Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Lucas 9, 28 - 36

Door Niek Werkhoven, gehouden op 28 februari 2010

 

Luister naar hem: volg hem

 

Geen uitbeelding van het evangelie zoals vorige week, maar een simpel be­roep op uw verbeelding; geen kijk-meditatie dus maar een uitnodiging om naar dit evangelie te kijken als naar een gebrandschilderd raam: van binnen­uit.

Het is inderdaad een kleurrijk verhaal. In de zomer wordt er een kerkelijke feestdag aan gewijd. Als zon licht en warmte brengt dan zijn we wel in staat om de stralende openbaring van de Christus als feestelijk licht ontvangen.

Maar dit verhaal van gedaanteverandering heeft ook een vaste plaats in de veertigdagentijd. En terecht, zoals alles in de traditie terecht is, als we het echt mee-máken.

 

Wie was deze Jood uit Galilea die met zo'n uitzonderlijk gezag sprak over het Rijk van God, die het ook in zijn bevrijdend optreden tastbaar liet zien? Wie was het toch die leerlingen rond zich riep om zich met heel hun hebben en houden te engageren aan zijn avontuur? Wie was deze profeet die met zo'n superioriteit anders sprak en handelde dan de geestelijke leiders van zijn tijd?

 

Vragen die de mensen en op de eerste plaats die leerlingen van hem bezig hielden. “Wie zeggen jullie dat ik ben?” De vraag die tot op de dag van van­daag blijft klinken. Petrus denkt het door te hebben: de Christus van God: de Messias, de Gezalfde, de Nieuwe profeet als Mozes... En wij, na zoveel eeuwen van doorgegeven geloof, hebben onze catechismusantwoorden: Zoon van God, mens zoals wij, onze broeder...

Enkele dagen na deze belijdenis waarin Jezus volgens de evangelisten onomwon­den zegt hoe hij dat gezalfd-zijn zelf verstaat, gaat hij met drie van zijn kring de berg op. Niet zo maar een berg maar dé berg. Die hoogte waar God sprak met Abra­ham, met Mozes en Elia, en misschien wel met veel anderen die niet zo'n grote rol gespeeld hebben in de geschiedenis.

Abraham, Mozes, Elia hoorden: “ga”! Ga en breek met je afkomst, want die zal totaal anders moeten worden. Ga, want Ik heb de verdrukking van mijn volk gezien, en breng het tot vrijheid. Ga en zeg tegen die onwaardi­ge koning dat het afgelopen is met hem en zalf een ander.

Nú gaat Jezus omhoog om te bidden, opnieuw, om bij de Bron van het le­ven te zijn, bij de Vader, de Schepper, de Levende of hoe je dit ook benoemt als persoonlijke relatie. Daar heeft hij drie van zijn volgelingen voor meegeno­men.

Maar, terwijl hij aan het bidden was, gebeurt er iets wat die leerlingen ontgaat omdat ze in slaap gevallen zijn. Zij maken het niet mee dat hun ‘Ge­zalfde van God’ ondersteund wordt door die twee grote profeten, beide gete­kend door Sinaï, dé berg! Zij horen niet dat ze met Jezus praten over zijn Uit­tocht – niet allereerst zijn dood, maar de bevrijding in vergeving en nieuwe le­venskans.

Dan pas worden Petrus en mijn makkers wakker en zien zijn ‘heerlijkheid’ zijn werkelijke identiteit – stralend, niet in woorden te vangen. Een tipje van de sluier van het mysterie van Gods Rijk is opgetild: Zo is het: schitterend, licht, zo to­taal anders. Als het zo eens blijven zou, als we dit eens vast konden houden. Met niet al te veel bescheidenheid stelt Petrus voor dat ze best wel een paar tenten willen oprichten.

Maar dan komt er een wolk over hen heen, de wolk waar ze van schrikken en waar ze bang voor zijn. Wakker worden en ‘zijn heerlijkheid zien’ prachtig, daar wor­den ze niet bang voor. Maar de wolk, dat omhuld worden zonder te kunnen zien, zonder uitzicht en greep op de situatie, is angstig makend. Dan is er al­leen een Stem: deze is mijn zoon, de uitverkoren zoon, luister naar hem.

En met dat ze dit horen is de wolk weg en vinden ze Jezus alleen, zien ze hem weer zoals ze hem dagelijks zien en horen.

Ze zwijgen, stellen geen vragen aan deze Jezus. Wanneer hemel en aarde elkaar raken, als licht en duisternis ineen vallen, is er geen woord, geen be­grijpen meer.

 

En ze zeiden niemand iets van wat ze gezien hadden. Bijna niet voor te stel­len, dit vreemde einde. Toch raakt de evangelist hiermee het hart van gelovi­gen die “met dichte ogen door de wereld gaan”.

Luister naar hem: het gaan van Abraham, Mozes en Elia... al te vaak is dit begrepen als eigen wegen gaan. Al te vaak is dit in ‘wet’, leer, gedrag vastgelegd.

God probeert het opnieuw: ‘ga’ wordt nu “Kom achter mij aan, volg mij”.

En deze 'uitverkoren zoon' zal voorop gaan op die weg naar Gods Rijk. Hij zal dit nieuwe initiatief van God op zich nemen door het verzet tegen God met ver­gevingsgezindheid tegemoet te treden: goed te doen. Een goed doen dat nog sterker verzet oproept maar dat Jezus niet beantwoordt door de spiraal van geweld een kans te geven.

Luister naar hem: volg mij.

Dit eenvoudige woord, doorverteld tot op vandaag, om het mee te dragen, mee te maken en beetje bij beetje te leren wat leven en licht is waar we naar toe op weg zijn.

 

Moge zijn geest, heilige geest, ons zo overkomen op deze weg naar Pasen, naar verrijzenis en nieuw leven. □