|
|
Preken: Lucas 1, 26 - 38
Door Koos van Etten, gehouden op 21 december 2008
Heilige Geest zal over je komen
Beide lezingen spreken over een
geheim, het mysterie van Gods aanwezigheid in de ontmoeting met een
mens. Laten we er stil naar luisteren. Beide lezingen zijn een
aankondiging, gericht op de toekomst die heel dichtbij is. Het zijn
ook roepingsverhalen, waarin een mens geroepen wordt om partner te
worden van God in zijn verbond, en waarin de mens antwoordt met te
zeggen: ‘Hier ben ik’.
In de eerste lezing horen we over
koning David. Al vanaf het moment dat hij achter de schapen vandaan
gehaald wordt, is God met hem. God staat hem op al zijn tochten bij,
op al zijn wegen, zegt de profeet Natan. David lijkt dit vergeten te
zijn. Hij heeft net een prachtig paleis voor zichzelf laten bouwen
en denkt: ik wil ook voor God een huis bouwen. Maar David moet een
omkeer maken. God laat hem door de profeet Natan zeggen: Jij wilt
voor mij een huis bouwen? Ik zeg je: Ik zal voor jou een huis
bouwen. David dacht even God in zijn greep te hebben, maar ook
hij moet zich aan God toevertrouwen, telkens weer. Hij krijgt wel te
horen: Ik zal jou blijven bijstaan, zolang je leeft en ook in je
nageslacht. Jouw koningschap blijft voor eeuwig. Dat is een
geweldige belofte die David als persoon overstijgt. Maar David geeft
er zich aan over en het is ontroerend, als hij later zegt: Wie
ben ik, Heer God, dat U mij zover hebt gebracht en dat U ook over de
toekomst van uw dienaar spreekt? Is dat voor een mens wel weggelegd?
Diezelfde breedte van de
geschiedenis wordt ook opgeroepen in het verhaal van het evangelie:
de aankondiging aan Maria van de geboorte van Jezus. Het is niet zo
vanzelfsprekend dat juist zij wordt uitgekozen om moeder van de Heer
te worden. Maria komt namelijk uit een streek, die het Galilea van
de heidenen wordt genoemd; uit een onbetekenend stadje, Nazaret, ver
weg van het politieke en religieuze centrum Jeruzalem. Zij is nog
jong, ongehuwd in tegenstelling met haar nicht Elisabet die al oud
was. Voor beiden lijkt het op dat moment niet mogelijk kinderen te
krijgen. Toch komt de bode van God bij Maria binnen en zegt:
Verheug je, Maria, want je hebt genade gevonden bij God. De Heer is
met je. Zij wordt uitgenodigd om partner van God te worden in
zijn verbond, heel concreet door moeder van de Messias te worden,
van Jezus. Dit is eigenlijk onvoorstelbaar. De belofte die haar
gedaan wordt, overstijgt haar en heeft veel meer te betekenen dan
haar persoonlijk verhaal. Het is een inbreuk van God in haar
geschiedenis en daardoor een inbreuk in de geschiedenis van haar
volk.
Dan maakt Maria de opmerking:
Maar hoe kan dat dan? Ik heb geen omgang met een man. De engel
zegt dan: Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de
Allerhoogste zal je overschaduwen. Heilige Geest. Hier wordt een
intuïtie verwoord die elders in het Nieuwe Testament al wordt
verwoord, maar nog in ontwikkeling. Paulus verbindt het zoon van God
worden en heilige Geest met het moment van de opstanding. Hij zegt
in de Romeinenbrief: Het evangelie spreekt over Jezus Christus,
onze Heer, die naar het vlees geboren is uit het geslacht van David
en naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God, bij de
opstanding uit de doden. Iets later in de tijd schrijft de
evangelist Marcus en zegt: Bij de doop al kwam de Heilige Geest over
Jezus en hoorde hij de stem van God zeggen: Jij bent mijn zoon,
veelgeliefd. Nog weer later schrijft de evangelist Lucas en
zegt: Nee, niet bij de doop, maar bij de ontvangenis al was er de
Heilige Geest die op Maria neerdaalde en is Jezus zoon van God
genoemd. Je voelt dat er een geheim in verwoord wordt dat de
evangelisten proberen te benaderen, maar dat hen tegelijk
overstijgt.
Deze menswording van Jezus wijst
naar de toekomst, met alle beloften, maar ook met alle spanning van
dien. Maria huivert, maar geeft zich uiteindelijk over aan dit
heilsplan van God door te zeggen: Hier ben ik, of met haar woorden:
Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw wil.
Vanaf dat moment, mag je zeggen, wordt zij leerling van Jezus en
gaat zij een onvermoede weg.
Door deze verhalen te horen en door
de herdenking in de eucharistie worden wij betrokken in die
geschiedenis van God met zijn volk. Ook in onze tijd kan God weer
het initiatief nemen en een nieuw begin maken. Of zoals ik hoorde
deze week dat Meister Eckhart schreef: Laten wij zo verlangen
naar God dat Hij in ons geboren kan worden. Maar help ons daarvoor,
God! Wellicht bevangt ons ook de huiver en wordt ons gezegd:
Wees niet bang. Durven wij ons toe te vertrouwen aan deze
uitnodiging? We zijn al ooit op weg gezet, maar vandaag kunnen we de
roep opnieuw horen, om partner te worden in Gods verbond en ons
daaraan toe te vertrouwen met te zeggen: Hier ben ik. Laten we ons
openstellen voor het onverwachte, voor die nieuwe geboorte in de
tijd.
|