Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Lucas 2, 1 - 20

Door Tineke Renkema, gehouden op 25 december 2009

 

De genade van een ons overstijgende liefde

 

Kerstmis 2009! Elk jaar weer opnieuw de mogelijkheid om vanaf het eerste begin Zijn weg te volgen. Elk jaar weer opnieuw? Elk jaar hetzelfde? Ik denk dat die ogenschijnlijke herhaling de werking heeft van een spiraal: Steeds weer opnieuw om dieper bij Hem betrokken te raken. Elk jaar een winding verder, wellicht.

 

Het is voor mij altijd goed om me te realiseren dat dit geboorteverhaal is geschreven na de dood en opstanding van Jezus, want: in dit eerste begin tekent zich alles al af van wat komen gaat. Ook dit verhaal is dus geschreven met het oog op verrijzenisverwerking, om ons te laten weten wie hij was en is, 2000 jaar later, en hoe ons leven op het Zijne geënt kan worden.

Het is een oorsprongsverhaal: een verwerkelijking van Genesis 1, waarbij God sprak: Er moet licht zijn.

 

De geboorte van een kind. Is dit Gods antwoord op een wereld in het donker van de dagen? Kom en zie en luister.

We worden midden in de grote wereld geplaatst, de wereld van het politieke spel, waarbij een overheersende macht, een Romeinse keizer, maatregelen neemt om de door hem bezette gebieden in zijn greep te krijgen. Dit kwam zeker niet ten goede aan de mensen die er wonen, want het is de wereld waarin de machthebbers louter en alleen hun eigen gewin zoeken. In die wereld worden mensen van huis en haard verdreven.

Het licht valt dan op twee mensen, Jozef en Maria hoog zwanger onderweg om aan het bevel van de keizer gehoor te geven, weg uit geborgenheid, waarin je je kind geboren zou willen laten worden. Daarom is het ook zo pijnlijk. Dit kind, van wie we weten door de hieraan voorafgaande verhalen, dat het, nog ongeboren, al zo omgeven is met liefde, met heiligheid, met genade. Want dit kind is door de ouders ontvangen als verwekt door de Heilige Geest. Verwekt door die andere liefde, liefde die je overkomt, liefde die alleen maar wil dat die ander er is, liefde die plaats maakt. Twee mensen onderweg, die in de harde wereld een liefde leven, die plaats maakt, ook al verstoort het hun eigen plannen, een liefde die wil dat de ander er is, zoals God wil dat wij mensen er zijn.

 

Is er ook in die wereld plaats voor dit kind uit deze alomvattende liefde van God geboren? In het verhaal vinden we dit pasgeboren kind terug in het donker van de nacht, in een stal, in een kribbe, want er was voor hem geen plaats. In de wereld is er te weinig liefde die plaats maakt en wil dat die ander er is. Midden in die wereld, onze wereld, wordt dit kind ons gegeven als teken van Gods menslievendheid.

 

Waarom juist dit teken van een pasgeboren kind? Waarom schrijft Lucas dit geboorteverhaal? Jullie moeten het me maar niet kwalijk nemen dat ik bij het cirkelen rond deze vraag ook gebruik maak van mijn beleven als moeder en als grootmoeder. Ik besef dat daar lang niet alles mee is gezegd en het zich zeker niet daartoe beperkt is.

Wat er opengemaakt wordt bij de geboorte van een kind is een liefde, die nergens terugbuigt naar mijzelf. Het pasgeboren kind, weerloos, kwetsbaar en afhankelijk als het is, maakt een liefde open, die ik eerder op die manier niet kende. Het is liefde die alleen maar wil dat er ander is, liefde die louter en alleen erop is ingesteld de ander zijn plaats te geven. Dat deze liefde je overkomt is genade, louter genade. Het heeft niets van doen met wat ik zelf kan bewerkstelligen, het is liefde die zich in mij voltrekt en mij mijzelf doet geven. Juist het kind opent deze liefde in zijn weerloosheid en heeft zo, paradoxaal genoeg, de sleutel in handen tot deze grote liefde, die verwijst naar Gods liefde. De liefde van God die zich terugtrekt omwille van de mens. De liefde van God die wil dat wij er zijn.

 

Wie zullen ontvankelijk zijn voor dit teken van Godsopenbaring? Niet diegenen die de macht in handen willen houden, die liefde en geluk alleen zoeken in eigen prestaties en menselijke inspanning. In het verhaal zijn het de herders, die het zich eigen hebben gemaakt in het donker van de nacht over het kwetsbare leven te waken, het te behoeden en te bewaren en dus ontvankelijk zijn voor de boodschap dat een kind aan de wereld is gegeven om een liefde te openen, die plaats maakt. Ze krijgen daarbij te horen dat dit pasgeboren kind de wereld zal redden.

 

Door de aankondiging van dit kind als redder van heel het volk, tekent zich af hoe dit kind zijn weg ten einde toe zal gaan, want: zoals deze pasgeborene vanwege zijn afhankelijkheid en kwetsbaarheid een grote liefde opent, en zo genade is voor wie dit overkomt, zo zal deze pasgeborene zijn hele leven deze liefde openen en zelf uitstaan naar alles wat weerloos is. Het is deze liefde, die sterker zal blijken dan de dood. Dat is de boodschap, die de herders overkomt en hen overweldigt als genade, om niet.

 

Het is een boodschap die mij vertelt dat juist in de kwetsbaarheid, die inherent is aan mijn bestaan, en waaraan ik zo graag zou willen ontkomen, mogelijkheid besloten ligt voor een liefde die mijzelf overstijgt. Juist van de weerloosheid van de mens gaat een geweldige kracht uit, omdat zij appelleert aan de menslievendheid, zoals God liefheeft. Juist dit appèl vraagt een keuze: of ik verzet me, want het vraagt dat ik plaats maak, of ik laat me, ondanks mijzelf, openbreken. Waar dat laatste een mens overkomt, breekt Gods licht door, onstuitbaar zoals een kind geboren wordt. Daar breekt een liefde open, die aanvoelt als genade. Op zo’n moment begrijp ik, dat het openbaar worden van God nog steeds gaande is!

 

Is er een mooier beeld dan de geboorte van dit kind die deze liefde door zijn weerloosheid vanaf zijn begin ontsloot en zichzelf gedurende heel zijn leven tot in zijn sterven liet openbreken? Kerstmis brengt ons dit kind te binnen, dat in ons een grote liefde kan openen. Zo worden we gered.

En dan is er ook die grote hemelse legerschaar vanwege deze blijde boodschap. Kunnen we ons daar bij iets voorstellen. Misschien moeten we dat ook niet willen, maar er eerder mee instemmen als wij samen met de herders luisteren naar wat hen wordt verkondigd: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft. □