Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Lucas 5, 1 - 11

Door Koos van Etten, gehouden op 7 februari 2010

 

Religieuze ervaring en roeping

 

Wat een prachtige lezingen zijn het, vol van betekenis! Drie aspecten zie ik in beide lezingen: een diepe ervaring van God; daarin komt de mens zichzelf tegen, maar juist van daaruit wordt hij gezonden.

1) Eerst Jesaja. Hij beleeft een overweldigende ervaring in de tempel: Heilig, heilig, heilig is de Heer. God is heilig, anders, afgescheiden van ons mensen. Dat schept afstand, maar Hij is ook nabij, want de zoom van zijn mantel vulde heel de tempel. Die ervaring van Jesaja vindt dus plaats in de tempel en is in heel de geschiedenis verbonden met de liturgie, zoals wij straks zingen: O heilige God, o heilige Sterke. Maar bij Jesaja spelen alle zintuigen mee: hij ziet de Heer op een troon, hij hoort het geluid van de deurpinnen in de dorpels en hij ruikt de rook, waarvan de tempel vol staat. Die ervaring spreekt héél zijn wezen aan.

2) Ín dat licht van Gods heiligheid beseft Jesaja wie hij zelf is. Hij voelt zich als mens onrein, smoezelig, temidden van een volk dat smoezelig is, zondig. Hij voelt zich klein, beperkt; ja, hij doorleeeft zijn eigen onmacht en roept uit: Wee mij, ik ben verloren.

3) Maar dan is er dat derde aspect. Een seraf komt met een gloeiende kool naar Jesaja toe en raakt zijn mond aan: een vuur dat niet verteert. Zijn onreinheid wordt weggenomen, zijn zonde vergeven. Dan hoort hij een stem vragen: Wie zal ik zenden? Jesaja antwoordt: Hier ben ik. Zend mij. Deze ervaring heeft hem gemaakt tot een krachtig profeet die opkwam voor vrede en gerechtigheid onder zijn volk.

In het evangelie kunnen we diezelfde drie aspecten onderscheiden, gezien vanuit Simon Petrus, maar telkens met een ander accent. 1) Op de eerste plaats overkomt hem een geweldige ervaring, nu niet in de tempel, maar in de realiteit van het gewone werk, als visser. Op een gegeven moment stapt Jezus in de boot van Simon en iets later vraagt hij hem naar het diepe te varen. Simon luisterde al met aandacht, zijn naam is ook Simon, van sjema: hij die luistert. Maar Simon aarzelt een moment, haalt zijn schouders op en zegt: Meester, heel de nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Hij is moe, ontmoedigd, maar hij voegt er aan: Op uw woord zal ik het net uitwerpen. Op uw woord: het is de kracht van het woord dat door Jezus heen komt. En dan vangen hij en zijn collega’s zo’n hoeveelheid vis, dat het hen overweldigt. Hoe is het mogelijk? Het raakt Simon heel diep in zijn wezen.

2) In het licht van wat in Jezus doorkomt van Gods heiligheid, beseft Petrus zijn eigen  onreinheid en zegt: Ga uit mij weg, Heer, ik ben een zondig mens. Het overstijgt hem, hij kan er niet bij. Ga weg uit mijn leefwereld, zegt hij, ik kan er niet tegen. Ga weg uit mij, want ik ben maar deze kleine mens. Dit is teveel voor mij.

3) Maar Jezus zegt hem: Wees maar niet bang, voortaan zul je mensen vangen, d.w.z. vangen ten leven. Vanuit die ervaring wordt Simon geroepen en gezonden. Om wat te doen? Opvallend is het woord aan het eind: zo verging het ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Samenwerken: er staat een woord dat betekent: dat ze collega’s zijn ja, maar ook metgezel. Ze zijn metgezellen van elkaar, omdat ze metgezellen zijn van Jezus. Ze vormen samen een koinoonia = een gemeenschap. Het is de roeping van Petrus en de andere leerlingen om een gemeenschap te vormen, mensen te verzamelen en hen te verbinden met elkaar.

            Het is een bijzondere ervaring van Petrus. Maar kennen wij die? Ja, in die zin dat ze een spiegel zijn voor ons: ook wij kunnen geroepen worden en als leerling achter Jezus aangaan. Ik ken die roeping in ieder geval ook uit mijn leven, aan het eind van mijn exodus. Dat was een inslag die mijn leven op een totaal ander spoor heeft gezet. Ik ben achter Jezus aangegaan. Maar nu in onze werkelijkheid, in onze gemeenschap? Het overkomt soms iemand die door een bijzondere ervaring zich geroepen voelt: in het bestuur of in het spiritueel platform of de roep om bij de kern te horen, zoals we vorige week hebben gehoord. Maar niet ieder van ons ervaart hetzelfde, ieder heeft zijn eigen roeping. Voor ons is het wel van belang om degenen die ons voorgaan of een gezagvol woord spreken, te volgen en bij hen te blijven, zodat er gemeenschap ontstaat of opnieuw wordt opgebouwd.