, waar ben ik? Ja, nu lijd ik
dorst in de woestijn: een verterend vuur van buiten, van binnen. Ik
kijk maar ik zie niets. Hoe heet de grond waarop ik sta? Welke wegen
gingen mijn voeten? Het dodende, neem het weg van mij. Ik wil
naderbij, naar jou toe. Jij roept mijn naam, jouw naam, jouw zijn,
is erbij, bij ons, in het volk van het verbond. Hier sta ik op
heilige grond. De Enige trekt mij verder, zo zal het zijn, nu als
dienaar en herder.
Jezus:
op weg naar
Jeruzalem om naderbij te komen. Nader tot U, God, mijn Vader.
U bent altijd bij
mij. Bij U, ik ben altijd bij U. Waarom sterven de mensen? Vallen
zij dan niet in uw hand? Eigen schuld? Wiens schuld? Zullen allen
omkomen? Moet ik de zondebok zijn?
Een verterend vuur
vanbinnen: ziet dan niemand meer dat U er bent? Is dat de wereld die
U voor ogen had?
“Vader?” “Ja, mijn
zoon!” “Waarom staat de vijgenboom midden in die tuin, in die
wijngaard?” “Dan kan ieder die voorbijkomt van haar vruchten eten,
mijn zoon” “Heb ik wel vrucht gedragen, Vader? Gaf ik mijzelf als
voedsel voor velen?”
Ik heb geen
antwoord en wil ook de Enige niet ter verantwoording roepen.
Keer je om, keer je
niet van de Enige af, ga naar Hem toe: Hij is er. Je kunt nu
beslissen. Je levenssap laten stromen, zodat er vruchten groeien,
midden in de tuin van de wereld.
Wat wil je doen in die wijngaard van het leven? In die
tuin van de wereld? Waar de mens zijn opdracht, zijn roeping
ontvangt?
Wat hebben wij nodig om het leven te kunnen leven? Wat
transformeert een bange mens tot een geroepene? Hoe van kijken naar
zien; hoe van vrees naar visie?
Ik móet wel de verborgenheid en de aanwezigheid van de
Enige benoemen.
Het is de taal van het Hooglied: Laat mijn liefste
naar zijn hof komen / en eten van zijn heerlijke vruchten.
Plaats van Godsopenbaring zijn; jij, wij, heilige
grond. Ik was er altijd, Ik ben er en Ik zal zijn tot in eeuwigheid,
hier met jou, in de schoot van deze zichtbare wereld. De Enige
verbindt zich met zijn hele en heilige Persoon aan zijn volk. Ja,
dat is voor veel mensen een vreemd verschijnsel. Voor anderen is
zijn duister licht genoeg.
Ik móet wel de
verborgenheid en de aanwezigheid van de Enige benoemen.
Het is de taal van
het Hooglied: Laat mijn liefste naar zijn hof komen / en eten van
zijn heerlijke vruchten. |