|
Preken: Lucas 14, 13 - 35
Door Niek Werkhoven, gehouden
op 10 april 2005
Hun ogen gingen open voor… de onzichtbare
Op
reis gaan om thuis te komen, ja zo zou je dit verhaal kunnen
verstaan. Ja, maar let wel: de langste reis is de reis naar binnen!
Zou dit zo bekende verhaal daar iets over zeggen? Ik meen daar
voluit ja op te mogen zeggen: het gaat om de reis naar binnen om
thuis te komen in de wereld waarin we leven, om daar een ‘thuis’ te
scheppen.
Op
het eerste gezicht vertelt Lucas een heel eenvoudig verhaal, maar
als een goed verteller, laat hij het hele evangelie meeklinken. Hij
maakt dit al duidelijk in een bijna niet te vertalen eerste woord,
want daar staat zoiets als: let goed op, luister goed; het is niet
zo gewoon als je denkt.
En dat wordt
duidelijk als je die eerste zin tot je laat doordringen: twee van
hen gaan voort van Jeruzalem weg naar dat onbekende Emmaus. Nou ja,
voor ons mag dat dan wel een onbekend dorpje zijn, maar bij de
mensen voor wie Lucas schreef, riep die naam een schrikbeeld op:
daar was in de tijd van de Makkabeeën de vrijheidsstrijd begonnen,
daar zaten ook toen nog de vijanden van het volk.
Maar
niet alleen dat dorp wordt genoemd, uitdrukkelijk staat er ook ‘weg
van Jeruzalem’ –
Jeruzalem, we komen die naam wel 26 keer tegen in het evangelie.
Toeval? beslist niet want in de Handelingen horen we Jezus heel
uitdrukkelijk zeggen: Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten
op de belofte van de Vader… En we worden ook nog herinnerd aan het
feit dat Jezus vastberaden Jeruzalem als reisdoel koos, want het
past niet dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem. Jeruzalem, meer
dan louter stad, is voor Lucas het symbool van Gods aanwezigheid,
miskende aanwezigheid, want wat betekent de tempel als deze God, als
zijn verbond, niet leeft in de harten en handen van de mensen?
En
zoals Jezus bewust en vastberaden voortgaat, zo trekken deze
teleurgestelde leerlingen daaruit weg. Dat wegtrekken, of voortgaan
is trouwens ook een heel typisch woord voor de Evangelist, hij
gebruikt het maar liefst 88 keer in zijn tweedelig werk, evangelie
en Handelingen. Voortgaan is voor hem met Gods belofte het leven
waar maken. En precies dit woord staat dus in deze eerste zinnen.
Een waarschuwing? Misschien, in ieder geval een signaal om niet
overhaast met feiten, die we zien en meemaken, op de loop te gaan.
En na
deze wat verborgen, schijnbaar gewone inleiding, vertelt Lucas dan
“en het gebeurde”. Tot tweemaal toe staat dat er: je zou daaruit
kunnen opmaken dat die langste reis naar binnen in twee fasen
verloopt. Of anders gezegd: om ‘het geloven op maandag’ waar te
maken moet je twee brandpunten onderhouden.
Lucas vertelt het
zo grandioos mooi. In de ontreddering, in het wanhopige van de
beleving waarin alle verwachtingen uit handen geslagen zijn, alles
voor niets en tevergeefs lijkt, komt de Heer zelf aanwezig. Mooi
verteld, maar in de realiteit enorm hard om juist dan vastberaden
naar de God van leven onderweg te blijven. En als deze onherkende
Jezus hun ontreddering aanhoord heeft, geeft hij aan wat er nodig is
om in de geschiedenis heilsgeschiedenis te kunnen zien: het grote
verhaal van de God van het verbond. Er is een God die vrij maakt,
het leven en geluk van mensen, van zijn volk wil. Daaraan
vasthouden, daar van uitgaan als er niets van te merken is, ja als
het tegendeel van geluk, eenheid en vrede een gegeven werkelijkheid
is…
Geen
wonder dat het begrijpen van de Schrift niet voldoende is om tot
werkelijk herkennen te komen.
Dan
moet er nog iets gebeuren.
De
onbekende gast ontpopt zich als gastheer: hij nam het brood, sprak
de zegen uit brak het en gaf het hun… Een duidelijke verwijzing naar
het laatste avondmaal. Maar in die verwijzing ervaren ze het herstel
van levensgemeenschap, van het verbonden zijn met hem die Gods
belofte zichtbaar gemaakt had. Hij is niet te niet gedaan; waar hij
voor stond, wat hij in mensen teweeg had gebracht, is niet
vernietigd. Dat maakt hun ogen open voor… de onzichtbare!
En
dan weten ze waar hun weg naar toe moet gaan: terug naar Jeruzalem,
terug naar de anderen, de elf en de overigen. Want alleen verbonden
met hen, alleen door in deze gemeenschap te zijn, kan hun ervaring
levend blijven.
Ja,
het levend houden van deze ervaring, daar is het Lucas om te doen.
Een ervaring die we niet zelf kunnen maken, ons nooit en te nimmer
kunnen aanpraten, want heel dit verhaal laat duidelijk horen hoe het
initiatief van Gods kant komt. Maar dat betekent niet dat we maar
gewoon moeten voorthobbelen op onze levensweg met onze
teleurstellingen en ontreddering.
We
kunnen en mogen het hier en nu weer herhalen: hij nam het brood,
sprak de zegen uit brak het en geeft het ons – zijn leven met ons,
om zijn levenswerk ‘waar’ te maken. Hij leeft om met en door ons het
leven te bevrijden uit schijn en waan.
Het
zij ons gegeven om hem te herkennen en te erkennen.
|