|
|
Preken: Lucas 1, 1 - 4 + 4, 14 - 21
Door
Jan Rooijakkers, gehouden op
24 januari 2010
Ik kondig een genadejaar aan …
Het begin van Jezus’ prediken en
leren, waarover Lukas bericht, is van een sereniteit en directheid,
die mij in eerste instantie perplex doet staan.
De tekst van vandaag begint met:
‘In de kracht van de geest’. Ja, juist na de doop door Johannes,
waar een stem klonk die zei: ‘Jij bent mijn beminde zoon, in jou heb
ik welbehagen’. En meteen nadat hij de bekoringen van satan in de
woestijn had weerstaan, neemt hij de woorden van Jesaja in de mond
‘de Geest des Heren rust op mij’. Wat wil hij zeggen? Hij leest een
blijmakende, beladen tekst uit de geschiedenis van zijn volk. Daarin
beschrijft Jesaja hoe hij zich gezonden weet, hij, de profeet, samen
met het volk dat teruggekeerd was uit de ballingschap met die
zending van vreugde, om vanuit de ruïnes op te klimmen naar een
nieuw en heerlijk Jeruzalem dat Gods lof verkondigt. Zo verstaat
Jezus deze tekst dan ook: hijzelf heeft deze zending op zich
genomen. – Zo heb ik deze tekst altijd verstaan en lief gekregen:
Jezus vervuld vanuit zijn doop, sterk geworden in de bekoringen
tijdens de tijd in de woestijn, en nu vol enthousiasme lerend aan
zijn volk, te beginnen bij zijn eigen dorpsgenoten in Nazareth. En
zo ziet hij dat ook werkelijk: Híj weet zich vol van Geest en weet
zich gezonden.
Jezus leert in de synagoge, hij
ziet het breder: hij zegt niet ‘ik ben’. . . maar hij leert aan het
volk. “De Geest rust op mij” wil zeggen: de Geest rust op ons volk,
dus ook op jullie! En wel: hier en nú! Hij herneemt de woorden uit
de oude tijd, en zegt: thans gaat dit genadejaar van de Heer opnieuw
in. Hij kondigt alleen een genadejaar aan!
Dit horen wij hier vandaag. Wordt
het echt ook zo tegen ons gezegd? En ik moet, en durf te zeggen op
deze zondagmorgen: het Schriftwoord dat ge zojuist gehoord hebt
is thans aan ons in vervulling gegaan! Wíj zijn geliefde zonen
en dochters van de Vader, in ons heeft hij welbehagen, op ons rust
de Geest van Hem, Hij roept ons op om armen de blijde boodschap te
brengen, de bedolvenen in Haïti onder het puin vandaan te halen of
hoe dan ook je te engageren, de gebukte buurman naast ons op te
heffen. Niet als bezorgde verplichting – eerder als verblijdende
kans, want we zijn bemoedigd door de kracht van de geest.
Wij hier zijn mensen die vandaag
hier weer aan de bron komen om verfrist te worden in onze al lang
gemaakte keuze voor de Heer. Wij hebben weet van wat ons beweegt, we
hebben echt wel voeling met die geest van Jezus, die gaat voor een
bewoonbare wereld; we durven te zingen ‘waar vriendschap heerst en
liefde’ want daar hebben we weet van. Gisteren in de lichtdienst
zongen we met volle stemmen: Jezus mijn licht – en jij zegt ons: ook
jij bent het licht!
Dit woord ‘De Geest van de Heer
rust op ons’ is niet bedreigend. Wel maakt dit huiverig, het is
nogal groot. Zoiets geloven doe je niet met je hoofd, maar met je
handen en voeten, met je doen en laten, met de richting die je
kiest: waarom ben je hierheen gekomen; waarom leef je in deze
gemeenschap, met deze mensen? Je dagelijkse keuzes over gesprekstoon
met elkaar. Jezus is niet onze voorganger vanwege zijn succes, maar
om zijn consequente geloof: de weg is goed, het woord dat ik spreek
is waarheid en leven. En daarin is hij onze voorganger. En als ik
eerlijk naar jullie kijk, door de kleine foutjes enz. durf heen te
kijken, dan zie ik ook werkelijk overal die waarheid: ‘de Geest van
de Heer rust op jou, en op jou, en op jou’. Durf zo eens naar je
buurvrouw, je buurman te kijken! Bij de een tref je iets van
voortdurende rust, altijd een liefdevolle gedachte; bij de ander zit
die Geest wat onrustig – vandaag gloeiend van liefde, en morgen even
met een dip; en daar: iemand bij wie de Geest a.h.w. in de handen
zit, in het Fingerspitzengefühl, in de kracht van aanpakken…. Ga zo
maar door… Maar de mens waar de Geest geen thuisplek heeft hier….ik
zoek en vind er geen.
Dus: ook wij hier zijn gezalfd en
geroepen en bekwaam om het genadejaar te realiseren. Ieder met zijn
eigen klank en kleur. Ieder met zijn eigen fierheid of daadkracht. |